09 juli 2020

Onze visie op kadernota 2021 - 2024

Hoewel vanavond de kadernota centraal staat is het duidelijk dat de kadernota dit jaar over veel meer gaat dan alleen de plannen voor de komende vier jaar. Het is het document dat Gedeputeerde staten gebruikt om te beoordelen of zij een zelfstandige toekomst voor Scherpenzeel ziet weggelegd. Haar voorlopig oordeel heeft zij al gegeven, zij ziet geen ruimte voor een zelfstandige toekomst. Toch stellen wij vanavond de kadernota centraal daar zal onze bijdrage over gaan.

In de opinieronde heeft dhr. van de Berg al laten zien hoe we als CDA aankijken tegen de financiële kant van de kadernota, ik ga dat vanavond niet overdoen. Onze conclusies blijven voor ons staan, onze reserves hollen achteruit, het financiële perspectief is hoogst onzeker en er komt een, voor Scherpenzeelse schaal, enorm woningbouwprogramma op stoom. De inwoners krijgen te maken met lastenverhogingen en doordat dat reserves slinken is het ook niet helder waar die eindigen want buffers om nieuwe tegenvallers op te vangen zijn er niet meer. Tenslotte lijkt er al een aantal flinke tegenvallers aan te komen, de herijking gemeentefonds, de belastingaffaire met Veenendaal en wie daarover de schriftelijke vragen uit Woudenberg heeft gelezen weet ook dat we van Woudenberg nog een flinke claim extra kunnen verwachten. Toch is dit voor ons maar een deel van de punten. Ik wil de hoofdpunten langslopen.

Ten eerste de woningbouwplannen van het college, daar is de laatste weken veel over te doen. Laten we eerst eens kijken wat we er als raad afgelopen april over hebben vastgesteld. Tot 2030 zijn er 235 woningen nodig en tot 2049 zo’n 550. Om ambitie te tonen is in de woonvisie afgesproken dat we streven naar 55 nieuwe woningen per jaar, dat levert in totaal een verdubbeling op van 550 woningen tot 2030. Maar hoe valt dit te rijmen met het programma dat nu wordt voorgesteld van ruim duizend woningen tot 2030? Waarom hebben we dan twee maand geleden nog een woonvisie vastgesteld? Voor eigen inwoners is er een behoefte van ongeveer 235 woningen dus met die ambitie van 55 per jaar is er meer dan genoeg ruimte voor mensen van buiten. Maar nee, het college stelt voor dit nog eens te verdubbelen, dat betekent dus dat we grofweg driekwart gaan bouwen voor mensen van buiten en één kwart voor onze eigen inwoners. Lees ik dan de doelen die Scherpenzeel bij de regionale woonvisie van begin dit jaar heeft ingebracht dan lees ik iets heel anders.  Daar wordt gesteld, en ik citeer:
"•De woningbouwafspraken worden in lijn gebracht met de realisatiecapaciteit. Daarbij past de ambitie van 55 woningen per jaar.
• Het inwoneraantal in Scherpenzeel bedraagt momenteel bijna 10.000. De gemeente heeft geen ambitie om door te groeien naar bijvoorbeeld 15.000.
• De gemeente wil vooral bouwen voor huidige bewoners en terugkerende jongeren."

Dan de vraag waar de woningen moeten komen, terecht zegt het college dat de eerste deel van de woningen bestaande plannen zijn die bekend waren en dat we op de hoogte waren. Hier worden twee zaken niet bij verteld. Ten eerste dat deze plannen slechts ten dele en over veel langere tijd zouden worden gerealiseerd, de woonvisie laat zien dat we pas in 2049 over ruim 4300 woningen beschikken in plaats van ruim 5000 in 2030 zoals de kadernota voorstelt. Ten tweede is dit ons verteld in een vertrouwelijke informatie-bijeenkomt, luistert u even mee wethouder, wij kunnen het best onze mond houden. Op deze bijeenkomst zijn slechts denkrichtingen gepresenteerd waarin het college dacht, dat is iets heel anders dan vaststaande plannen laat staan besluitvorming.

Een aanzienlijk deel van de woningen moet op inbreidingslocaties komen, als we dan bedenken dat dat zo over honderden woningen gaat betekent dat dus zo twee keer Akkerwinde I op kleinschalige inbreidingslocaties in het dorp, dit kan niet anders betekenen dan een aanslag op het groen in onze dorpskern.

Duizend nieuwe woningen, in de opinieronde sprak de wethouder van een extra lokaal bij een school, maar duizend woningen dat is niet zomaar even een lokaaltje bij een school dat is een compleet nieuwe school erbij. Aangezien de kadernota maar tot 2024 loopt zijn deze en andere kosten hier nog niet in opgenomen. Maar wel worden de opbrengsten van het hele woningbouwprogramma opgenomen, wat ons betreft een scheve gang van zaken, wel de lusten maar niet de lasten opnemen in de kadernota. En tenslotte, 20% nieuwe inwoners vanuit de stedelijke gebieden in ons dorp erbij in tien jaar, wat doet dat met sociale structuren en onze eigen Scherpenzeelse schaal?

Dan iets positiefs, het plan voor de Breehoek, als we het ergens over eens zijn is dat dat een prachtig plan is dat ook zeker doorgang moet vinden. Maar waarom zou dit plan niet door kunnen gaan mocht GS een herindeling beginnen. Ook dan moet de Buitenplaats immers worden verkocht en ook dan kan dat geld geïnvesteerd worden in het toekomstbestendig maken van de Breehoek. Het enige verschil werd door dhr. Duijs al genoemd in zijn inspraak in de opinieronde. De Breehoek zal dan zelf op zoek moeten naar huurders voor de kantoorruimte maar dat zou geen probleem moeten zijn, daar gaat het college zelf ook vanuit mocht er na een paar jaar zelfstandigheid toch nog een herindeling volgen.

Eén ding hebben we wel moeite mee, de wethouder heeft in de opinieronde een prachtig perspectief geschetst voor de bieb. Dit hebben wij in een mail voorgelegd aan onze bibliothecaris dhr. Haaksma. Zijn reactie was veelzeggend, ik citeer:
"We zijn nog niet in de gelegenheid gesteld om inhoudelijke iets of wat dan maar ook in te brengen. Het enige wat wij weten vanuit de schetsen en de art impression is dat het slechts tekeningen en ideeën zijn en dat het allemaal in overleg moet. Op dit moment zitten we vanaf 20 maart te wachten op een reactie van het college op een brief. Hieraan worden ze herhaaldelijk herinnerd.  We hebben afgesproken dat we eerst een reactie op die brief willen hebben voordat er een officieel gesprek zal plaats gaan vinden."
Ook uit de beantwoording van onze vragen blijkt dat er nog geen enkele garantie kan worden afgegeven en dat concrete plannen nog moeten worden uitgewerkt.

En daarmee komen we bij de communicatie. Als CDA hebben wij grote moeite met hoe het college de afgelopen maanden met de raad is omgegaan. Wij zijn, tegen toezeggingen in, stelselmatig buiten het proces gehouden terwijl de wethouder meermaals heeft toegezegd de raad gedurende het proces van de kadernota en de gesprekken met de provincie ruimhartig op de hoogte te houden. Tot en met de maand april hebben wij vrijwel niets vernomen, sterker de eerste serieuze inhoudelijke update was eigenlijk de kadernota zelf.

De wethouder heeft vervolgens in de afgelopen opinieronde tijdens de beantwoording van een aantal vragen een grote broek aangetrokken. De flexibele schil en het frictiebudget zouden door de provincie zijn goedgekeurd. Dhr. van de Berg heeft hier vervolgens schriftelijke bevestiging voor gevraagd en uit de antwoorden blijkt dat de goedkeuring slechts technisch, procedureel was. Dit is weliswaar naar verwachting maar waarom probeert de wethouder dan een ander plaatje te schetsen. Dit zijn voor het CDA serieuze obstakels om in te stemmen met deze kadernota. Wij hebben gedurende het traject steeds gezegd de inhoud op zijn merites te beoordelen maar antwoorden op vragen die we stellen blijven vaak vaag of ontwijkend. Of het om gaat bouwplannen, de goedkeuring van de provincie van de financiële keuzes, het plaatje van de bieb zoals door de wethouder geschetst, iedere keer als we even doorvragen blijkt het vooral marketingpraat zonder harde garanties.

De afgelopen maande liepen we steeds tegen een college aan dat niet het achterste van zijn tong wil laten zien. De climax hiervan ligt in de afgelopen opinieronde waar de wethouder weigerde informatie zelfs vertrouwelijk te delen met de raad. Dit alles maakt het bijzonder moeilijk het college te vertrouwen, het heeft een sfeer van wantrouwen veroorzaakt.

In december 2019 hebben wij als CDA uiteindelijk een duidelijke keuze gemaakt, liever met goed gevulde zakken in overleg met Barneveld dan als armlastige gemeente. En nee, armlastig zijn we nu nog niet maar als de plannen van dit college voor de komende 4 jaar worden uitgevoerd zoals ze zijn weergegeven zouden we dat maar zo kunnen worden.

En dan het alternatief. Steeds wordt door college en coalitie beweerd dat die route niet voldoende onderzocht is. Aan het CDA heeft dat niet gelegen, wij hebben in het debat in december nog met klem een beroep gedaan op alle partijen om het besluit drie maanden uit te stellen zoals ook de door GBS/SGP aangedragen raadsadviseur adviseerde. Het idee achter dit uitstel was dat we nog drie maanden de tijd hadden om beide routes verder te onderzoeken. Inmiddels weten we uit gespreksverslagen van de gesprekken met Barneveld dat er een reden was dat uitstel niet te vragen namelijk dat er nooit de intentie is geweest beide routes serieus te onderzoeken. In aanloop naar de kadernota heeft ons college gesproken met het college van Barneveld. Er zijn van dit gesprek twee verslagen, één in Scherpenzeel en één in Barneveld.

De twee verslagen zijn grotendeels woordelijk hetzelfde, het grote verschil is slechts één alinea, maar wel een cruciale wat ons betreft, ik wil hem hier dan ook citeren:
"Na doorvragen van burgemeester Van Dijk geeft wethouder Van Deelen de kern van de huidige visie van Scherpenzeel weer: spiegeling door Scherpenzeel van zelfstandigheid tegenover herindeling met Barneveld wordt gebruikt voor rationalisering van de door Scherpenzeel reeds gemaakte keuze namelijk zelfstandigheid. De tot nu toe verzamelde en ontvangen informatie is niet anders dan de beschikbare informatie van vóór het genomen raadsbesluit van 9 december 2020 en er is geen nieuwe content beschikbaar die een nieuwe heroverweging nodig maakt. Wethouder Van Deelen geeft aan dat hij spiegelt zonder intentie vooraf dat dit zal leiden tot heroverweging van het Scherpenzeelse standpunt. Hij ziet geen politieke ruimte om op een open wijze een herindelingsoptie met Barneveld te verkennen. Burgemeester Van Dijk respecteert dit (eerlijke) standpunt en vraagt zich af hoe zinvol het dan is om het format in te vullen."
Dit alles leidt wat ons betreft maar tot één conclusie, de kadernota die voorligt is een wanhoopspoging om zelfstandigheid veilig te stellen ten koste van veel. Misschien ook wel ten koste van onze voorzieningen want als er de komende jaren nog een paar tegenvallers bij komen zal ook daarnaar gekeken moeten worden. Het is heel goed denkbaar dat het alternatief voor de middellange termijn een veel zekerder optie is voor onze voorzieningen dan deze koers.

Toekomstvisie, groen, het ons-kent-ons gevoel, financiële stabiliteit, alles wordt ondergeschikt gemaakt aan één doel, geofferd op het altaar van de zelfstandigheid. Als het aan het CDA ligt NIET we zullen dan ook vol overtuiging tegen dit voorstel stemmen.

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.