Lees hier de bijdrage van CDA Het Hogeland over de Najaarsnota 2019 tijdens de raadsvergadering op woensdag 11 december.

Lees hier de bijbehorende stukken onder agendapunt 13 >>>

 

Door Kor Berghuis,

Voor ons ligt de najaarsnota ter bespreking en vaststelling. Een nota van de grote getallen. Als we de nota wat uitkleden en de vele administratieve verschuivingen wegdenken dan wordt het verhaal al wat overzichtelijker. Als we vervolgens de budget overhevelingen van 2.7 miljoen ook even parkeren dan wordt helder wat de financiële gevolgen van deze nota zijn en dat is geen rooskleurig beeld. Een zorgelijk beeld zelfs.

De nota laat een aantal voordelen zien maar zeker ook een aantal forse nadelen, waarvan wellicht de grootste de jeugdzorg in deze najaarsnota is meegenomen als een PM post met de dekking uit de reserve sociaal domein. Hier komt direct een groot pijn punt boven drijven, want de reserve sociaal domein raakt op korte termijn hiermede uitgeput en dan zullen de tekorten op het sociaal domein of uit de algemene reserve moeten komen of er zal een herorientatie moeten plaatsvinden op het totale sociale domein. En dat is best een ingewikkelde en zeker ook een lastige omdat er veel regelingen in het sociaal domein zijn wat wettelijke verplichtingen zijn en daarnaast ook nog eens open eind regelingen zijn. Daarnaast betreft het juist een groep mensen die het hard nodig hebben.

Als fractie geven we hier nu geen richting aan, maar we zullen op een gegeven moment hier wel keuzes in moeten maken om het financieel behapbaar te houden en te voorkomen dat we het ene jaar dit beleid voeren en jaar daarop weer een andere. In het minimabeleid wat we eerder hebben besproken vanavond zien we de effecten van een jojobeleid en daar wordt ons inziens niemand gelukkig van.

Wat ons verder opvalt in deze najaarsnota is dat er vaak grote bedragen bijgeraamd moeten worden. Hierbij vragen wij ons af of een najaarsnota daarvoor het geëigende middel is of dat dergelijke bedragen via een raadsvoorstel vooraf aan de raad ter beoordeling zouden moeten worden voorgelegd. Graag horen we van het college hoe zij hier tegen aankijken en of zij het met het CDA eens zijn om hier zeer kritisch naar te gaan kijken.

Bij de investeringen zien we bij de grote projecten bij Winsum-West dat er een fors aanvullend krediet gevraagd wordt. De verklaring die erbij staat zal best legitiem zijn, maar het is ons net iets te gemakkelijk. Is er ook gekeken om het tekort binnen het totale project te zoeken? Op deze wijze wordt het extra krediet niet gevraagd maar is het voor de raad een voldongen feit. We hebben nog een aantal grote projecten te gaan en dergelijke overschrijdingen kunnen we ons gewoon niet permitteren. Het uitgangspunt zou moeten zijn: het oplossen binnen het project. Deelt het college onze opvatting?

Veel zaken worden als incidenteel benoemd in de najaarsnota, wij hopen dat dat ook zo zal zijn, alleen hebben wij op een aantal posten daar onze twijfels wel over. Hoe kijkt het college hiertegen aan en wat voor maatregelen neemt het college om te zorgen dat het echt om incidentele bedragen zal gaan. Als wij op deze wijze doorgaan gaat het niet goed komen en zijn wij snel door onze reserve’s heen en zullen er drastische keuzes gemaakt moeten worden, zeker ook omdat de meerjarenraming een aantal forse taakstellingen heeft, die nog wel even waar gemaakt moet worden.

Het lijkt ons dan ook goed dat de raad op gezette tijden ook over de stand van zaken rond de taakstellingen wordt geïnformeerd om te voorkomen dat we ons rijk rekenen en straks arm moeten tellen. Wij gaan niet alle posten benoemen dat heeft op dit moment geen meerwaarde. Als fractie hebben wij onze zorg over de financiële positie bij de begrotingsvergadering al benoemd. Onze zorg is met deze najaarsnota alleen maar groter geworden. Het sein staat nu op oranje en als we op deze voet doorgaan dan staan het sein bij de kadernota zeker op rood en bij de begroting op fel rood. En dat moeten we moeten we samen niet willen.

 

 

 

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.