22 oktober 2014

Beleidsnota Jeugdzorg

De 3e transitie…Jeugd

Ook bij deze transitie ligt een dikke beleidsnota met bijbehorende verordening voor. Veel zaken staan beschreven, maar weinig zaken staan uitgewerkt. Er staat dus wel dat er veel gaat gebeuren, maar er staat vaak niet hoe dit precies vormgegeven gaat worden.

Het CDA vind het voor dit moment het allerbelangrijkst dat de wethouder de garantie geeft dat alle huidige zorgvragers voor 1 januari 2015 in beeld zijn en dat voor hen de zorg echt gecontinueerd wordt.

Het jaar 2015 is een overgangsjaar, het CDA wil daarom dat komend jaar goed bekeken wordt hoe de zorg, op alle fronten verloopt. En dat de beleidsnota indien nodig wordt aangevuld en bijgesteld en dat dus niet krampachtig vastgehouden wordt aan het nu vast te stellen beleid, wanneer blijkt dat zaken niet goed werken. 

Binnen alle transities, dus ook binnen de jeugdhulp valt, volgens het CDA veel winst te halen door te ‘voorkomen in plaats van te genezen’.  Ook in de beleidsnota is te lezen dat betreffende de jeugd, vooral het CJG en OT, maar ook Buurt aan Zet voor deze preventie moet zorgen. Belangrijk hierbij is dat deze diensten beter zichtbaar worden voor de burgers en dat de diensten steeds beter gaan functioneren. Wat betreft zichtbaarheid vindt het CDA het feit dat drie weken geleden een huis aan huis krant betreffende het CJG is rondgebracht positief. Het CDA vindt het belangrijk dat het functioneren van de diensten CJG, OT en BAZ in 2015 geëvalueerd worden en dat bekeken wordt wat wel en niet werkt zodat zaken tijdig bijgestuurd, veranderd, toegevoegd of weggehaald kunnen worden, zodat de burger zo goed mogelijk wordt bediend en het preventieve aspect zo effectief mogelijk wordt uitgevoerd.

Behalve net genoemde diensten die via de gemeente geleverd worden, bestaan veel meer voorzieningen die belangrijk zijn bij het voorkomen en vroegtijdig signaleren van problemen bij de jeugd. Deze diensten zijn o.a. peuterspeelzalen, kinderopvang, scholen, verenigingen, jeugdgezondheidszorg en jongerenwerk. Het CDA vindt het daarom erg belangrijk dat deze voorzieningen goed op peil blijven. 

Net als bij de WMO geldt ook bij de jeugd dat er binnen 1 gezin, 1 plan en 1 regisseur moet zijn. Het CDA vindt het van wezenlijk belang dat wanneer zich binnen 1 gezin problemen  voordoen die zowel bij WMO en Jeugd en Participatie horen dat er geen onnodige procedures en regels bestaan om deze verschillende vormen van ondersteuning te kunnen krijgen. Ook dienen instanties die binnen zo’n gezin betrokken zijn, goed samen te werken. Omdat er soms tegenstrijdige belangen bestaan bij instanties, kan dit voor frictie zorgen. Voor de gemeente ligt hier een belangrijke taak in signaleren en oplossen van dergelijke problematiek.

Wanneer het preventieve kader en de lichte jeugdzorg onvoldoende zijn, is specialistische jeugdzorg noodzakelijk. Om hierin het zorgaanbod te kunnen garanderen is deze zorg regionaal geregeld. Goede overleggen en uniformiteit op regionaal niveau zijn daarom onontbeerlijk.

Het CDA stelt dat de zorg direct en voorwaardelijk geboden dient te worden. Hierbij gaat het CDA uit van het vertrouwen in de burger. De burger stelt de zorgvraag zelf en aan de keukentafel wordt gezocht naar de best mogelijke oplossing. Hierbij wordt eerst gekeken naar wat de eigen kring kan doen en aanvullend wat de gemeente kan bieden. Ondersteuning is in principe een tijdelijke zaak, maar wanneer deze chronisch noodzakelijk is, dan moet deze ook geboden worden.

Het beleid van de gemeente dat veelvuldig het woord maatwerk gebruikt, sluit hierbij goed aan.

Betreffende het uitgaan van het vertrouwen in de burger vindt het CDA dat de zorgvrager waar mogelijk zelf regisseur blijft middels PGB over zijn eigen zorg en dat ZIN wordt ingezet wanneer de zorgvrager aangeeft dit te willen.

De Wet maakt het gebruik van PGB er niet makkelijker op, maar maakt het ook zeer zeker niet onmogelijk.

Om aan de wens van het CDA betreffende eigen regisseur tegemoet te komen is het noodzakelijk dat de gemeente bijzonder vraaggericht omgaat met de motivatie van de zorgvrager betreffende de wens van PGB.

PGB is namelijk een goed middel om specifieke diensten, kleine aanbieders en niet professionals hun goede vraaggerichte maatwerk te laten doen.

Als laatste wil het CDA benadrukken dat er al veel belangrijk werk verzet is door de ambtenaren en het college, maar het werk is nog niet klaar. Het is een proces dat voortdurend gemonitord en waar nodig bijgestuurd moet worden. Het CDA vindt het hierbij belangrijk dat de gemeenteraad betrokken blijft bij dit proces en bij belangrijke zaken beslissingsbevoegd is.

Zelma van Alstede

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.