Een sterk woonbeleid

 

Voor de leefbaarheid van een (kleine) kern is het belangrijk dat er nieuwe huizen gebouwd worden. Nieuwe huizen betekenen vaak nieuwe inwoners en dat is weer belangrijk voor constante aanwas bij scholen, verenigingen en organisaties binnen een dorp. Met name nu de economie aantrekt en een woningtekort dreigt, is West Betuwe een gunstige plek om te wonen. Daar moeten we optimaal gebruik van maken. Het CDA zet daarom in op 1500 nieuwe woningen voor de komende raadsperiode.

Het CDA pleit daarnaast voor gemeentelijke spreiding, naast de hoofdlocatie van De Plantage in Geldermalsen. Waar al afspraken gemaakt zijn moeten die gerespecteerd worden, maar waar zich nieuwe initiatieven aandienen moet er ruimte zijn. De samenwerking met de woningbouwcorporaties moet daarom uitstekend zijn, zodat in de woonvisie en prestatieafspraken gemeente en volkshuisvester op dezelfde lijn zitten en het aanbod divers is voor alle inkomensgroepen.

Het CDA is ook voorstander van vernieuwende vormen van wonen. Naast het ombouwen van leegstaande gebouwen, kan het gaan om aanleunwoningen, kangoeroewoningen, woningen voor mantelzorg, ‘tiny houses’ voor alleenstaanden, spoedzoekers, starters of statushouders tot en met generatiewoningen, nieuwe woonvormen voor senioren, ‘skaeve husen’ en woningen voor mensen die begeleiding nodig hebben (verwarde personen). Ten aanzien van die laatste groep mensen speelt de discussie of ze centraal moeten worden opgevangen (incl. dagbesteding) in Nijmegen of Tiel of in het kader van de inclusieve gemeente in een woonwijk in één van onze dorpen. Het CDA vindt de wensen en het welzijn van de doelgroep zelf mede bepalend in dit vraagstuk.

Een sterk woonbeleid houdt rekening met alle doelgroepen. Naast de al genoemde groepen speelt de  noodzaak tot meer woningen ook als de taakstelling voor huisvesting van statushouders de komende jaren mogelijk weer groter wordt. Dit mag niet ten koste gaan van de wachtlijsten voor (huur)woningzoekenden. Voor (tijdelijke) werknemers uit andere landen moet menswaardige en veilige huisvesting zijn.

Het CDA wijst vooral op de vraag van (jonge) starters die in hun eigen dorp willen blijven wonen, gezinnen met kinderen die belangrijk zijn voor het in stand houden van een school en senioren die met een kleine aanpassing aan hun huis kunnen blijven wonen in hun vertrouwde omgeving. Voor nieuwkomers op de kopersmarkt is de starterslening een prima instrument. Het CDA wil die dan ook voortzetten met nog minder belemmerende regels.

Het CDA is voorstander van duurzaam, gasloos en klimaatneutraal bouwen. Wij willen minder regels betreffende de uitvoering van een bouwwerk. Het CDA heeft, binnen de kaders de nieuwe omgevingswet en bestaande wetgeving op gebied van beschermd dorpsgezicht en monumentale status, vertrouwen in de keuzes van burgers. Er moet meer vrijheid, gemak en snelheid komen voor de toekomstige bewoners bij de bouw van hun nieuwe woning.

Een apart onderwerp is het wonen in het buitengebied. Vrijkomende bedrijfsgebouwen en boerderijen kunnen  omgezet worden in woningen en/of een functieverandering ondergaan zonder dat de natuurlijke omgeving daaronder te lijden heeft. Dit is maatwerk. Het CDA is voorstander van creatieve oplossingen. Tevens is het wenselijk om niet meer in gebruik zijnde gebouwen op te ruimen.

In overleg met de woningcorporaties en de dorpsraden moet de woonomgeving schoon en veilig gehouden worden. De inzet van vrijwilligers en moderne media als buurtapps (veilig) is daarbij te stimuleren.

Kort en goed willen we gaan voor de volgende punten:

  • Er komen 1500 woningen bij, ook in de kleine kernen
  • Bewoners moeten in hun eigen dorp kunnen blijven wonen
  • Speciale aandacht voor doelgroepen waaronder jonge starters, ouderen en spoedzoekers
  • Eengezinswoningen moeten beschikbaar zijn voor de gezinnen
  • Duurzaam, gasloos, klimaatneutraal en welstandvrij bouwen
  • Zwerfvuil en criminaliteit in de wijk moeten worden aangepakt 

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.