Het CDA Culemborg vindt dat Culemborg een visie op de toekomst van Cultureel religieus erfgoed moet krijgen. Tijdens de gemeenteraadsvergadering op 18 april diende het hier een motie voor in. Aanleiding daarvoor was een in november gehouden werkbezoek langs monumentaal erfgoed in de binnenstad en de beschikbare rijksmiddelen om als gemeente een ‘kerkenvisie’ op te stellen. Het CDA ziet mogelijkheden deze middelen ook voor de Culemborg ingezet te krijgen.


Leegstand
In de afgelopen jaren zijn in Nederland al veel kerkgebouwen gesloten en een groeiend aantal kerken staat op het punt om te sluiten. Een door het Rijk gemaakte inschatting laat zien dat er de komende jaren tussen 30 en 80% van alle Nederlandse kerken leeg kan komen te staan. Dat deze monumentale kerken nog in gebruik zijn is vaak te danken aan goede zorg in het verleden, de culturele activiteiten en de vele vrijwilligers die bij al deze activiteiten betrokken zijn. “Maar we moeten reëel zijn en ook samen met de kerken in Culemborg naar de toekomst durven kijken", meent raadslid Van Zandwijk (CDA). “Van de Rooms Katholieke Barbarakerk is het bekend dat het dak vervangen moet worden en van de Grote of Barbarakerk weten wij dat de kosten van het beheer eigenlijk al niet meer op te brengen zijn”.

Stadsvisie
Ook onze recent vastgestelde stadsvisie is er duidelijk over: Zonder monumentale gebouwen als het oude stadhuis, de kerkgebouwen en het Elisabeth Weeshuis zou onze binnenstad er heel anders uitzien. Deze gebouwen vormen een belangrijke identiteitsdrager van onze stad. Ze vertellen ons een deel van de geschiedenis” aldus Van Zandwijk. “Daarnaast spelen deze monumentale gebouwen een belangrijke rol in de huidige culturele infrastructuur van onze stad. Denk aan het drie weekenden durende evenement 'Heilige Huisjes' in het kader van Culemborg 700, de kunstroutes, opera’s, concerten, opvoeringen en manifestaties, zoals recent die rond het Kinderpardon.” 

Duidelijk signaal van kerken
Eind november organiseerde het CDA Culemborg met het CDA Gelderland een werkbezoek langs de vijf monumentale kerken in de binnenstad en het Elisabeth Weeshuis museum. “Voor het CDA was dat een duidelijke wake-up call”. Tijdens het werkbezoek bleek vooral de urgentie. Duidelijk werd dat meerdere kerken het maar net lukt om de gebouwen in stand te houden. Binnen nu en tien jaar staan zij voor de onmogelijke situatie dekking te moeten vinden voor grote uitgaven aan het onderhoud/ verduurzaming en herstel van inrichtingselementen. “Kortom: De kerken staan op het punt om een keuze te maken rondom hun gebouwen. Het maken van die keuzes gaat mogelijk consequenties hebben voor de wijze waarop dit culturele erfgoed voor de komende generaties bewaard en toegankelijk blijft”.

Herijking erfgoedbeleid
Het feit dat in Culemborg wordt gewerkt aan een herijking van het erfgoedbeleid in het kader van de omgevingsvisie en dat er eind vorig jaar door het ministerie van OCW samen met VNG en vertegenwoordigers van kerkorganisaties samenwerkingsafspraken voor de Toekomst van Religieus Erfgoed zijn gemaakt vormen voor het CDA dan ook hét moment om het behoud van het Cultureel religieus erfgoed op de agenda te zetten. “Om aanspraak te kunnen maken op Rijksmiddelen uit de Nationale kerkenaanpak en aanwezige provinciale fondsen dienen wij als gemeente in samenspraak met de gebouweigenaren met een visie te komen” stelt van Zandwijk. Het CDA wil deze kans niet laten liggen. Regeren is vooruitzien. Vanuit dat perspectief ziet de raad graag dat het college nu het momentum pakt om in samenspraak met de kerkeigenaren, burger- en erfgoedorganisaties dit jaar een aanvraag in te dienen bij het ministerie om aanspraak te maken op middelen om deze kerkenvisie op te laten stellen. Met brede steun in de gemeenteraad zegde wethouder Wichgers toe dat het college met de kerken aan tafel gaat om aan deze oproep gehoor te geven. 

Lees hier de ingediende motie.
De gemeenteraadsvergadering is hier terug te kijken.
Lees hier meer over de Nationale Kerkenaanpak.

 

 

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.