30 juni 2017

Algemene Beschouwingen 2017

Hieronder staat de tekst van onze Algemene Beschouwingen bij de laatste Perspectiefnota van deze raadsperiode, zoals uitgesproken door onze fractievoorzitter, Sandra Wolvekamp-Bloemert:

Met deze laatste perspectiefnota van deze periode, bekijken we als CDA-fractie of we de cirkel van deze termijn rond kunnen maken. Dat sluit aan bij een van de opgaven die in deze PPN wordt genoemd: circulair denken.

Aan het begin van deze periode hebben we in het coalitieakkoord opgeschreven welke richting wij op wilden met Meppel. Dit sloot voor een groot deel aan bij ons verkiezingsprogramma uit 2014. Nu we vooruitkijken naar de volgende periode, 2018-2021, grijpen we daarom graag terug op een aantal hoofdpunten uit ons verkiezingsprogramma van destijds, om te kijken of de cirkel rondgemaakt kan worden.

Als eerste de financiën. In ons verkiezingsprogramma namen we op dat we gingen voor een sluitende meerjarenbegroting, dat we wilden dat onze schulden afnamen, en dat we reserves zouden opbouwen. Vanuit het coalitieakkoord is door dit college een beleid gevoerd dat ertoe heeft geleid dat hieraan met deze PPN wordt voldaan, waarmee deze cirkel rond is; al heeft die cirkel op sommige plekken wel een met potlood getekend lijntje. Ten eerste is sprake van een sluitende meerjarenbegroting. Kanttekening daarbij is dat de eerste jaren sprake is van een nagenoeg neutrale situatie. Ten tweede zijn onze reserves inmiddels behoorlijk op niveau. Er is een bufferreserve die de berekende risico’s dekt, de reserve sociaal domein is op peil en we hebben een vrije reserve ter grootte van ongeveer 1% van onze begroting. De discussie hierover is gisteravond al gevoerd…. En tot slot nemen de schulden af, wat niet wegneemt dat de verdere verbetering van de schuldpositie van de gemeente Meppel een uitdaging blijft.

In het licht van de reserve- en schuldpositie van onze gemeente, is de eerste centrale vraag uit deze PPN een heel belangrijke. Welke balans leggen we tussen investeren in kwaliteit en gezonde financiën? Als CDA-fractie vinden we het belangrijk en goed dat onze financiële positie deze periode verbeterd is. Een stijgende lijn, die we graag doorgezet willen zien. Maar ook investeren in kwaliteit, zowel fysiek als sociaal, is volgens ons echt noodzakelijk. We moeten dan ook niet alleen focussen op onze financiële positie, maar ook op de kwaliteit van Meppel. Dus wat de CDA-fractie betreft moet de balans gevonden worden door zéker te investeren in kwaliteit, maar daarbij willen we dan qua financiën juist niét een cirkel zien waardoor we uiteindelijk weer terug zijn bij af. Dus de financiële positie moet wel steeds verbetering laten zien.

Als we het dan hebben over het investeren in kwaliteit, dan raakt dat onder andere aan het thema ‘leven in Meppel’ uit ons verkiezingsprogramma. Voor ons als CDA is het belangrijk om te onderhouden wat we hebben. Waar het gaat om de fysieke leefomgeving, zien we dus liever dat we bestaande onderdelen van onze gemeente met kleine of wat grotere aanpassingen verbeteren, dan dat we nieuwe megaprojecten starten. Zo zou het goed zijn de ontwikkelingen rondom de nieuwbouw van het ziekenhuis aan te grijpen om de oostelijke stadsentree te verbeteren, maar -hoe mooi het ook klinkt- het ondertunnelen van de Bekinkbaan gaat voor ons ronduit te ver.

Hetzelfde geldt voor het gebied Groenmarkt/Prinsenplein. We zijn blij met het vorige week vastgestelde binnenstadplan en dienen een amendement mee in om onder meer de investeringen hiervoor op een juiste manier in deze PPN te verwerken. Zodra het Prinsenplein en de Groenmarkt over een paar jaar autovrij zijn, kan daarmee een opknapbeurt plaatsvinden om dit deel van Meppel weer aantrekkelijk te maken. Vanuit het circulaire denken vinden wij het daarbij belangrijk dat de inrichting zo wordt gekozen dat in de toekomst flexibel gebruik en vormgeving mogelijk is. Dus goed om de kwaliteit van deze pleinen te verbeteren, maar doe dat wel op zo’n manier dat eventueel meer uitgebreide investeringen in de toekomst geen kapitaalvernietiging betekenen.

Waar het gaat om investeren in kwaliteit, is niet alleen de fysieke leefomgeving van belang. Ook in het sociaal domein moeten nog verdere stappen worden gezet. Bij alle investeringen die in het fysieke domein gedaan worden, willen wij dan ook zo veel mogelijk terug zien wat dit oplevert voor het sociaal domein. Zoals ook benoemd bij de jaarstukken, raken sociaal en fysiek steeds meer met elkaar vervlochten. Zo investeren we in het opzetten van de stadsbus, waarmee ook WMO-vervoer ingevuld kan worden. En onlangs is het wijkcentrum De Koeberg geopend: een investering in een gebouw en openbare ruimte waar we vierkant achter staan, omdat hiermee een belangrijke sociale voorziening ruimte heeft gekregen. Een ander belangrijk punt op dit gebied is voor ons het stimuleren van particuliere initiatieven om langer zelfstandig wonen mogelijk te maken. Daarbij kan beleid op fysieke onderdelen ontwikkelingen in het sociaal domein bevorderen. In dit kader grijpen we ook terug op de discussie van zojuist rondom de jaarstukken, waarbij wij middels een motie hebben gerealiseerd dat bij aanwending van de middelen die zijn toegevoegd aan de vrije reserve uit de toelichting nadrukkelijk blijkt wat de bijdrage hiervan is aan het sociaal domein.

Specifiek in het sociaal domein zouden we nog wel graag wat meer horen over de visie en ideeën van het college. Nu de middelen in het sociaal domein ruimschoots toereikend blijken te zijn voor de taken die we als gemeente hebben overgenomen, vinden we het belangrijk om verdere stappen te zetten. Zo willen wij graag meer innovatie zien. Mede om geld te kunnen reserveren voor onverhoopte risico’s en tekorten, hebben we de afgelopen jaren flink gekoerst op de beperkte inzet van de financiële middelen. Om innovatie in het sociaal domein te bespoedigen, willen wij het college vragen om na te gaan hoe we bijvoorbeeld de aanbestedingseisen en de inzet bij verlenging van contracten zodanig kunnen aanpassen dat, kortweg, niet per sé degene met de laagste prijs maar eerder degene met de meeste inzet op innovatie en transformatie de aanbesteding gegund krijgt.
Een andere vraag is of naar de toekomst toe nog eens gekeken kan worden naar de eigen bijdrage. Waar die eigen bijdrage geen bezwaar is, is dat voor ons niet nodig, maar er lijkt nu financiële ruimte te zijn om minder dan de maximale eigen bijdrage van mensen te vragen. Als hiermee mensen uit een kwetsbare doelgroep geholpen kunnen worden, zouden wij daar wel naar willen kijken. We vinden het dan van belang niet enkel te kijken of mensen de eigen bijdrage financieel kunnen dragen, maar ook of hiermee bijvoorbeeld kinderen in de knel komen doordat binnen het betreffende gezin onvoldoende middelen overblijven om volwaardig mee te kunnen doen.
Verder is de jeugdzorg voor ons nog redelijk ongrijpbaar. We zouden dan ook graag van het college horen welke mogelijkheden zij ziet voor innovatie in de jeugdzorg. We begrepen bijvoorbeeld dat de decentralisaties er mede de oorzaak van zijn dat er minder plekken zijn voor crisisopvang, terwijl de crisiszaken juist extra zwaar zijn, doordat er aan de voorkant langer wordt ingezet op een oplossing in de thuissituatie. De vraag is dan ook of we als gemeente wel voldoende kennis in huis hebben om dergelijke problematiek op een goede manier in te kunnen schatten. Ook hier zien we een link met het circulaire denken: het is beter om aan de voorkant te investeren in meer specialistische kennis om daarmee achteraf onnodig zwaardere zorgvormen te voorkomen.

Jeugdzorg deze week heel actueel: in nieuws veel te doen over tekort aan pleegzorg, wellicht kan college aangeven wat in Meppel gedaan wordt om voldoende pleeggezinnen te vinden.

Al dit soort zaken zien wij ook als investeren in de kwaliteit van Meppel en we horen daarom graag hoe het college aankijkt tegen dergelijke investeringen in de kwaliteit in het sociaal domein.

Een ander belangrijk onderdeel uit ons verkiezingsprogramma is “Wonen in Meppel”. Vanuit het circulaire denken vinden we het daarbij onder meer van belang dat gewerkt wordt aan levensloopbestendige woningen (ook hier gaan sociaal en fysiek samen). Het zodanig bouwen of aanpassen van woningen dat ze voor meerdere generaties geschikt zijn of geschikt gemaakt kunnen worden, is immers ook een manier om meer te kijken naar duurzaam gebruik.

Waar het gaat over wonen en wijken hechten wij belang aan voldoende aandacht voor een evenwichtige opzet en indeling van de wijken. Aantrekkelijke wijken hebben immers ook effect op de leefbaarheid in die wijken. Specifiek ten aanzien van de wijk Oosterboer wordt de gevraagde aandacht voor deze wijk ook ondersteund met de signalen die we als CDA-fractie onlangs tijdens onze vrijdagmiddagborrel vanuit onze achterban kregen. En terugkijkend op ons verkiezingsprogramma, waarin we aangaven een opgave te zien voor de Oosterboer, wordt ook hiermee een cirkel afgerond nu deze opgave ook in de PPN staat.
Op het gebied van wonen en wijken vinden we het verder van belang dat zoveel mogelijk aangesloten wordt bij goede initiatieven vanuit de wijken en bewoners. Hier zijn positieve voorbeelden van, maar dit kan nog verder geoptimaliseerd worden om ook deze cirkel helemaal rond te maken.
Als we kijken naar het voorzieningenniveau in Meppel, zien we dat de verschillende buurtkamers voorzien in een behoefte. Ook dergelijke initiatieven zijn voor ons dan ook belangrijke voorzieningen die gestimuleerd en gefaciliteerd moeten worden om te zorgen dat Meppel een prettige gemeente blijft om in te wonen.
Op het gebied van wonen blijft ten slotte het energiezuinig wonen een opgave. Het lijkt voor dit college een uitdaging om inhoud te geven aan de duurzaamheidsprincipes. Deze cirkel is voor ons dan ook nog niet rond met deze PPN. Dat beeld komt ook bij ons op als we lezen wat specifiek over circulair denken en handelen is geschreven. Hoewel in de aanhef bij dit onderwerp met de term ‘stimuleren’ een zekere suggestie wordt gewekt, wordt feitelijk enkel nog maar ingezet op bewustwording en het bieden van kansen. We zijn zeker blij met deze eerste stap, maar willen het college wel uitdagen om hier enthousiast en zo mogelijk meer proactief mee aan de slag te gaan.

Tot slot hebben wij in ons verkiezingsprogramma aandacht besteed aan het thema “Meppel onderneemt”. We vinden het belangrijk dat Meppel een sterke gemeente blijft met diversiteit en werk. De investeringen in de kwaliteit van Meppel moeten ook bijdragen aan een goed vestigingsklimaat. Ook wat dit onderwerp betreft is er een raakvlak tussen het sociaal domein en andere thema’s. Een goed vestigingsklimaat zorgt immers voor voldoende werkgelegenheid en daarmee ook voor betere kansen voor mensen met een wat grotere afstand tot de arbeidsmarkt.

In dit verband is het natuurlijk een heel mooie ontwikkeling dat er weer grote gronduitgiften op bedrijventerreinen hebben plaats gevonden. We constateren wel dat de uit te geven grond op bedrijventerreinen voor Meppel daarmee steeds schaarser raakt. Aan de andere kant zien we dat we de voorziening voor het bedrijventerrein Blankenstein hebben moeten verhogen. We zijn dan ook benieuwd naar de visie van het college op bijvoorbeeld dit bedrijventerrein en hoe zij dit verwacht aan te jagen. Ook hier kan het circulair denken op losgelaten worden: hoe zorgen we dat een zodanige invulling aan dit gebied wordt gegeven dat we flexibel zijn in de aanwending en er sprake wordt van een toekomstbestendig bedrijventerrein.

Een vaak wat minder belichte groep ondernemers in onze gemeente zijn de agrariërs. Een tijdje geleden hebben we vanuit het CDA een avond voor deze groep georganiseerd, waarbij de duidelijke vraag naar voren kwam om een aanspreekpunt in het stadhuis voor deze ondernemers. Naar aanleiding daarvan kunnen we gelukkig constateren dat er weer een cirkel is afgerond. In ons verkiezingsprogramma namen we namelijk op dat we voor ondernemers een vast aanspreekpunt in het stadhuis wilden en ook voor agrariërs is dit inmiddels geregeld.

Ik sluit af met een tweetal punten naar aanleiding van de beantwoording van onze technische vragen:

-        Ogterop: We vinden het als CDA-fractie best ingewikkeld dat ons om €45k budget gevraagd wordt voor het jubileumfeest, terwijl op cultuur nog bezuinigd moet worden. Zonder te willen vervallen in een discussie over het feit dat het enerzijds gaat om een incidenteel budget en anderzijds om een structurele bezuiniging, horen we graag in een reactie van het college of ze kunnen zorgen dat ook andere culturele organisaties baat hebben bij het gevraagde budget van €45k.

-        Dingstede: In de PPN is in verband met het huisvestingsvraagstuk van deze school een PM-post opgenomen, terwijl eerder door de raad €520k beschikbaar is gesteld. Bij de beantwoording van onze technische vraag hierover is aangegeven dat van het eerder beschikbaar gestelde investeringsbedrag een bedrag van €300k nadrukkelijk gekoppeld is aan een definitieve huisvestingsoplossing voor Dingstede. Bij ons komt dan de vraag op wat de situatie is als deze oplossing er onverhoopt niet komt. Houdt Dingstede dan nog steeds recht op €520.000? 

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.