Financieel ziet het er somber uit in Culemborg. De rijksbijdrage is naar beneden bijgesteld, er zijn forse tegenvallers rondom de Jeugdzorg/ WMO en de recente vooruitzichten rondom bouwleges en de exploitatie van het zwembad zijn verre van rooskleurig. Het is volgens het CDA Culemborg niet meer op te lossen zonder dat er duidelijke keuzes worden gemaakt. Bij de behandeling van de voorjaarsrapportage en kadernota gaf het CDA Culemborg aan deze keuzes integraal af te willen wegen. Keuzes willen wij daarbij toetsen aan het perspectief van Toekomstbestendigheid en Samenwerkingskracht. Een integrale benadering en de bereidheid tot samenwerken is namelijk nodig  om op alle dossiers vooruitgang te boeken voor de stad.


Evaluatie uitgaven in sociaal domein

Net als veel andere gemeenten heeft Culemborg forse tekorten op de jeugdzorg. De financiële tekorten op de jeugdzorg baart het CDA zorgen. Het is dan ook goed dat er is onderzocht waar de tekorten precies vandaan komen en dat er binnenkort een evaluatie van het Sociaal domein op de agenda staat. Op basis van dit onderzoek en de evaluatie kunnen er toekomstbestendige keuzes worden gemaakt. Insteek van het CDA is om te blijven doen wat nodig is. Als gemeente moeten wij maximaal willen faciliteren dat partijen hierin samen op gaan trekken. Bij dit samen optrekken is de gemeente een gelijkwaardig partner voor betrokkenen in de stad, niet de enkelzijdige uitvoerder of subsidieverlener. 

Behoud van voorzieningen
Het CDA wil voorzieningen voor de stad behouden, maar dit kan niet tegen elke prijs.  De laatste maanden voerde het CDA meerdere gesprekken met organisaties uit de stad die om een (structurele) financiële bijdrage van de gemeente vragen. O.a. et Weeshuis Museum, de Gelderlandfabriek, de Fransche School, het Odensehuis, Stichting Present en het Zwembad vragen om een bijdrage in hun bestaansrecht. Voor het CDA is het vrijwel onmogelijk al deze organisaties tegemoet te komen. Om deze voorzieningen naar de toekomst toe in stand te kunnen houden zal het samenwerkingspotentieel in de stad aangesproken moeten worden. Ook zullen wij vanuit oogpunt leefbaarheid en draagvlak voor voorzieningen, moeten durven inzetten op een groeiend aantal inwoners. Een groeiend aantal inwoners is voor het CDA geen doel op zich maar een middel om het voorzieningenniveau, de identiteit van onze stad en daarmee de leefbaarheid naar de toekomst toe op peil te houden en te versterken. Uiteraard moet deze groei verantwoord plaatsvinden. Het groene en open karakter van onze stad willen wij koesteren. Het CDA kiest daarmee voor een stad die ook op termijn niet stil komt te staan. 

Ambities raadsprogramma bijstellen
Het CDA vindt het niet nodig om een nieuwe kerntakendiscussie te voeren. De huidige financiële situatie maakt het volgens het CDA wel noodzakelijk opnieuw naar de ambities van het met elkaar afgesproken raadsprogramma te kijken. Het CDA ziet daarbij vooral mogelijkheden om beleidsdoelen aan elkaar te koppelen en zaken meer integraal te benaderen. Zo is een onderzoek naar een betere ontsluiting van de Wijk Parijsch onlosmakelijk verbonden met het Gemeentelijke Verkeers en Vervoersplan (GVVP). De gewenste wandelroute van het station naar de binnenstad zou daar logischer wijs ook een plek dienen te krijgen. Deze integrale benadering geldt ook voor de budgetten rond Cultuur en de subsidies voor welzijnsinitiatieven en –organisaties. Een ander voorbeeld om budgetten te gaan bundelen ziet het CDA in de wijze waarop de raad het budget voor ‘de buurt bestuurt’ wenst in te zetten. Door dit budget in te zetten rondom het idee van een ‘boomgeboorteplan’ kan de buurt actief worden betrokken in het vergroenen van de eigen leefomgeving. Zo maken wij samen werk van een stad die klaar is voor de toekomst.

Het CDA heeft ambities om wat van waarde is te behouden en daarbij in te zetten op Samenwerkingsrkacht en toekomstbestendigheid. Graag gaat het CDA samen met partners in de stad aan de slag om deze ambities waar te maken.

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.