20 oktober 2011

Voorzieningenniveau brandweer Noordenveld - Voorstel aan de raad

Inleiding

In de vergadering van de raadscommissie van 12 oktober heeft u ons verzocht om met een

voorstel te komen met betrekking tot het voorzieningenniveau van de brandweer in onze

gemeente. Met dit voorstel voldoen wij aan uw verzoek.

Wij hebben dit voorstel enigszins anders vormgegeven dan gebruikelijk is, maar wij menen

dat dit meer recht doet aan de uitzonderlijke situatie waarin en waaronder dit voorstel is

geformuleerd.

De voorbije jaren maanden en weken is vaak en intensief gesproken over het

voorzieningenniveau voor de brandveiligheid in Noordenveld. Allerlei groeperingen hebben

zich daarover uitgesproken en dat geeft om te beginnen al aan hoezeer brandweer en

veiligheid belangrijke onderwerpen zijn voor de inwoners van onze gemeente. Het is dan

ook begrijpelijk dat behalve feiten emoties een belangrijke rol spelen in dit debat. Wij

hebben daar begrip voor. We moeten echter ook vaststellen dat in de afgelopen weken de

emoties soms de overhand kregen. Wij betreuren dat, het schaadt de verhoudingen, tussen

onze brandweervrijwilligers, maar ook tussen de brandweer en het gemeentebestuur.

Wij zullen ons dan ook de komende tijd inspannen om die verhoudingen weer te herstellen.

Dat vanuit de grote waardering die wij hebben voor de inzet van onze brandweer

vrijwilligers. En, het moet nadrukkelijk gezegd worden, die waardering geldt alle vrijwilligers

en alle posten.

Het beeld dat in de afgelopen tijd is ontstaan is dat van een College, dat intern diep

verdeeld is over de vraag hoe het verder moet met de brandveiligheid. Wij zullen niet

ontkennen, en dat zult u in het vervolg van het stuk ook onderbouwd zien, dat het College

verschillend denkt over aspecten van de bedrijfsvoering van de brandweer. Maar we willen

benadrukken dat dat gebeurt in goede onderlinge verhoudingen waarin respect is voor de

afweging die op basis van gezamenlijke gedeelde feiten wordt gemaakt.

 

Het is daarom goed om te beginnen met die feiten waarover het College het eens is.

Allereerst is dat de vaststelling dat (brand)veiligheid een belangrijk, zo niet het belangrijkste

onderwerp is voor de inwoners van onze gemeente. Wij schrijven nadrukkelijk veiligheid en

gebruiken niet het begrip optimale veiligheid. Dat laatste begrip is niet alleen subjectief maar

ook verwarrend. Het leidt er bovendien toe dat er een beeld ontstaat als zouden sommige

leden van ons College voor meer veiligheid zijn dan andere. Dat is niet het geval. Alle

maatregelen en alle beleid, gericht op de veiligheid in onze samenleving is gebaseerd op het

accepteren van risico’s. Daarbij is het aan de samenleving, en in het bijzonder het openbaar

bestuur, om vast te stellen welke risico’s daarbij aanvaardbaar zijn. Alleen al het feit dat wij

als samenleving accepteren dat niet alle veiligheidsvoorzieningen binnen dezelfde

tijdspanne beschikbaar zijn voor alle inwoners maakt die afweging duidelijk. Immers, wij

accepteren voor veel inwoners van onze gemeente een langere aanrijtijd van de brandweer

dan voor andere inwoners. Als we daar iets aan zouden willen doen vergt dat grote

investeringen. Ook het argument dat bij een eventuele sluiting van de brandweerkazerne in

Peize de veiligheidssituatie voor 20% van onze inwoners verslechtert is in dat opzicht

discutabel. Want waar wordt dan de grens gelegd? Is het wel acceptabel voor 10%? En als

het argument valide zou zijn, hoe verantwoordt het gemeentebestuur dan zich tegenover die

inwoners van de gemeente die niet in dezelfde situatie verkeren als de inwoners van Peize?

U kunt daarbij denken aan de inwoners van Nieuw Roden, Langelo, Peest, Huis ter-Heide,

Steenbergen en Een. Daar komt nog bij dat repressieve inzet van de brandweer slechts één

onderdeel is van het totaal van voorzieningen die brandveiligheid moeten organiseren.

Vervolgens delen alle collegeleden de mening dat de financiën wel degelijk bij de afweging

mogen worden betrokken. Het gaat niet aan te zeggen dat ten aanzien van veiligheid

financiële argumenten geen rol zouden mogen moeten spelen. Dat doen ze immers al heel

lang.

Vast staat ook dat de kosten van de brandweer in het voorbije decennium zeer fors zijn

gestegen, terwijl daar tegenover geen afname van het aantal branden en het aantal

slachtoffers staat. Daarom is het inmiddels in brandweer kringen ook breed aanvaard dat

een verdere versterking van de repressie (zeg maar de auto’s) niet de oplossing is. Het gaat

met name om het versterken van de preventie, het voorkomen en beperken van brand.

Vast staat ook dat de brandweer niet kan worden uitgesloten van de discussie over

mogelijke bezuinigingen. Hoe belangrijk veiligheid ook is, de kosten ervan moeten

maatschappelijk kunnen worden afgewogen tegen voorzieningen en activiteiten op andere

terreinen.

Vast staat ook voor alle collegeleden dat het verzorgingsgebied van de brandweer post

Peize ook kan worden bediend vanuit Roden binnen de in Drenthe gemaakte afspraken.

Over die afspraken nog het volgende. Wettelijk zijn aanrijtijden voorgeschreven, maar ook is

wettelijk vastgelegd dat het bestuur van een Veiligheidsregio daarvan gemotiveerd af kan

wijken. Het bestuur van de Hulpverleningsdienst Drenthe neemt op woensdag 26 oktober

aanstaande de beslissing om de aanrijtijd in alle gevallen te stellen op maximaal 15

minuten. Dat geldt dan voor circa 95% van de objecten, binnen 18 minuten moet 100%

worden bereikt. De beslissing van het bestuur vloeit voort uit het besluit van alle

gemeenteraden in Drenthe om in te stemmen met deze aanrijtijden. De motivatie daarachter

is het feit dat een kortere aanrijtijd zou leiden tot grootschalige investeringen in de Drentse

situatie. Daarom is ook geen onderscheid gemaakt tussen categorieën van voorzieningen.

Overigens geeft de wet geen voorschriften met betrekking tot de wijze waarop afgeweken

mag worden van de voorgeschreven tijden.

Daarmee staat ook voor alle collegeleden vast dat de kazerne in Peize binnen de in Drenthe

gemaakte afspraken niet absoluut nodig is. En dat geldt ook voor de tweede tankautospuit in

Roden. Ook die is binnen de in Drenthe gemaakte afspraken en eisen niet absoluut nodig.

Het in de discussie gebruikte argument van het hebben van voldoende slagkracht treft geen

doel, omdat in de Drentse situatie, mede met hulp van de korpsen in de andere provincies in

het noorden die slagkracht voldoende is gewaarborgd.

Ook het maatschappelijk belang van de inzet van vrijwilligers en het draagvlak daarvoor in

de dorpen in onze gemeente staat voor alle collegeleden buiten kijf.

De bovenstaande door alle collegeleden gedeelde feiten en argumenten leidden vervolgens

wel tot verschillende standpunten. Voor de voorzitter van ons College en de wethouders

Kemkers en Keizer leidde die afweging tot het standpunt dat de kazerne in Peize in stand

moet worden gehouden en als het enigszins mogelijk is ook de tweede tankautospuit in

Roden. Daarbij was een belangrijk argument mede dat datgene wat je kwijtraakt niet weer

terug zal komen.

Voor de wethouders Alssema en Huisman leidde die afweging tot het volgen van het advies

van de gemeentesecretaris, uitmondend in sluiten van de kazerne in Peize en het op termijn

afstoten van de tweede tankautospuit in Roden. Hun voornaamste afweging is dat het nu in

stand houden van het huidige voorzieningenniveau in ongewijzigde vorm zal leiden tot forse

investeringen in de nabije toekomst die de financiële problematiek van de gemeente verder

vergroot en wellicht dwingt tot het verdwijnen van voorzieningen die door de samenleving

ook als fundamenteel van belang worden ervaren.

Hoe bereiken we het doel/lossen we het probleem op?

Het College heeft op 12 oktober intensief geluisterd naar de door uw Raad naar voren

gebrachte argumenten en de door de insprekers aangedragen opvattingen.

Dat heeft er toe geleid dat het College het volgende voorstelt:

 

• De kazerne in Peize wordt in stand gehouden. Daarvoor worden de noodzakelijke

investeringen gedaan in het opleidingsniveau van de vrijwilligers van de post.

Tegelijkertijd wordt in regionaal verband voor deze post een experiment gestart in het

kader van de zogenaamde “strategische reis van de brandweer “. Dat experiment

heeft als doel om na te gaan in hoeverre de veranderende omstandigheden rond de

brandweer ook daadwerkelijk kunnen leiden tot een andere wijze van organisatie van

de brandweer. Concreet gaat het dan om het onderzoeken van de mogelijkheid om de

aandacht te verschuiven van de achterkant van de keten (de repressie) naar de

voorkant van de keten (de preventie). Daarbij kan ook de vormgeving van de post en

de bezetting en het materieel onderwerp van het experiment worden. Nadrukkelijk

onderdeel van het experiment dient het bereiken van kostenreductie te zijn.

 

• De huidige tweede tankautospuit in Roden blijft gehandhaafd. Het materieel wordt

niet vervangen, mede in afwachting van de regionale ontwikkelingen en het experiment in Peize.

 

Kosten

Natuurlijk heeft dit voorstel financiële gevolgen. Nu is het wel zo dat de structurele kosten

van de brandweer opgenomen zijn in de begroting 2012. Voor zover het incidentele kosten

betreft, komen wij binnenkort nog met een voorstel voor dekking als dat nodig is. De looptijd

van het experiment in Peize zal nader moeten worden bepaald. Dit hangt af van de wijze

waarop dit wordt vormgegeven. Het college zal u hierover, na overleg met de regio, nader

informeren.

 

Met dit voorstel menen wij tegemoet te komen aan de verschillende opvattingen en ideeën

die in uw Raad leven. Wij hopen dat uw vragen hiermee afdoende zijn beantwoord.

 

Burgemeester en Wethouders van de gemeente Noordenveld,

J.H. van der Laan, burgemeester A.H. Doornbos,secretaris

Overleg

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.