19 november 2015

Blog 2: Bezoek Ruth Peetoom en Ben Knapen - Ramallah

Rijdend vanuit Amman naar Jeruzalem beland je van het nieuwe conflict – Syrië – weer in het oude: Palestijnen en Israëli en de kennelijke onmogelijkheid om na al die decennia een uitweg te vinden. Onze gesprekspartners zijn over het algemeen niet erg optimistisch. De dagelijkse aanslagen in Jeruzalem, de dodelijke messteken die de wereld overgaan, en de slachtoffers van de gewelddadige betogingen – het bevestigt een vertrouwd beeld van uitzichtloosheid.

 

Hoe verkwikkend blijkt dan een bezoekje aan Qusra?

Met een bescheiden Nederlands hulpprogramma werken mannen met bulldozers daar, vlakbij Nabloes, om een heuvel rijp te maken voor landbouw. Stenen en rotsen worden versjouwd, bodem geegaliseerd, grindpaden aangelegd. De Palestijnse inwoners van het kleine Qusra zullen er straks druiven en olijven oogsten en zestig boeren zullen een fatsoenlijk inkomen gaan verwerven.

Mohammed Awad is de landbouwingenieur die het project begeleidt. Hij excuseert zich dat er net tijdens ons bezoek niet wordt gewerkt. De bulldozers staan stil, en niemand is bezig rotsblokken te verplaatsen. Dat heeft een goede reden, zo blijkt. En terwijl Awad praat en uitlegt, en naar links en naar rechts wijst, wordt het grote Israëlisch-Palestijnse conflict ineens heel overzichtelijk. Want een paar honderd meter verder op de heuvel staan een paar huizen en daar wonen mensen uit New York. Een aantal jaren geleden zijn ze met 16 gezinnen hier neergestreken – het zijn nationaal-religieuze joden, gedreven door de overtuiging dat het land van Judea van hen is en van niemand anders. En gesteund door de Israelische regering, die kolonisten de ruimte en de middelen heeft gegeven om in de Palestijnse gebieden aan de slag te gaan. De ex-New Yorkers hebben druiven aangeplant, tot pal aan de plek waar Awad met zijn mannen bezig is voor de Palestijnen uit Qusra rotsblokken te verwijderen en landbouwplateaus aan te leggen.

 

Telkens wanneer Awad land bij de kolonisten in de buurt bewerkt, komen de kolonisten gewapend met stenen en pikhouwelen erop af en ook zijn ze soms serieuzer gewapend. Gewoon om het land op te eisen waar ze volgens hun diep gewortelde godsdienstovertuiging recht op hebben. Ook al is dit stuk van Awad en zijn mannen volgens de meer seculiere documentatie gewoon Palestijns bezit. Daarom heeft Awad een afspraak met het leger: alleen als soldaten in de buurt zijn, mag Awad het land bouwrijp maken. Zonder militairen moet er niet worden gewerkt, want dat provoceert alleen maar en voordat je het weet, loopt zo’n burenruzie uit de hand. Een paar maanden geleden nog ging een stukje verderop het huis van een boer in vlammen op, de boer en zijn vrouw en een van hun kinderen lieten het leven. Kolonisten hadden het gedaan, maar de zaak loopt nog.

Maar Awad staat er niet te lang bij stil. “We zitten goed op schema, en de Nederlandse adviseurs zijn geweldig”. In april zijn ze begonnen en volgend jaar staan de olijven en de druiven er.  Met de boeren uit Qusra werkt hij aan een schema voor tussenplant – komkommers, dadels, vijgen. Hij weigert zijn enthousiasme te laten besmeuren door het ongemak daarginds: “Kom volgens jaar terug en u zult zien hoe geweldig het hier is geworden”.

 

2 - 5 november 2015


Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.