Zandwinning

De Fryske Marren Debat en Beslút 13 februari 2019

 

Geachte voorzitter,

Omdat we ook gasten/luisteraars hebben van buiten onze gemeente/provincie doe ik mijn betoog in het Nederlands.

Voor ons ligt het voorstel van het college van B&W aan de gemeenteraad De Fryske Marren om vast te stellen het bestemmingsplan Industriezandwinning IJsselmeer en het vaststellen van het beeldkwaliteitenplan werkeiland IJsselmeer.

Onze gemeente heeft de laatste niet te klagen gehad over aandacht in de regionale en landelijke pers. Maar of we dit allemaal zo hebben bedacht en gewild is nog maar de vraag. Deze prachtige gemeente verdient een ander uithangbord, ik denk dat we het daar met zijn allen snel over eens zijn. Waarover we het binnen onze gemeenschap niet eens zijn, is het verzoek van een ondernemer om activiteiten te ontplooien die leiden tot het aanleggen van werkeiland en het winnen van zand uit het IJsselmeer. Wat het CDA zorgen baart en verwerpelijk is, is dat bewoners binnen onze gemeente bedreigd en bejegend worden door mensen die een ander standpunt hebben. Nogmaals dit is zeer verwerpelijk en onaanvaardbaar. Het mag en kan niet zo zijn dat deze acties leiden tot beïnvloeding van het stemgedrag van onze 31 raadsleden. Laten we elkaar in petearen en debatten overtuigen van ieders standpunt met respect voor elkaar. Dat is democratie: een voorrecht waar onze voorouders hard voor hebben gestreden!

Er is veel emotie van tegenstanders om te komen tot de uitvoering van het plan om zand te winnen. Wij als CDA begrijpen dat en het is als volksvertegenwoordigers ook onze plicht te luisteren naar wat er leeft in de gemeenschap. Deze uitingen van de belanghebbenden en de gesprekken met bewoners zijn binnen de fractie van het CDA de laatste tijd elke keer geagendeerd. We hebben vragen gesteld aan het College, we hebben de mensen te woord gestaan, opgezocht en zijn naar het gebied geweest.

Anderzijds is het onze plicht als raadslid, en dat geldt voor ieder raadslid, om de bestuurlijke verantwoordelijkheid te nemen die van je wordt gevraagd. Waar gaat het in essentie om. Ruim 10 jaar geleden heeft het bedrijf Royal Smals een verzoek gedaan aan de gemeente Gaasterlân-Sleat om onderzoek te mogen doen om zand te winnen uit het IJsselmeer. De gemeente heeft kort gezegd positief ingestemd met het verzoek om te onderzoeken wat de gevolgen zijn voor natuur, visserij, recreatie, drinkwater, omgeving en zo meer. De gemeenteraad van Gaasterlân-Sleat was onder aansturing van FNP-wethouder Bonnema unaniem accoord om dit traject in te zetten. De gemeenteraad werd destijds gevormd door FNP, CDA, VVD, PvdA en ChristenUnie. We hebben vorige week nog op de voorpagina van de Leeuwarder Courant het feestje van destijds kunnen aanschouwen.

Royal Smals is aan de slag gegaan en heeft de afgelopen jaren veel inspanningen verricht en kosten gemaakt. Zo zijn de bewoners in het gebied, instellingen en organisaties betrokken bij de planvorming. Verantwoording is afgelegd aan de overheden, zoals gemeente, provincie, Wetterskip en Rijkswaterstaat. Voorts is aangegeven hoe zij het proces hebben doorlopen en hoe zij de inrichting van het werkeiland zien en welke effecten daar aan kleven. Wat daarbij opvallend is dat o.a. natuurorganisaties volop betrokken zijn bij dit proces door vertegenwoordiging in klankbordgroepen en nu door druk van buitenaf zich afkeren tegen het voorstel. Dit is vrij gemakkelijk en je mag je afvragen waar blijft hun verantwoordelijkheid.

Wat veel besproken is, is de Milieu Effect Rapportage (afgekort de MER)in het kader van deze planvorming en onderdeel uitmakend van bestemmingsplan. Wat betekent een MER-rapportage. Het rapport brengt in beeld de effecten voor het milieu als de plannen worden uitgevoerd zoals deze zijn omschreven. Het blijkt dat afgelopen jaren na advies van de onafhankelijke Commissie MER, deze rapportage drie keer is aangepast om tegemoet te komen aan deze adviezen. De uiteindelijke uitkomst is, lees ook de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 21 december 2018: ik citeer: “hieruit is gebleken dat de activiteit geen significante effecten heeft op beschermde natuurwaarden”. Er wordt door betrokkenen aan ons als raadslid aangegeven dat de MER niet klopt. Je kunt over de inhoud van de MER geen oordeel vragen van een raadslid, omdat deze expertise ontbreekt. Wel mag je vragen wat een raadslid doet met de conclusies van het rapport. En laten we duidelijk zijn als er onwaarheden in staan dan is er maar één weg te gaan en dat is naar de Raad van State. Alle zogenaamde deskundigen ten spijt, voor het CDA is de conclusie van de MER leidend en mocht blijken dat bij bezwaar en beroep dit anders is, dan zullen we dit uiteraard respecteren.

Wat is er veranderd tussen 2009 en 2019? Heel veel en dat zal ik niet allemaal benoemen. Echter één constatering wil ik wel benoemen die veel eerder ligt. In 1960 telde Nederland 11,4 miljoen inwoners en vandaag 17.3 miljoen. In nog geen 60 jaar een stijging van meer dan 50%! Echter de oppervlakte van Nederland is nagenoeg gelijk gebleven. Al deze collega-inwoners willen een huis, een baan, een school, recreëren en van de natuur genieten. Ik hoef u niet uit te leggen welke druk dit legt op ruimte en de gevolgen voor bijvoorbeeld de natuur. Zit hier niet de kern van de reactie en acties? Wij als CDA begrijpen dit en je mag je afvragen in hoeverre kunnen en mogen we de natuur belasten. Vanuit rentmeesterschap vraagt dit zorgvuldige afwegingen. Echter wat nu voor ligt is van andere orde en kent zoals reeds aangeven een lange geschiedenis. Om het helder neer te zetten is hier sprake van een verzoek van een ondernemer die de gemeente vraagt om iets te ondernemen binnen de geldende wet- en regelgeving. Daaraan wordt voldaan en in de allerlaatste fase ontstaat er felle tegenstand tegen dit verzoek. Je kunt stellen het eindstation van de trein is in zicht maar wordt zoals het nu lijkt niet gehaald. Bij rentmeesterschap past in de ogen van het CDA ook, dat je gemaakte afspraken nakomt naar onze burgers, maar ook naar bedrijven.

Dan de brief van de Minister. Naar aanleiding van het wetgevingsoverleg op 26 november vorig jaar hebbende 2e-kamerfracties van D66, GroenLinks en ChristenUnie vragen aan de Minister gesteld over de zandwinning in het IJsselmeer. Het is zeker een aanrader om deze brief goed te lezen en dan vooral ook bijlage 1 met de tijdlijn. Voorzitter ik noem enkele passages uit die brief zonder volledig te willen zijn:

  • Het initiatief heeft een aanloop gehad van meer dan 10 jaren.
  • Een open communicatieproces met omgeving, meerdere inspraakavonden, klankbordgroepen met vertegenwoordigers van natuurorganisaties, visserij en recreatie.
  • Minister heeft medewerking verleend aan Smals om werkeiland aan te leggen (via Barro).
  • De finale afweging wordt middels een bestemmingsplan gelaten aan gemeente De Fryske Marren.
  • Geen significante effecten op beschermede natuurwaarden.
  • “Ik (lees de Minister) ben van mening dat de overheden zorgvuldig zijn omgegaan met de procedures ter voorbereiding van de besluitvorming. Voor de vereiste wijziging bestemmingsplan is laatste woord aan gemeente De Fryske Marren.

Vandaag hebben wij nog een aanvullende reactie van de Minister ontvangen. Dit naar aanleiding van vragen van GroenLinks. De uitkomst heeft u kunnen lezen, sluit aan bij de eerdere brief en geeft geen aanleiding om een ander standpunt in te nemen.

Voorzitter er is veel gezegd door voor- en tegenstanders. Er is veel werk verzet door diverse instanties, bedrijven en ambtenaren om zo goed mogelijk de vragen te beantwoorden om ons als raadsleden te voeden en om daaruit een afweging te maken. Daar hebben we veel waardering en respect voor. Toch zijn er gebeurtenissen en voorvallen die ons zorgen baren en verwerpelijk zijn. Ook hiervoor geldt wie de schoen past, trekke hem aan:

  • De bedreigingen, bejegeningen en mogelijk fysiek geweld naar direct betrokkenen (inwoners) en zo ook raadsleden.
  • Het wegzetten van Royal Smals als een bedrijf dat niet integer zou zijn.
  • De over het algemeen éénzijdige berichtgeving in de pers.
  • Dat de gemeente jaarlijks € 100.000 ontvangt; dit gaat in een fonds dat los staat van de gemeente en nog bepaald moet worden wie dit beheert (Smals zit er in ieder geval niet bij). Deze gelden worden aangewend voor natuur en duurzaamheid.

Kortom het geld komt niet op de bankrekening van onze gemeente.

  • Het eiland mag er wel komen, maar liever dichter bij de Noord Oost Polder: dus not in my backyard

Voorzitter, daarnaast wil ik nog andere feiten benoemen die ook niet onderbelicht mogen blijven:

  • In 2015 heeft Smals een uitvoerige presentatie gegeven voor de gemeenteraad.
  • In 2016 is het vliegtuigwrak geborgen. Veel inzet van vrijwilligers en waardering voor deze berging. Kosten zijn betaald door Rijksoverheid en Royal Smals. Heeft gemeente De Fryske Marren geen cent gekost. (alleen de externe voorlichter hebben wij betaald, maar het was ook onze eigen keus om deze in te zetten). Geen enkele fractie heeft destijds een voorbehoud gemaakt met betrekking tot de zandwinning.
  • Diverse vragen zijn gesteld over nut en noodzaak van het winnen van zand. Dit is niet een afweging die de gemeenteraad moet maken, maar een onderneming zelf. Wel een afweging die de gemeenteraad moet maken, maar een onderneming zelf. Wel gaat de gemeente over de effecten als gevolg van initiatieven die bedrijven willen ontwikkelen in onze gemeente.
  • Onduidelijkheid over de gevolgen voor de kwaliteit van het drinkwater; deze zijn uit onderzoeken niet gebleken.
  • Een MER-rapportage wordt opgesteld en betaald door de opdrachtgever (lees Smals).
    Dat is conform de voorwaarden, met een objectieve toetsing van het MER-rapport. Dit is een wezenlijk onderdeel. En zoals ik eerder aangaf is bezwaar en beroep hierop mogelijk.

Door diverse personen is aangegeven dat wij als raadsleden voor een behoorlijke klus en afweging staan. Dat geldt ook voor het CDA. Toch willen wij u aangeven welke afwegingen/argumenten de fractie van het CDA heeft gemaakt om in te stemmen met het College-voorstel en vragen nadrukkelijk aan de collega raadsleden dat ook te doen op basis van de feiten:

  • Wij hebben geconstateerd dat het proces zorgvuldig is doorlopen en er zijn tot heden geen redenen en argumenten aangetoond die ons overwegen om een ander standpunt in te nemen. Kortom een zorgvuldig proces.
  • De MER geeft aan dat er geen significante effecten zijn voor het gebied.
  • Er is een economisch belang, ook voor de regio, die een positief effect heeft op werkgelegenheid/leefbaarheid.
  • Door onderzoeken is aangetoond dat deze locatie het minste nadelig effect heeft op de natuurwaarden in Nederland.
  • Er is nadrukkelijk aandacht voor de natuur rondom het werkeiland met als voorbeelden mosseleilanden (stranden).
  • Er is een nationaal belang voor het winnen van zand om Nederland en zo ook Fryslân en ook De Fryske Marren te laten door ontwikkelen op gebied van infrastructuur (lees woningen en wegen).
  • Ruim 10 jaar lang is een zorgvuldig proces doorlopen met betrokkenen zonder enige vorm van wanklank of twijfeling. En dan nu ineens heel veel weerstand zonder inhoudelijke onderbouwing.

Voorzitter, ben er bijna door met mijn relaas. Toch wil ik de gemeenteraad vragen het volgende in overweging te nemen. Wat al eerder genoemd is door de coalitiepartijen dat dit dossier een gelopen race is. De praktijk lijkt en blijkt waarschijnlijk anders. Natuurlijk kun je vraagtekens zetten bij een verdere belastbaarheid van de natuur in het IJsselmeer. Kijk naar de windmolens en de beoogde vliegroutes van en naar Lelystad. Dat vinden wij als CDA ook. Het zou ons als gemeente sieren om onze afspraken na te komen en ons te beraden op toekomst om samen met andere overheden en betrokkenen de discussie aan te gaan: wat willen met het IJsselmeer. Zie ook “Ambitiedocument IJsselmeer 2050”. Echter om een particulier initiatief in het zicht van de haven de nek om te draaien, met voornoemde argumenten, kan niet.

 

Jan van ZandenFractievoorzitter CDA-fractie De Fryske Marren

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.