01 april 2013

Van Meer naar Beter

Binnen de gemeente Lochem zijn we op dit moment bezig met twee fundamentele discussies. De eerste is de zogeheten Kerntakendiscussie. Hierin moeten we met elkaar afspreken welke taken de gemeente de komende jaren voor zich ziet en dus ook welke taken niet. De andere discussie is op welke manier we dat willen doen als gemeente. Van bovenaf: de overheid regelt het wel voor u. Of de benadering : Hoe kunnen wij u van dienst zijn bij uw probleem of initiatief.

Uiteraard maakt de crisis, die tot gevolg heeft dat er minder geld te besteden, is deze discussie heel actueel. Ook de gemeente Lochem krijgt minder geld uit Den Haag. Onze inkomsten uit eigen aktiviteiten zoals o.a. woningbouw, drogen op. Maar ook, bijna tegen de verdrukking in, zijn we nog steeds van mening dat we in deze tijd de gemeentelijke belastingen niet moeten verhogen met meer dan de inflatie.
Bij deze discussies moet voorkomen worden, dat we in dezelfde valkuilen lopen als die zich bij de landelijke bezuinigingsgolf af beginnen te tekenen.

Ten eerste, dat bezuinigingsdoelstellingen belangrijker zijn, dan waar je op bezuinigt. Het geld is belangrijker dan de zaak. Zo zie je landelijk dat een begrotingstekort van 3 procent heilig verklaard wordt . Alles lijkt daaraan ondergeschikt gemaakt te worden, ook al bezuinigen we daarmee op korte termijn onze economie kapot en ondervinden we daar op lange termijn nog de gevolgen van in langdurige werkloosheid en maatschappelijke ontwrichting. Opvallend hierbij is dat bedrijven, maar ook particulieren, veel moeilijker aan geld bij de banken kunnen komen. En dat terwijl de staat nog nooit zo goedkoop heeft kunnen lenen.

Ten tweede, paniek. Beleid wat de afgelopen jaren zorgvuldig is geformuleerd en uitgevoerd, wordt zonder meer terzijde geschoven. Met het snelle wisselen van kabinetten kan beleid blijkbaar elke keer 180 graden draaien. Dat zie je bij het natuurbeleid, maar ook bij de voorgenomen besluiten om 10 gevangenissen te sluiten. De steigers van een nieuwe gevangenis zijn nog niet eens weg of het complex wordt alweer gesloopt. Over geldverspilling gesproken. We zien het ook bij de vernieuwing van het zorgstelsel. Van zorg voor diegenen die het zelf niet kunnen, dreigen we door te slaan naar het redt uzelve. Zijn straks het armen- en gekkenhuis en het soeppannetje van de diaconie terug van weggeweest?

Ten derde, onze samenleving verandert uiterst snel. De verwachtingen omtrent de rol van de overheid ligt bij de burgers heel anders dan een aantal jaren geleden. Dit heeft niets te maken met geld, maar alles met de digitalisering van de samenleving. Veel informatie ligt op straat, voor iedereen beschikbaar. Mensen vinden elkaar daardoor ook sneller en delen hun kennis. Het monopolie van de staat, maar ook van grote bedrijven en kennisinstituten verdwijnt. De overheid kan zich niet meer verschuilen achter regelgeving, maar zal haar toegevoegde waarde steeds moeten bewijzen.

Ten vierde, ondanks die wereldwijde beschikbare kennis tekent zich een trend af waarbij mensen zich steeds meer richten op hun directe omgeving in eigen dorp of wijk. Bijvoorbeeld het ‘Lochem gevoel’ leeft alleen in de stad Lochem, maar niet echt in bijvoorbeeld Gorssel of Barchem en al zeker niet in Laren. We zijn best bereid om in onze directe omgeving de handen uit de mouwen te steken. Of het nu gaat om groenonderhoud in de buurt, de tuin van de buurvrouw of bardienst in het Kulturhus. Bijna elk dorp heeft een website in eigen beheer. We zoeken warmte en contact in onze directe omgeving. Noem het modern Naoberschap.

Langzamerhand ontstaat bij velen het besef, dat we naar een andere tijd toegaan. Onze economie zal de komende decennia wellicht niet heel hard meer groeien. We zullen niet zonder meer kunnen leunen op anderen zoals de overheid, of op bijvoorbeeld pensioenfondsen. De tijd van meer, meer, meer in materieel opzicht lijkt een einde te hebben.

Wat betekenen deze ontwikkelingen voor onze Lochemse discussies? Allereerst het besef, dat wij als gemeente een andere rol krijgen. Een rol , die nooit vastomlijnd is, maar door omstandigheden en partners mede wordt bepaald. Daarnaast moet je voorzichtig zijn met al te radicale bezuinigingen. Veel goeds wat we met elkaar bereikt hebben zal soms wel ,soms niet door anderen worden opgepakt en overgenomen. Dat zie je nu al bij sportparken en zwembaden. Maar dat gaat wellicht ook gelden voor Schouwburg en bibliotheek. Misschien geldt het ook wel voor wegen. De keuze voor snelheidsbelemmerende maatregelen kunnen wellicht ook bereikt worden door een andere vorm van onderhoud door omwonenden. Vreemd zijn in dit verband de signalen vanuit Den Haag om te streven naar grotere gemeenten. Deze tijd vraagt juist om een gemeente, die haar burgers kent en het gespek aangaat. De afgelopen jaren was de kritiek juist dat wij als gemeentebestuur onvoldoende zichtbaar en bereikbaar waren. Laten we als gemeente Lochem, nu acht jaar na de fusie van de oude gemeente Lochem en Gorssel, er eerst eens voor zorgen dat wij onze nieuwe rol in de samenleving beter invullen. Met respect voor veranderende tijden. Grootschaligheid in de regio als dat wordt gevraagd op het gebied van kennis en efficiëntie, maar kleinschaligheid waar het dorp, wijk en burgerintiatief betreft.
Het hoeft niet altijd meer te zijn, als het maar wel beter wordt.

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.