30 juni 2012

Gemeenteraad Súdwest-Fryslân stemt in met 12 miljoen euro besparingen

Een meerderheid van de gemeenteraad van Súdwest-Fryslân heeft donderdag 28 juni het pakket aan besparingen goedgekeurd. De komende jaren, tot en met 2016, moet er 12 miljoen euro worden bespaard. Een deel van de besparingen worden in de eigen organisatie gerealiseerd, andere besparingen treffen de Mienskip. Enkele weken geleden zijn verenigingen en instellingen al hierover geïnformeerd. Nu het besluit definitief is, worden diezelfde instellingen binnen enkele weken op de hoogte gebracht van de effecten hiervan.

De CDA-fractie heeft hierbij samen met PvdA, VVD en D66 twee amendementen ingediend. In zijn betoog ging CDA-fractievoorzitter Hans Visser hier uitgebreid op in.

Extra geld

Het eerste amendement gaat in op het genereren van geld en waarop deze partijen niet willen bezuinigingen. De partijen denken, dat geld binnen gehaald kan worden op de regionalisering van de brandweer, subsidiestromen en kapitaalgoederen. Tegelijkertijd willen de partijen geen vermogenstoets en geen bezuiniging op de rekenkamer. Daarmee hebben deze partijen niet alleen gezegd waarop zij niet willen bezuinigen, maar hebben zij ook gezorgd voor een financiële dekking.

Haalbaarheid

Het tweede amendement gaat in op de haalbaarheidsonderzoeken en de financiële kaderstelling.
Veel van de bezuinigingsvoorstellen moeten worden gezien als kaderstellend en dienen als uitgangspunt voor de opzet van de meerjarenbegroting. CDA, PvdA, VVD en D66 hebben zich afgevraagd of een aantal van die voorstellen een dusdanige concreetheid in zich hebben dat zij ook als kaderstellend kunnen dienen. Als voorbeelden werd het gemeentelijk sportbedrijf of een externe verzelfstandiging daarvan genoemd, waaronder de zwembaden, sportaccommodaties e.d. Ook de afvalverwerking werd als voorbeeld genoemd. De vier partijen denken dat deze gemeente een structurele besparing kan realiseren wanneer zij haar afvalsturing bij derden gaat neerleggen, denk in dit kader aan Omrin. De partijen willen de discussie aangaan met het college, maar dan wel gestoeld op feiten en niet op aannames.

Begroting gezond houden

Nederland heeft te maken met de gevolgen van de economische crisis. Dit heeft zijn weerslag op gemeenten en vanzelfsprekend ook op de gemeente Súdwest-Fryslân. De rijksoverheid schuift bovendien taken door naar gemeenten, die veelal met minder geld uitgevoerd moeten worden. De gemeente Súdwest-Fryslân ontkomt er niet aan om, net als alle andere gemeenten, fors te besparen.´Dit is noodzakelijk om de gemeentelijke begrotingen voor de komende jaren gezond te houden´,aldus CDA-wethouder Maarten Offinga.
Bij het onderzoek naar de besparingsmogelijkheden is allereerst gekeken naar de gemeentelijke organisatie zelf. Er is besloten om de komende jaren vijf procent op het personeelsbestand te besparen. Daarnaast wil de gemeente de komende jaren nog efficiënter gaan werken.

Afbouw subsidies

Op verschillende terreinen bouwt de gemeente subsidies af. Volgens wethouder Offinga zijn het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad zich meer dan terdege bewust dat de besparingen de Mienskip treffen. Inwoners met een smalle portemonnee blijven buiten schot. De bestaande minimaregelingen worden niet aangetast. En zo wordt bijvoorbeeld de vermogenstoets niet toegepast in de gemeente Súdwest-Fryslân.
De gemeenteraad heeft verder besloten om de komende jaren te besparen op onder andere kunst en cultuur en op de bibliotheken. Uitgangspunt hierbij is dat instellingen in deze sector binnen de gemeente gelijk worden behandeld. De gemeente onderzoekt op welke manier deze besparingen uitgevoerd kunnen worden. Dit geldt ook voor de gemeentelijke informatiepagina Ta jo Tsjinst. De gemeente kijkt de komende maanden naar de mogelijkheden om de bekendmakingen digitaal beschikbaar te stellen. Voorwaarde voor de communicatie is dat inwoners goed op de hoogte blijven van het gemeentelijke nieuws.


Meer:

Overwegingen bij de bezuinigingen door Hans Visser
Amendement I
Amendement II

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.