Leefomgeving

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor bestemmingsplannen op hun eigen grondgebied. De provincie stelt vast welke waarden zij wil beschermen, bepaalt op hoofdlijnen waar ruimte is voor gebruiksfuncties als landbouw, natuur, recreatie en water en stimuleert dat gemeenten onderling afstemmen waar gebouwd wordt.

Dat betekent dat de meer stedelijke gebieden zich moeten kunnen ontwikkelen tot dynamische stedelijke centra met uitstraling naar het buitengebied. Tegelijkertijd dient het landelijk gebied zijn specifieke eigenschappen te bewaren. Hier mag geen verstening en verstedelijking plaatsvinden. Voorzieningen moeten op peil blijven. Wonen, leven en werken moeten in balans zijn met natuurbehoud en land- schapsbeheer. Zeer waardevolle natuurgebieden verdienen uit een oogpunt van rentmeesterschap extra bescherming. Dit moet echter niet solitair het beleid bepalen. Op elk gebied zoekt het CDA naar een balans tussen belangen van ecologie en economie (recreatie, landbouw en MKB op platteland).

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.