22 oktober 2014

Beleidsnota Wmo

Het CDA heeft met veel belangstelling kennis genomen van de beleidsnota en de bijbehorende verordening van de WMO. We hebben veel goede voornemens en afspraken gelezen.

Belangrijke speerpunten van het CDA, zoals het invoeren van het noaberfonds, het behoud van de huishoudelijke hulp, de zorg voor de mantelzorger, de financiële middelen die instanties kunnen krijgen voor innovatie, de nadruk op preventie en activering van mensen, zodat men zo lang mogelijk op eigen kracht kan functioneren en eenzaamheid en problemen voorkomen kunnen worden, staan verwerkt in deze beleidsnota.

Buiten al deze goede zaken, zijn helaas ook nog veel zaken onduidelijk. Bij vele onduidelijkheden is de gemeente afhankelijk van derden en kan de gemeente niet anders doen dan anderen aansporen zo snel mogelijk voor duidelijkheid te zorgen, zodat de gemeente voor antwoorden kan zorgen. Dat deze antwoorden er nu nog niet zijn, zorgt wel voor onrust bij de hulpbehoevende burger en zijn netwerk. Graag worden we op de hoogte gehouden van de nieuwste ontwikkelingen en krijgen we de gelegenheid om hierin mee te blijven denken en beslissen. Behalve dat wijzelf graag op de hoogte gehouden willen worden, vinden wij dat er een grote taak bij de gemeente ligt, om de burger van de gemeente Aalten op de hoogte te brengen en te houden van de ontwikkelingen, zodat de onrust, zorgen en vooral de onduidelijkheid zoveel mogelijk wordt weggenomen. Het CDA vindt het hierbij ook van belang dat zo min mogelijk nieuwe woorden en regels bedacht worden voor reeds bestaande diensten.

 De drie beleidsnota’s betreffende de transities vertelt ons dat er maatwerk geleverd gaat worden. Het CDA zou dan ook graag zien dat er professionals ingezet worden om de indicaties te bepalen. Om echt maatwerk te leveren, moet niet alleen een standaard lijst afgewerkt worden, de ene persoon heeft n.l. meer draagkracht dan de ander. Ook moet hierbij niet alleen de client, maar ook diens naasten betrokken worden. Niet zelden is het dat de client de eigen problemen moeilijk onder woorden brengen kan, zijn eigen problemen anders ervaart dan zijn omgeving, of zijn eigen problemen zelfs niet eens erkent. En het moet mogelijk zijn om, indien er meerdere zorgvragen zijn, ook meerdere financieringsvormen ingezet kunnen worden. Zo moeten vrijwilligers, mantelzorgers, mensen die vanuit een instelling middels ZIN werken en een PGB budget naast elkaar kunnen bestaan.

De gemeente is voornemens te voorkomen dat mensen tussen het spreekwoordelijke ‘wal en schip’ vallen. Dit is een mooi doel. Om dit doel te bereiken moet verder gekeken worden dan de standaardlijsten, zoals ik zojuist benoemd heb, maar moet ook voorkomen worden dat in hokjes gedacht wordt. Zo moet een jongere, die binnen de Jeugdwet valt, wel in aanmerking kunnen komen voor een noodzakelijke rolstoel, waarvoor je bij de WMO moet zijn. Ook mensen die verwezen worden naar de Wet Langdurige Zorg, en waarbij de gemeente dus een WMO voorziening mag weigeren, moet wel een beroep op de WMO kunnen doen, tot daadwerkelijk verhuisd is naar een instelling. Het CDA ziet graag dat de gemeente hier zorg voor draagt.

Binnen de WMO en bij de beleidsnota jeugd kunnen mensen kiezen voor een budget in ZIN of in PGB. De wet vertelt ons dat in principe eerst een budget voor ZIN wordt aangeboden met daarbij een voorziening die dit kan leveren. Deze wet vertelt ons ook dat de zorgvrager goed voorgelicht dient te worden over de inhoud mogelijkheden en consequenties van zowel ZIN als PGB. En deze wet vertelt ons dat de zorgvrager kan kiezen voor een PGB wanneer deze kan motiveren, waarom een PGB beter geschikt is dan de aangeboden ZIN voorziening. De ruimte voor de gemeente ligt hierin dat in de wet niet vaststaat, waar deze motivatie aan moet voldoen. Het CDA wil graag van de wethouder horen of deze voornemens is om, in het kader van maatwerk en in het kader van vertrouwen geven, de motivatie van de zorgvrager altijd serieus genomen wordt en indien wordt voldaan aan de noodzakelijke wettelijke voorwaarden betreffende PGB in principe het PGB verstrekt zal worden.

Veel onderdelen van de zorg gaan vanaf 1 januari 2015 naar de gemeente. Echter er blijft ook zorg bestaan die landelijk geregeld wordt en er blijft zorg bestaan die via de zorgverzekeringswet geregeld wordt. Dit kan verwarrend zijn voor de burger. Hier ligt voor de gemeente een taak om duidelijkheid te scheppen.

Ook dient er duidelijkheid gegeven te worden betreffende de eigen bijdrage. De gemeente mag een eigen bijdrage vragen, landelijk is vastgelegd welke eigen bijdrage verplicht is en via de zorgverzekeringswet heb je alleen je eigen risico. Het is wenselijk om zoveel mogelijk uniformiteit te krijgen voor de eigen bijdrage. Dit geldt ook voor de gemeenten onderling.

 Binnen de beleidsnota WMO wordt  net als bij de beleidsnota jeugd gesproken van het streven naar zo min mogelijk bureaucratie. Het CDA kan dat alleen maar toejuichen. We weten echter ook dat er veel nieuwe taken bij de gemeente komen te liggen. Om zicht te krijgen op de uitvoering van deze taken zijn regels onontkoombaar. Gevaar van juist meer bureaucratie ligt dan op de loer. Het CDA zou graag zien dat de gemeente over één jaar onderzoekt hoeveel tijd er aan overhead/regels is besteed door de diensten die de gemeente levert, zoals het ToegangsTeam. En dat dit onderzoek gebruikt wordt om, indien nodig zaken bij te stellen, zodat gewaarborgd wordt dat zoveel mogelijk van de tijd van de ondersteuner aan de cliënt zelf besteed kan worden.

 In de beleidsnota van de drie transities staat dat vanaf 1 januari 2015 veel taken betreffende de zorg naar de gemeente gaan. Tegelijkertijd wordt er een flinke efficiëntie korting van 25-40% doorgevoerd door het rijk.

Om de kosten beheersbaar te houden, wordt steeds meer gekeken naar wat de zorgvrager zelf nog kan, wat diens netwerk op kan vangen middels mantelzorg, wat door vrijwilligers gedaan kan worden, wat door een voorliggende voorziening gedaan kan worden en wanneer dit allemaal onvoldoende is, dan pas wordt gekeken naar een maatwerkvoorziening.

Wat hierbij belangrijk is, is dat mantelzorg en zorg middels vrijwilligers laagdrempelig moet  zijn. Dit kan alleen, wanneer deze vorm van zorg straks niet moet voldoen aan allerlei kwaliteitseisen en andere regels. De gemeente dient er daarom zorg voor te dragen dat deze mensen, die veel goed en belangrijk werk doen, niet te maken krijgen met een hele papier winkel.

Zoals net al even genoemd wordt er per 1 januari 2015 een flinke efficiëntie korting doorgevoerd. Deze wordt direct doorberekend naar de zorgaanbieder. Tegelijkertijd geldt dat de zorg in ieder geval in 2015 gecontinueerd dient te worden (uiteraard alleen indien de indicatie tot minimaal in 2015 doorloopt). Wanneer een zorgaanbieder vanwege de korting deze zorg continuiteit niet kan waarborgen, dient de gemeente in te grijpen. In de beleidsnota is hier niets over geschreven. Hoe denkt de wethouder hiermee om te gaan?

Wat ook niet in de beleidsnota staat is op welke wijze de mensen die tot 2014 recht hadden, op de inmiddels afgeschafte WTCG en CER worden gecompenseerd. Het CDA wil graag horen hoe de gemeente hiermee om denkt te gaan.

Zelma van Alstede 

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.