Hugo de Jonge is de eerste vicepremier en tevens minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). 

Het regeerakkoord geeft ons een mooie opdracht mee met grote ambities. Heel mooi om te mogen werken aan een zorgzame samenleving, met al die duizenden professionals in de zorg die dagelijks het verschil maken in het leven van mensen. 

Profiel Hugo de Jonge

Hugo de Jonge (1977) is sinds 2010 wethouder in de gemeente Rotterdam. Hij is verantwoordelijk voor de portefeuille Onderwijs, Jeugd en Zorg.

Als wethouder was hij onder andere verantwoordelijk voor het actieprogramma om eenzaamheid onder ouderen aan te pakken. En met succes. De eenzaamheid onder Rotterdamse ouderen is na jaren van stijging voor het eerst afgenomen. Een trendbreuk. ‘We lijken het samenleven soms verleerd te zijn. Het omzien naar elkaar moeten we echt weer vanzelfsprekend gaan vinden.” Ook zette De Jonge zich in voor sterke aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling en voor het verbeteren van de onderwijsresultaten. “We moeten het verschil willen maken in het leven van mensen. We hoeven ons niet neer te leggen bij de resultaten van gisteren als het over morgen, over de toekomst gaat.”

De Jonge begon zijn carrière in het onderwijs als leraar op basisschool de Akker en later adjunct-directeur op de Da Costa School in Rotterdam-Zuid. Daarna werd hij beleidsmedewerker Onderwijs van de Tweede Kamerfractie van het CDA in Den Haag en was hij werkzaam bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, onder meer als politiek assistent van minister Van der Hoeven en toenmalig staatssecretaris Van Bijsterveldt. Later was hij als ambtenaar onder meer verantwoordelijk voor de invoering van de gratis schoolboeken en de kwaliteit van het voortgezet onderwijs. 

Bekend is de voorliefde van De Jonge voor kleurrijke schoenen. Hij is daarnaast een fervent jazzliefhebber. Hugo de Jonge is in Bruinisse geboren. Hij is getrouwd en heeft twee kinderen.

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.