27 november 2016

CDA wil fair play voor buitensport verenigingen

Op de raadsagenda van 23 november jl. stond het voorstel tot het harmoniseren (gelijktrekken) van de tarieven van de Zevenaarse sportaccommodaties. Daarin staat dat de tarieven voor het gebruik van de faciliteiten van de gemeente voor de verenigingen, zoals sportvelden en sporthallen, naar een gelijk niveau worden gebracht. Het harmoniseren is een goede zaak. Het had al veel eerder moeten gebeuren. De CDA-fractie kan zich vinden in de genoemde termijn van 10 jaar waarin de tarieven gelijk worden getrokken. Ons principe is: gelijke monniken gelijke kappen.

De manier waarop is voorgesteld het einddoel over 10 jaar te bereiken heeft de steun van onze fractie echter niet! Dat lichten wij graag toe.

Er wordt gewerkt met gemeenschapsgeld en daarmee moet iedereen volgens het gelijkheidsbeginsel worden behandeld. Het is oneerlijk dat de ene vereniging  veel méér betaalt dan de andere voor bijvoorbeeld de huur van een sportveld. Het is ronduit oneerlijk dat bij deze harmonisatie die ongelijkheid nog jaren blijft bestaan, te meer daar de verenigingen die kosten moeten dekken uit contributies van hun leden en andere inkomsten.

De vraagt dient zich aan of alles altijd voor iedereen gelijk moet zijn als het gaat om de besteding van gemeenschapsgeld. Het antwoord daarop van de CDA-fractie is: zeker! Natuurlijk kan er aanleiding zijn om iets in stand te houden, bijvoorbeeld om reden van leefbaarheid in kleine kernen. In dat geval kan de raad, na discussie en uitwisselen van argumenten, besluiten dat het instrument van subsidie  nodig is om de iets overeind te houden.

Maar het kan toch niet waar zijn dat de redenering van het college en de raad is: de ene vereniging betaalt al jaren meer dan de andere, daar is ze aan gewend dus dat blijft ze maar doen. Zo ga  je niet met verenigingen om. Ze hebben allen moeite om een sluitende begroting te krijgen. Dit lukt alleen maar met de inzet van vele vrijwilligers, aanpassingen van de contributie, het verhogen inkomsten en het in de hand houden van de uitgaven.

De CDA-fractie vindt het oneerlijk dat bij deze harmonisatie de ene vereniging een lager tarief in rekening wordt gebracht dan de andere. Gelijke behandeling met gemeenschapsgeld zou de norm moeten zijn. Daarom heeft de CDA-fractie een motie ingediend. Ze stelt daarin voor dat het laagste tarief voor iedere vereniging wordt gehanteerd en dat dit tarief geleidelijk, dat wil zeggen in 10 jaar, conform het raadsvoorstel naar het afgesproken niveau wordt verhoogd. Het CDA stelt voor in de tussentijd het verschil tussen de tarieven te compenseren met een financiële bijdrage m.i.v. de startdatum van de harmonisatie van de tarieven.

Vraagt u zich af wat dat gaat kosten? In het raadsvoorstel staan de tarieven voor de buitensportverenigingen voor 2017. Het huurtarief voor Angerlo Vooruit is incl. BTW 3.777 euro  en voor bijvoorbeeld DCS 7.734 euro. Bij instemming met het raadsvoorstel  zou dat betekenen dat Angerlo Vooruit  conform de gemaakte afspraak in 10 jaar naar het zelfde tarief gaat als de andere verenigingen. Met andere woorden er was al jaren een verschil en in het raadsvoorstel blijft dat nog 10 jaar zo. Het verschil wordt elk jaar wel kleiner.

De CDA-motie had als doel de gemaakte afspraken met Angerlo Vooruit gestand te doen en de overige verenigingen te compenseren totdat iedere vereniging hetzelfde tarief betaalt.  In totaal zal de gemeente in 10 jaar circa  60 tot 70 duizend euro moeten compenseren aan Babberich, DCS, GSV, OBW en DCS.

In gewoon Nederlands is ons voorstel: iedere club betaalt hetzelfde. Het betekent niet het eind van de wereld, de gemeente neemt 1 keer het verlies dan is het voor iedereen gelijk en dat is wel zo eerlijk.

Helaas kreeg de motie van het CDA alleen de steun van D’66 en de SP en haalde het daarom niet. Zo verliep de besluitvorming, maar eerlijk vindt de CDA-fractie het nog steeds niet! 

Namens uw verbolgen fractie maar met sportieve groet,

JandeNooij fractievoorzitter

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.