Niet overtuigen maar luisteren. Ons Culemborgs CDA-lid (en voormalig gedeputeerde) Jan Jacob van Dijk schreef vorige week een essay over de noodzaak stappen te zetten voor het halen van klimaatdoelstellingen. Draagvlak is onmisbaar. Lees zijn verhaal;

"In mijn tijd als gedeputeerde van Gelderland was ik nauw betrokken bij de onderhandelingen over het nieuwe klimaatakkoord. De vraag is niet of we aan de doelstellingen van het Parijse Akkoord uit 2015 gaan voldoen – dat moet gewoon – maar vooral over de vraag hoe. Dat kan alleen als er een groot draagvlak onder de Nederlandse bevolking is. En dat laatste lijkt lang niet makkelijk te realiseren. In deze bijdrage wil ik een paar elementen noemen die volgens mij een belangrijke rol zouden kunnen spelen in deze discussie. De eerste en belangrijkste stap: echte aandacht voor de ander.

Grote onenigheid lijkt er nog steeds te bestaan over nut en noodzaak van het treffen van maatregelen om het klimaat te beschermen. Weliswaar lijkt inmiddels door iedereen aanvaard te zijn dat de temperatuur op aarde stijgt, de vraag blijft wat de oorzaak daarvan is. Bijna alle wetenschappers menen dat het menselijk handelen een belangrijke bijdrage levert aan die temperatuurstijging. Door de verbranding van fossiele brandstoffen stoten we meer CO2 uit dan eigenlijk verantwoord is. Of het nu de industrie, het verkeer of de verwarming van onze huizen is: we stoten een enorme hoeveelheid CO2 uit. En dat zorgt voor de opwarming van de aarde. Zijn dat de enige oorzaken? Neen, mensen stoten zelf al broeikasgassen uit, evenals dieren. Met name de uitstoot van methaan bij koeien is fors. Ook de verdroging van de veengronden leidt tot uitstoot van broeikasgassen. Toch is het vooral de bijdrage van de mens en zijn leefwijze aan de opwarming van de aarde die hét grote verschil is met het verleden. Vroeger waren we met minder mensen op deze aarde en verbruikten we minder fossiele brandstoffen. Er was meer evenwicht. Dat is nu niet meer het geval en gezien de toenemende welvaart in de wereld zal de consumptie alleen maar verder groeien. Dat zijn uitwerking op de uitstoot van de broeikasgassen niet missen. Dus worden de zorgen eerder groter dan kleiner. Alleen al om die reden moeten we zorgen voor andere vormen van energieopwekking.

Politiek, economie en migratie
Maar er zijn meer argumenten om maatregelen te nemen. Denk eens aan het geopolitieke argument. Het lijkt mij geen aantrekkelijke gedachte om voor onze energievraag afhankelijk te zijn van politiek instabiele regio’s zoals Rusland en het Midden Oosten. Deze landen hebben laten zien dat ze niet aarzelen om te dreigen met een boycot wanneer we hen hun zin niet geven. En het niet bij een dreigement te laten. Daarnaast kost energie veel geld. Geld dat nu naar het buitenland gaat en niet gebruikt kan worden voor onze economie. Dat gaat jaarlijks om miljarden. Als we daarvan, zeg, een kwart beschikbaar kunnen houden voor Nederland zal dat zijn uitwerking op onze economie niet missen.

De discussie leek zich te beperken tot enkele deskundigen en daarmee was de kous af. Gewone burgers kwamen er niet aan te pas. Tot slot weten we dat de gevolgen van de klimaatverandering in sommige regio’s sneller tot problemen zullen leiden dan in andere. De voorspelling is nu al dat het binnen enkele decennia in delen van Noord-Afrika en Azië in de zomers niet meer leefbaar zal zijn. Hoge temperaturen gepaard met een hoge luchtvochtigheid maken er het leven ondraaglijk. Bewoners van die streken willen net als wij in een goed klimaat leven. Wanneer ze zien dat het op andere plekken aangenamer toeven is, zoals Noord-West Europa, zullen ze ook in die regio’s willen wonen en werken. Ik kan ze geen ongelijk geven. Ook om deze migratiestromen te voorkomen, is het dus goed verdere klimaatverandering tegen te gaan.

Machteloosheid en onzekerheid
Op een enkele politieke partij na kan vrijwel iedereen zich wel vinden in (een van ) deze argumenten. Maar in hoeverre zijn burgers betrokken geweest bij de discussie over de achterliggende argumenten van het klimaatbeleid? Vrijwel niet. De discussie leek zich te beperken tot enkele deskundigen en daarmee was de kous af. Gewone burgers kwamen er niet aan te pas. Die werden er steeds pas bij betrokken op het moment dat de gevolgen van het klimaatbeleid duidelijk werden, namelijk bij een concreet voorstel voor het bouwen van een windmolenpark of de aanleg van een zonneweide. Mensen hadden het gevoel dat zij op dat moment pas iets mochten zeggen en vaak hadden ze dan ook nog – terecht of onterecht – het gevoel dat hen een besluit werd opgedrongen. Ze konden geen kant meer op.


Het verzet van menig burger wordt door sommigen afgedaan als het zogeheten NIVEA- verhaal: Niet In mijn Voor – En Achtertuin. De tegenstanders worden dan gereduceerd tot mensen die alleen maar voor hun eigen belang opkomen en niet aanspreekbaar zijn op het algemeen belang. Maar dat zou wel eens een te ruwe redenering kunnen zijn.

Veel mensen komen in verzet vanuit een gevoel van machteloosheid en onzekerheid. Het is wel makkelijk om te roepen dat je geen last van een windmolen zult hebben, maar in hoeverre is dat echt zo? Hoe zit dat met het geluid? En met de slagschaduw? Waarom moeten die windmolens op die plek en niet een stukje verderop? Waarom kan ik geen invloed meer uitoefenen op de plek waar een windmolenpark komt? Het klimaatbeleid vereist dat we onze huizen moeten aanpassen. Als ik het zelf niet kan betalen, wie helpt me dan?

Een groot deel van het verzet is terug te brengen tot dit gevoel van machteloosheid en onzekerheid. Voorstanders bekommeren zich weinig om deze geluiden. Ze negeren het verzet. Dat is onverstandig. Voor alle duidelijkheid: we mogen niet verzaken en moeten echt vaart maken met de verduurzaming van economie en samenleving. De plaatsing van windmolens en zonnepanelen is nodig. Toch meen ik dat de voorstanders van het duurzaamheidsbeleid de tegenstanders te veel in de hoek van nitwits duwen. De voorstanders voeren geen serieuze dialoog met de tegenstanders. Er wordt onvoldoende aandacht besteed aan de zorgen die bij deze groepen bestaan. En dat moet anders.

De Ander
Waardoor komt het nu dat die serieuze dialoog niet wordt gevoerd? Dat komt voor een groot deel omdat we ons niet interesseren in die ander. Wat nodig is, is dat we ons echt verdiepen in die ander. Dat we echt boven tafel willen krijgen wat die ander beweegt. Waarom is hij tegen? Waarover maakt hij zich zorgen? Hoe kan ik hem helpen?

In de westerse samenleving hebben we moeite met deze vragen. De Joodse filosoof Emanuel Levinas heeft ons daar nadrukkelijk op gewezen. Hij meent dat we veelal bezig zijn om de ander te zien door onze bril. We projecteren onze reacties en perspectieven op de ander en willen de ander vooral een kopie van onszelf laten zijn. Volgens Levinas respecteren we de ander dan niet meer in zijn anderszijn. Willen we dat wel echt proberen te doen, dan moeten we ons verplaatsen in zijn gedachtegoed, in zijn beweegredenen, zijn afkomst en motieven. Pas dan hebben we echt belangstelling voor de Ander.

Onze houding
Deze opvatting sluit naadloos aan op de opdracht die we vanuit het christelijk sociaal gedachtegoed hebben meegekregen. Iedere burger heeft de opdracht om zijn naaste te helpen zijn levensdoel te bereiken. Daarbij moeten we onszelf steeds weer de vraag stellen wat wij kunnen doen om die ander te helpen. Willen we dat goed kunnen doen, dan moeten we ons verdiepen in die Ander. Dan moeten we de dialoog met onze tegenstanders aangaan. Niet om hen te overtuigen van ons gelijk, maar om te kijken hoe we – vanuit verschillende perspectieven – toch dichter bij elkaar kunnen komen. Verbinden in plaats van overtuigen.

Deze houding kan ons behulpzaam zijn in het klimaatdebat. Het betekent dat we de discussie op de goede manier moeten beginnen. Niet de discussie beginnen aan de achterkant - over de plaatsing van de windparken - maar met een dialoog over nut en noodzaak van de klimaatmaatregelen. De bovengenoemde argumenten kunnen daarin een belangrijke rol spelen.

Als ik mijn baan verlies, weet ik niet zeker of ik morgen een andere leuke baan heb. Dat is de eerste zorg van veel mensen. Daarna moeten we mensen meenemen in de zoektocht die we op dit moment doormaken. Niemand weet precies wat we moeten doen. Mensen die zeggen dat ze weten hoe het moet, moeten worden gewantrouwd. Het zijn valse profeten. De technologische ontwikkelingen gaan zo hard dat we niet weten wat over vijf jaar mogelijk is. Dat moeten beleidsmakers ook eerlijk zeggen. Het is een tocht van pionieren, waarbij veel vragen nog wachten op een antwoord. Duidelijk is wel dat de hele samenleving gevolgen zal ondervinden van de klimaatmaatregelen. Als fossiele brandstoffen geen grote rol in de economie meer mogen spelen, verandert de hele Nederlandse economie fors. Rotterdam zal zijn positie als grootste overslaghaven van kolen verliezen. De glastuinbouw zal naar andere warmtebronnen moeten omzien. Om maar enkele voorbeelden te noemen.

Juist daar begint de eerste zorg voor een belangrijk deel van de Nederlandse bevolking. Als de economie zo fors gaat veranderen, wat betekent dat dan voor mijn baan? Als ik nu werk in de haven, is daar dan straks nog wel werk voor mij? Het klinkt makkelijk om te roepen dat we nog heel veel mensen nodig hebben voor de energietransitie, maar als ik mijn baan in een elektriciteitscentrale verlies, weet ik niet zeker of ik morgen een andere leuke baan heb. Dat is de eerste zorg die bij veel mensen bestaat. Het helpt niet om die zorg te bagatelliseren. Wel helpt het om mensen het perspectief te geven dat we hen niet in de steek zullen laten en hen nu al om-, her- en bijscholingsprogramma’s aan te bieden.

De tweede zorg
Dan de tweede zorg: mensen vragen zich af hoe ze het allemaal moeten betalen. Want nog steeds wordt verwacht dat burgers zelf zullen opdraaien voor een deel van de kosten van hun huis. Denk aan de isolatie, het inruilen van het koken op gas naar elektrisch koken, het plaatsen van zonnepanelen of het vervangen van de gasgestookte CV-ketel voor een andere warmtebron. Voor mensen met geld op de bank is de aanschaf van zonnepanelen alleen maar verstandig: het levert een hoger rendement op dan het geld op de bank te laten staan. Maar als je geen geld op de bank hebt, dan wordt het wel een ander verhaal. Dan moet je geld lenen om zonnepanelen te kopen en is het perspectief op rendement echt anders. Of als de woningbouwcorporatie besloten heeft dat het gas uit de woning gaat, het elektrisch koken zijn intrede doet, wie betaalt dan de nieuwe pannen? Het lijken allemaal triviale vragen, maar het zijn de dagelijkse zorgen van mensen met een kleine beurs.

Dan de derde zorg: mijn woonomgeving. Tegenstanders wijzen op de horizonvervuiling als gevolg van de aanleg van windparken. ‘Zet de Noordzee maar vol met windmolens’ is dan het antwoord op de vraag naar een alternatief. Het Limburgse landschap zou geen windmolens kunnen verdragen die er de chemische industrie van energie zouden kunnen voorzien. Als je de daarvoor benodigde windmolens op zee zet, is het alleen wel lastig dat de elektriciteit vanaf de Noordzee met een 160 kilometer lange baan van hoogspanningsmasten naar Limburg moet. Dat ontsiert niet alleen het Limburgse landschap alsnog maar ook van Brabant en Zeeland. Alles op zee zetten is dus geen garantie dat het landschap onaangetast blijft. Sterker nog, hoe pijnlijk het voor sommige mensen ook zal zijn, het landschap zal hoe dan ook veranderen als gevolg van klimaatmaatregelen. Zoals dat trouwens de afgelopen decennia ook steeds veranderd is. Het landschap is niet statisch, het verandert permanent door alle besluiten die we nemen en de technologische ontwikkelingen. Het is verstandig om met burgers het gesprek aan te gaan over welke waarden in het landschap beschermd moeten blijven. Waar het aanvaardbaar is om in te grijpen en waar niet. Dat gesprek moet aan de voorkant worden gevoerd en niet pas als er al een concreet voorstel voor een windpark of een zonneweide op tafel ligt. Dat voornemen hebben de decentrale overheden nu ook. De start van die Regionale Energie Strategieën is aanstaande en dat zal echt helpen.

Kleine stapjes
Als we niet uitkijken wordt de energietransitie het volgende polarisatiethema in de samenleving. Voor een deel komt dat doordat we ons niet willen verplaatsen in de ander. Wat zijn zijn zorgen? Hoe kan ik daar serieus op ingaan en hoe kan ik aan die zorgen tegemoet komen? Daarin moet de strategie niet zijn om mensen te overtuigen, maar om in dialoog met ze te gaan. Dat oprechte gesprek kan ons helpen om stapjes vooruit te zetten. Een betere wereld begint met kleine stapjes, maar dan wel door iedereen.


Dit artikel is verschenen in het Friesch Dagblad op 7 oktober 2018

 Foto: Rijk Versluijs Photography 

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.