Wonen

• Bouwen voor de midden- en hoge inkomensklassen krijgt prioriteit. Hierdoor wordt de doorstroming bevorderd en komen er meer huizen vrij voor starters en mensen van buiten de gemeente. Van belang is dat er voldoende aanbod is van sociale huurwoningen.

• Ook in de dorpen moet het bouwen van nieuwe huizen mogelijk blijven. In eerste instantie valt dan te denken aan inbreiding, waardoor braakliggende stukken grond in de bebouwde kom een goede woonbestemming krijgen. Wel zullen we in het oog moeten houden dat voor spelen en recreëren genoeg groen overblijft in de dorpen. De wijk Steenslân in Stiens kan doorgebouwd worden en mag waar nodig worden uitgebreid.

• Er moet een ‘groene toets’ komen voor nieuwe woningen, zodat in een oogopslag duidelijk is hoe duurzaam en energiezuinig ze zijn.

• In sommige wijken in stad en dorpen is een kwaliteitsslag nodig, vanwege (dreigende) verloedering en leegstand. Om die tegen te gaan zijn duidelijke afspraken met woningcorporaties nodig. Portiekflats uit de jaren ’50 en ’60 moeten worden gerenoveerd of gesloopt. Sloop is alleen een optie als dit een duidelijke meerwaarde heeft voor de directe woonomgeving.

• Er moet in de stad genoeg goede huisvesting voor studenten zijn. Daarbij wordt zoveel mogelijk gekozen voor concentratie van studentenwoningen rondom de Kenniscampus en binnenstad.

• We willen inzetten op meer levensbestendige woningen: huizen waarin mensen een leven lang kunnen wonen. Een goed voorbeeld hiervan is de nieuwbouw aan de Lutskedyk in Stiens. Dit soort woningen moet in de dorpen vooral in en rondom het centrum gebouwd worden.

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.