Toerisme en recreatie

Toerisme en recreatie zijn voor Drenthe van groot belang. Het zorgt voor veel directe en indirecte werkgelegenheid. Maar liefst 14.500 mensen zijn werkzaam in deze sector of hebben daar een relatie mee. Met een omzet van meer dan 900 miljoen euro per jaar is deze sector voor Drenthe een belangrijke economische pijler. Daarnaast is de toeristisch-recreatieve sector ook mede vormgever van het Drentse landschap. De bewoners en bezoekers van Drenthe genieten van het landschap, de natuur, het agrarisch gebied, de cultuurhistorie en de fraaie steden en brinkdorpen.

Het CDA ziet toerisme en recreatie als een groeisector en een banenmarkt van de toekomst. Het is voorstander van een krachtige aanpak, waarbij nieuwe ontwikkelingen en trends voortdurend alertheid en een actieve houding van de provincie en de gemeenten vereisen. De sector toerisme en recreatie is volop in beweging. Veel voorzieningen voor recreatie en toerisme hebben een betekenis voor bewoners van het platteland. De leefbaarheid van het platteland wordt door het toerisme bevorderd.

De aanwezigheid van recreatie en toerisme zorgt er voor dat supermarkten, horecagelegenheden, bibliotheken en zwembaden behouden kunnen worden in de dorpen en steden. Wanneer de ruimte om te ondernemen in de recreatief-toeristische sector door regelgeving op het gebied van natuur en milieu niet (meer) goed mogelijk is, is flankerend gebiedsgericht beleid nodig. Oplossingen kunnen gevonden worden naar het voorbeeld van het project “Natuurlijke Recreatie Drenthe” van de Recron en de Milieufederatie.

Het CDA wil met de ontwikkeling van een eigen visie op recreatie en toerisme en een realistisch uitvoeringsplan de vitaliteit van de sector op peil houden. De Provincie wil op ruimtelijk gebied, evenals op het gebied van het ‘vermarkten’ van het merk Drenthe, kansen bieden aan de toeristisch-recreatieve sector om aan de snel veranderende vraag van de huidige recreant te kunnen voldoen.

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.