4. Gezond en wel

4 Gezond en wel

Internationaal gezien scoort Nederland steevast een top 5 notering als het gaat om kwalitatief goede zorg en/of welzijn. Nederlanders zijn een gezond en gelukkig volk. Dat geldt ook voor de inwoners van Almere. Waar mogelijk zal de gemeente een gezonde levensstijl bevorderen.
Ieder mens maakt zijn of haar eigen keuzes als het gaat om zorg en welzijn. Die keuzevrijheid is  belangrijk. Verder is naar de mening van het CDA ook de onderlinge verantwoordelijkheid en betrokkenheid van mensen essentieel. De rol van de overheid beperkt zich tot faciliteren en mensen te helpen om de zorg te vinden die ze nodig hebben. Als de nood aan de man komt, moeten de mensen in goede handen zijn.
Bij uitstek in de zorg is voorkomen beter dan genezen. Dat vraagt om een gezonde levensstijl, om investeren in voorzieningen die sport en beweging stimuleren en goede voorlichting om ongezond gedrag tegen te gaan. Speciale aandacht verdient het in toenemende mate voorkomen van overgewicht bij jongeren. Diabetes 2, oorspronkelijk een ouderdomsziekte, komt op steeds jongere leeftijd voor. Vroegtijdig signaleren is met name nodig wanneer er iets mis dreigt te gaan met kinderen.

Het CDA gaat uit van de persoonlijke kracht en waardigheid van mensen.
We houden rekening met wat mensen niet kunnen, maar het vertrekpunt is wat mensen wel kunnen.

4.1 Nabije zorg
De levensverwachting stijgt en tegelijkertijd is het beleid dat ouderen zoveel mogelijk thuis blijven wonen. Mantelzorgers en vrijwilligers zijn belangrijker dan ooit. Een goede ondersteuning van hen verdient prioriteit. Mantelzorgers moeten de mogelijkheid hebben de zorg tijdelijk over te dragen (respijtzorg). Op deze en andere hulp voor mantelzorgers en vrijwilligers mag niet bezuinigd worden. Nabije zorg in de vorm van huiskamerzorg en de mogelijkheden voor het bij  elkaar kunnen wonen van bijvoorbeeld ouderen en hun zorg verlenende kinderen moet bevorderd worden.
Buurtinitiatieven op het gebied van elkaar helpen en betrokken zijn met elkaar in de buurt worden gestimuleerd. Sociale wijkteams moeten vooral aansluiten op deze initiatieven die bevorderen dat mensen zich met elkaar verbonden voelen. Wijkgerichte zorg betekent dat keuzes en zorgvraag van de mensen zelf centraal moet staan. Daar past een integrale aanpak bij met een samenhang tussen wonen-werken-welzijn-inkomen-zorg. Experimenten met buurt- of wijkbudgetten moeten bevorderd worden.
Privacy is belangrijk, maar soms staan de stringente privacyregels een goede integrale hulpverlening in de weg. Het is zaak hier een goede oplossing in te vinden.

4.2 Regeldruk
Wanneer je uitgaat van wat mensen kunnen, dan betekent dat minder algemene regels. Er moet maatwerk zijn bij de thuiszorg. Om maatzorg te kunnen leveren is het belangrijk dat uitgegaan wordt van vertrouwen.  Het baart het CDA zorgen dat de regeldruk bij zorginstellingen door de decentralisatie niet minder is geworden maar juist meer. Landelijke regels verdwijnen vaak niet en worden aangevuld door gemeentelijke regels. Elke gemeente heeft zijn eigen regels. Het CDA wil dat regelmatig met alle betrokkenen (uiteraard inclusief de zorgontvangers) bekeken wordt of er regels geschrapt kunnen worden.
Uiteraard is een zorgvuldige indicatiestelling van belang. Klachten hierover verdienen aandacht en moeten kunnen leiden tot bijstelling. Mensen die een beroep doen op de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) en Persoons Gebonden Budget (PGB), kiezen vaak voor een bepaalde zorg/hulpverlener. Er wordt een band opgebouwd die belangrijk en prettig is voor cliënten. Hier mag geen einde komen, enkel vanwege regelgeving.

4.3 Senioren
Almere is nog lang niet ingesteld op het groeiend aantal ouderen. Almere is van oudsher een jonge stad waarin vooral gezinnen en weinig ouderen woonden. De vergrijzing gaat in Almere procentueel sneller dan in de rest van Nederland. Op zich is het goed dat Almere een meer evenwichtige bevolkingssamenstelling krijgt. Het is wel essentieel dat in Almere meer rekening wordt gehouden met deze groei van het aantal ouderen: meer seniorenwoningen, het ondersteunen van initiatieven van vitale ouderen, toegankelijkheid van gebouwen en de openbare ruimte, voldoende zorgvoorzieningen. Het CDA vindt het een ernstig gemis dat er in Almere geen samenhangend ouderenbeleid is. Bij de vorming van een nieuw College zal niet alleen jeugdbeleid maar ook ouderenbeleid in de wethouder portefeuilles moeten opgenomen worden.

4.4 Eenzaamheid
Eenzaamheid is van alle tijden. Maar in deze tijd van individualisme is dit meer dan ooit een probleem. Eenzaamheid is een groot risico als ouderen langer zelfstandig blijven wonen. Het CDA wil inzetten op het betrekken van ouderen bij activiteiten. De ouderenbonden, vrijwilligers en mantelzorgers spelen hierbij een belangrijke rol. Het CDA is zeer kritisch op de beperking van de dagopvang van ouderen. Beperking van de dagopvang kan grotere eenzaamheid onder ouderen tot gevolg hebben.

Almere Senior City
 Het CDA heeft in de afgelopen raadsperiode een conferentie georganiseerd onder de titel Senior City. Vertegenwoordigers van een groot aantal organisaties uit Almere (zorgorganisaties, maar ook ouderenbonden) heeft hieraan deelgenomen.
Conclusies uit deze conferentie waren onder andere:

  1. Niet alleen de grote organisaties als Zorggroep en De Schoor faciliteren maar ook kleinschalige initiatieven die van onderaf uit de samenleving ontstaan.
  2. Koester de vitale ouderen, zij zijn de grootste groep mantelzorgers en vrijwilligers. Waardeer en stimuleer hun activiteiten.
  3. Eenzaamheid kan voorkomen worden door vroegtijdig vergroten van sociale netwerken.
  4. Het aantal betaalbare seniorenwoningen (in de buurt en dicht bij voorzieningen) moet sterk toenemen de komende jaren.
  5. Voorkom een digitale kloof: zorg dat mensen die niet uit de voeten kunnen met internet, hun noodzakelijke informatie over de gemeente en voorzieningen ook op andere manier krijgen.

Het CDA brengt deze punten voortdurend onder de aandacht van de gemeenteraad en het College van Burgemeester & Wethouders.

Eenzaamheid is zeker niet alleen iets van ouderen. Mensen van alle leeftijden kunnen te maken krijgen met eenzaamheid.  De oorzaken van ernstige eenzaamheid kunnen divers zijn: intens verdriet door het verlies van een partner  (emotionele eenzaamheid), het ontbreken aan menselijke contacten (sociale eenzaamheid) of het gevoel buiten spel geplaatst te zijn (existentiële eenzaamheid). De huidige aanpak van eenzaamheid blijkt niet of nauwelijks effect hebben. Het CDA wil dat er een aanpak komt tegen eenzaamheid die gericht is op de oorzaken van eenzaamheid. Het voorkomen van ernstige eenzaamheid door initiatieven die mensen preventief helpen hun sociale netwerk te vergroten is daarnaast belangrijk. Verbinden is ook hier het sleutelwoord. Een netwerk van gemeente, maatschappelijke organisaties, werkgevers, wijkteams etc. moet ingericht worden en een plan van aanpak tegen eenzaamheid opstellen en uitvoeren. Zij maken daarbij gebruik van ervaringen van andere gemeenten en internationaal onderzoek. Mogelijk kunnen ook de kerken hier een rol in spelen.

4.5 Jeugdbeleid
Het CDA ziet lokaal jeugdbeleid als het startpunt voor het voorkomen van veel sociale problemen in de toekomst. Het accent moet liggen op het voorkomen van problemen en vroegtijdige signalering als er iets verkeerd gaat. De gemeente moet de kans aangrijpen om het totaal aan instellingen rond jeugdzorg op elkaar af te stemmen. Voorkomen moet worden dat de hulp aan jongeren blijft steken op discussies tussen instellingen.
Een groot aantal jongeren drinkt te veel alcohol. Ouders, politie, zorgverleners, scholen, horeca en natuurlijk jongeren kunnen samenwerken om een sfeer te scheppen waarin het normaal is om nee te zeggen tegen overmatig alcoholgebruik. Het convenant veilig uitgaan wordt op dit punt uitgebreid. De voorlichting op scholen wordt versterkt door ouders hierbij te betrekken. Verslavingsproblemen vereisen een lange adem, kortdurende afkickprogramma's zijn niet voldoende en moeten gevolgd worden door langdurige begeleiding.
Jongeren in Almere experimenteren vaak met softdrugs. Het gedoogbeleid van tientallen jaren heeft er voor gezorgd dat mensen denken dat drugsgebruik legaal en normaal is. In de voorlichting moeten de schadelijke effecten vooral voor jongeren benadrukt worden (zie verder Hoofdstuk Veiligheid over drugsbeleid).

4.6 Personen met verward gedrag
Het aantal personen met verward gedrag stijgt de laatste jaren. Met hun gedrag vormen deze mensen vaak een gevaar voor zich zelf en hun omgeving. Het CDA vindt compassie voor deze personen essentieel en wil dat in samenwerking met de buurt hulpverlening en opvang goed geregeld wordt. De toename van het aantal verwarde personen wordt (mede) veroorzaakt door te snelle afbouw van GGZ-voorzieningen. Eenzelfde afbouw zien we in de ouderenzorg, jeugdzorg en maatschappelijke opvang. Het CDA wil hiervan leren en bewaken dat we eerst gezorgd hebben voor een goede opvang in huis en buurt voordat tot afbouw van voorzieningen wordt over gegaan.

Speerpunten:

  • Het CDA vraagt blijvend aandacht voor keuzevrijheid van betrokkenen in de zorg en het behoud van veelkleurigheid van organisaties.

  • Het CDA wil de zeggenschap van zorgvragers vergroten bij ieder stadium van hulpverlening. Dit betekent extra aandacht voor toezicht, klantrecht, communicatie, inspraak en medezeggenschap. 

  • Het CDA is voor een integrale en wijkgerichte manier van werken. De vraag en de mogelijkheden van de betrokkene moeten centraal staan. Mogelijkheden voor variatie per wijk en een wijkbudget moeten onderzocht worden.

  • Het CDA wil meer ruimte voor Persoons Gebonden Budget (PGB) 

  • Het CDA hecht aan continuïteit van zorgverleners in belang van de zorgvrager.

  • Het CDA vindt dat er een breed samenhangend ouderenbeleid moet komen.

  • Het CDA wil regionale en lokale schrap-sessies ten aanzien van regelgeving en een 'oud voor nieuw' afspraak.

  • Het CDA wil een pact tegen eenzaamheid.

  • Het CDA wil dat bij de afbouw van voorzieningen eerst geborgd wordt dat de hulp thuis voldoende is geregeld. Dus: eerst opbouw dan afbouw.

 

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.