Werkgroep: De energietransitie

Van fossiele naar duurzame energie, dat is de uitdaging voor de komende tijd. Die energietransitie vergt de komende 30 jaar een majeure en kostbare aanpassing van het gebruik van energiebronnen en de energie-infrastructuur in Nederland. Daarbij spelen voor een deel nieuwe energiedragers zoals: elektriciteit, warmte, groen gas, waterstof en wellicht ook kernenergie, mogelijk een grote rol. Op gebied van infrastructuur zijn er uitdagingen in de verzwaring van bestaande elektriciteitsnetten, de aanleg van warmtenetten en de uitfasering of andere aanwending van aardgasnetten.

Het CDA-DZN zoekt antwoorden op de volgende vragen:

●       Welke rol verwachten we van de overheid, de gemeente, en de bevolking bij de aanpassing van de energie-infrastructuur? Zij hebben aan het eind van de vorige eeuw en met de introductie van de vrije Europese aardgas- en elektriciteitsmarkt juist afscheid genomen van een sturende rol van lokale en regionale overheden.

●       Hoe komen we tot een goed evenwicht tussen deelname van marktpartijen en de rol van de (lokale) overheden in het licht van de betaalbaarheid van de energievoorziening voor de burgers en bedrijven?

●       Hoe behouden we keuzevrijheid bij collectieve energieleveringen? Levering van collectief opgewekte warmte kan leiden tot een monopolie op het energiesysteem. Deze oplossingen geven niet dezelfde keuzevrijheid als die waaraan we sinds een jaar of vijftien gewend zijn bij de leveringen van aardgas en elektriciteit via lokale netten die gekoppeld zijn aan een grote Europese infrastructuur met grote uitwisselbaarheid van producenten en leveranciers.

●       Hoe gaan we om met het gebruik van biomassa in de energievoorziening? Het gevaar bestaat dat we meer gewassen gebruiken dan dat we nieuw planten. Tevens kan in sommige delen op aarde de voedselvoorziening in gevaar komen.

●       Hoe zorgen we ervoor dat, als we biomassa inzetten voor onze energievoorziening, we er zeker van zijn dat er geen onherstelbare schade wordt aangericht en geen bovenmatige ecologische voetafdrukken door Westerse landen worden gecreëerd ten koste van minder welvarende landen?

●       Hoe zorgen we ervoor dat de nieuwe energiesystemen geen nieuwe duurzaamheidsvraagstukken opleveren, bijvoorbeeld bij opslag van elektriciteit in accu’s?

Werkgroep: De glastuinbouw

De glastuinbouw produceert voedsel, sierbloemen en planten van topkwaliteit. De glastuinbouw heeft het voordeel dat ze in vergelijking met de open teelten, in gesloten productiesystemen een eigen productieklimaat creëert. Vanaf het eind van de vorige eeuw werkt de glastuinbouw aan de emissieloze kas en met de warmtekrachtkoppeling aan zuinig energiegebruik. Daarmee geeft de sector prioriteit aan twee belangrijke duurzaamheidsthema’s te weten minder gebruik van fossiele brandstoffen en een schonere omgeving. Door de voortvarende aanpak heeft de sector een technologische voorsprong opgebouwd en wil de sector zelf de CO2 doelstelling halen.

Het CDA-DZN zoekt antwoorden op (onder andere) de volgende vragen:

●       Hoe benutten we de kans dat de sector met geothermie, zonneparken, biogascentrales en later waterstof, leverancier kan worden van duurzame energie? In alle gevallen geeft de koppeling via warmtenetten aan de bebouwde omgeving belangrijke synergievoordelen. Door clustering van solitaire glastuinbouwbedrijven wil de sector deze synergievoordelen versterken.

●       In Nederland geproduceerde groenten voldoen aan de strengste residunormen en de sierteelt werkt aan het keurmerk Planetproof. Met de biologische bestrijding wil de sector ook minder afhankelijk zijn van chemische gewasbescherming. Willen we in Nederland de productie ook voor de export maximaliseren en hoe gaan we om met de milieubelasting van de productie?

●       Hoe realiseren we samenwerking tussen de sector en de waterschappen en de gemeenten om een spectaculaire verbetering van de kwaliteit van het oppervlaktewater (na de recirculatie, het spuiwater van de substraatteelten te zuiveren van residuen van gewasbeschermingsmiddelen) te realiseren?

●       Hoe kunnen we de sector ondersteunen bij beschikbaarheid van CO2, het upgraden van het elektriciteitsnetwerk en het zorgen voor een antwoord op de vraag om de inbreuk van de kassen op het landschap en de afbreuk aan de biodiversiteit door de tuinbouwclusters in de regio te realiseren?

●       Hoe kunnen we het lange termijn denken in de sector stimuleren? Wat zijn de effecten van de verwachte ketenverkorting en wat wordt de bijdrage van de sector aan de eiwitvoorziening van de mens. Wat wordt de rol van de sector in de circulaire economie en waar liggen de kansen voor de cross overs. Blijft het directe zonlicht de energiebron of wordt de productie verplaatst naar flats met ledverlichting. Wat wordt de rol van de consument en hoe houdt de sector een Level Playing Field op de wereldmarkt?

Werkgroep: Landbouw

Het Nederlandse landbouwsysteem heeft mondiaal de laagste footprint en Nederlandse kennis is essentieel voor de oplossing van het wereldvoedselvraagstuk. Een groot deel van de productie van landbouw en de tuinbouw is gericht op export. In de huidige situatie zijn de prijzen relatief laag en dus concurrerend op de wereldmarkt. Helaas zijn de prijzen niet gebaseerd op alle kosten, zoals bijvoorbeeld de kosten die samenhangen met milieuschade. Europees en wereldwijd is er geen inclusieve kostprijs, waardoor een deel van de Nederlandse land- en tuinbouw, veeteelt en ook de visserij, niet anders lijkt te kunnen dan op de huidige manier verder produceren. Bij het deel dat niet gericht is op de export zien we mogelijkheden om het systeem lokaal te herontwerpen. De ervaring bij dat herontwerp kan uiteindelijk ook worden ingezet bij de gangbare landbouw.

Het CDA-DZN zoekt antwoorden op (onder andere) de volgende vragen:

●       Hoe kunnen we lokale productie die de afnemers betrekt bij de voedselproductie stimuleren? Korte ketens zorgen immers voor een aanzienlijke reductie in vervoerskilometers, inclusief de milieugevolgen daarvan. Bij dit alles is behoud en ontwikkeling van een leefbaar platteland een kans.

●       Hoe kunnen we het gangbare landbouwsysteem circulair herontwerpen, gericht op minimale verspilling en maximaal hergebruik van producten en maximale innovatie?

●       Hoe kunnen we de veeteelt herontwerpen zonder soja, naar meer lokaal en vooral circulair? De veestapel wordt gevoed met soja, waarvoor in tropische landen veel bos is gekapt of wordt gekapt.

●       Hoe krijgen we een duurzame teeltlaag? Via de mest komen de mineralen in de bodem en het grondwater, die vaak niet door de planten kunnen worden opgenomen. Dit leidt tot een verstoorde mineralenbalans en bodemverontreiniging.

●       Welke maatregelen zijn gewenst om consumentengedrag te veranderen? Is een duurzaamheidsheffing op vlees effectief om het verbruik te verminderen, of is het beter om duurzame landbouwproducten goedkoper maken?

●       Moeten de opbrengsten van eventuele heffingen direct ten goede te komen aan de duurzame landbouwtransitie en hoe regelen we dat? Te denken valt hierbij aan: kredieten om terugvallende opbrengsten in de overgangsfase naar biologische landbouw op te vangen; vergoeden van extra kosten voor de aankoop van biologische producten, vergoeding voor uit productie halen van landbouwgrond voor o.a. kruidenrijke akkerranden en het stimuleren van natuur inclusieve landbouw.

Landbewerken

Werkgroep: De circulaire economie

De circulaire economie is in opkomst. Veel inwoners, bedrijven en organisaties leveren bewust of onbewust een bijdrage aan een circulaire economie. In een circulaire economie: gaan we bewust om met onze grondstoffen, produceren we geen afval en hebben we afscheid genomen van onze wegwerpmaatschappij. Stimuleren kan door nieuwe verdienmodellen voor cross overs afval naar grondstof of ook door heffingen. Een circulaire economie is onderdeel van een circulaire samenleving. Om de omslag te bereiken is iedereen nodig: ondernemers, onderwijs, overheid. Het zijn dan ook mensen, die een circulaire economie vormgeven. Daar zit de kracht. Daar zit de verandering, maar daarin zit ook de uitdaging. Hoe maken we gebruik van de mobiliserende en verbindende kracht, die bestaande circulaire initiatieven hebben. Samen is een belangrijk woord bij het maken van een circulaire economie.

Het CDA-DZN zoekt antwoorden op (onder andere) de volgende vragen:

●       Hoe gaan we het doel ‘Nederland circulair in 2050’ bereiken?

●       Hoe krijgen we de noodzakelijke omslag in denken en doen op weg naar een circulaire economie voor elkaar?

●       Hoe komen we naar een integrale blik, door het koppelen aan andere maatschappelijke opgaven als bijvoorbeeld de energietransitie?

●       Hoe geven we meer aandacht aan nieuwe, creatieve samenwerkingsverbanden?

●       Hoe komen we tot het vergroten van draagvlak en betrokkenheid? Dat is een opgave, maar tegelijkertijd biedt het ook kansen. Kansen voor innovatie, voor handel, voor economie, voor kennisdeling.

Werkgroep: De gebouwde omgeving

In 2030 gaat de gaskraan in Groningen dicht en in 2050 hebben we het ideaal om een energie-neutrale gebouwde omgeving gerealiseerd te hebben. Woningen moeten aardgasvrij worden. Voor nieuwbouwwoningen is dit een uitdaging, maar wel een haalbare eis. Voor de bestaande bouw is deze opgave veel groter. Twee miljoen Nederlandse woningen dienen in 2030 aardgas-loos te zijn. Voor maatschappelijk vastgoed is vastgelegd dat routekaarten voor verduurzaming in mei 2019 op hoofdlijnen er zijn. De gebouwde omgeving gaat ook over mobiliteit. De vraag is of we in kantoren blijven werken en hoe we de woon en werk omgeving optimaal verbinden met duurzaam vervoer.

Het CDA-DZN zoekt antwoorden op (onder andere) de volgende vragen:

●       Hoe kunnen we met bestuurders en beheerders aan de slag om haalbare en betaalbare routekaarten te realiseren, en die te vertalen naar concrete acties?

●       Hoe helpen we gemeente en provincies, die een actieve rol spelen in nieuwbouwprojecten, renovaties en onderhoud, op weg om betaalbaar klimaatdoelstellingen te halen?

●       Hoe gaan we om met talrijke belemmeringen: financiering, draagvlak, technologisch, businessmodellen, gebrek aan bouwvakkers maar ook wat zijn de inspirerende voorbeelden en de kansen?

●       Hoe kunnen we op wijk en gebiedsniveau met verschillende partijen zoals: bedrijven, woningcorporaties en bewoners samen werken, om de gebouwde omgeving te verduurzamen en tegelijk aantrekkelijk wonen en werken mogelijk maken?

●       Welke koppelkansen zijn er bijvoorbeeld om verdichting van een wijk met corporatie woningen te combineren met energieneutrale nieuwbouw en optimale mobiliteit? Hoe kunnen we de processen vereenvoudigen?

●       Hoe kunnen we op renovatiemomenten van gebouwen en installatievernieuwing een combinatie realiseren met verduurzaming, alvast rekening houdend met toekomstige opties voor infrastructuur?

●       Hoe kunnen we realiseren dat gebouwen die nu gebouwd worden in de basis energieneutraal gemaakt worden?

●       Hoe krijgen we de bewoners in een wijk mee? Kunnen we met een gezamenlijk doel de cohesie en verbondenheid bevorderen en wat is hiervoor nodig?

 

Bij alle vragen zoeken we praktische oplossingen. Oplossingen die bruikbaar zijn voor CDA-volksvertegenwoordigers en bestuurders. Best practices, voorbeeld regelgeving, voorbeelden van opheffen van belemmeringen, voorbeelden van unieke samenwerking etc. etc.

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.