Voorzitter,

Gisteren zei de PVV ten aanzien van het Middengebied dat we heel kritisch moeten zijn in de procedure. Ook adviseerde zij om de dialoog aan te gaan, omdat in de woorden van de PVV de zaak anders escaleert. Het CDA verzocht eveneens – al vaker tegen dovemans oren – om in een positie te worden gebracht waarin voor- en nadelen nader kunnen worden afgewogen. Kritisch werd opgevat als kritiek en we zagen een uiterst geïrriteerde GOB – misschien wel LOB – wethouder die zelfs op zijn taalgebruik moest worden gecorrigeerd. Overigens zagen we ook een opgewonden GOB-wethouder Geilen. Terzijde is er bij de CDA-fractie ook verbazing over de bijna archaïsche (zeg maar à la de 70'er jaren) opmerking van Groen Links wethouder Schmitz dat "zij haar complimenten de organisatie had ingestuurd" en haar verbazing over haar irritaties over de wijze waarop een deel van de raad naar HGN kijkt. De nieuwe bestuursstijl vraagt nog wel enige coaching.  

Voorzitter, 

Naar de inhoud. De CDA-fractie staat vol achter de door dit college bepleite duurzaamheid en de kopgroep-positie die zij daarin wil innemen. De CDA-fractie veronderstelt dat de integrale aanpak die door de wethouder wordt voorgestaan zich niet alleen beperkt tot Sittard-Geleense initiatieven, maar dat deze integrale aanpak past in de regionale energiestrategie en in de visie van de Provincie ten aanzien van zonnepanelen, windmolens, biogas en gasloze wijken. Mogelijk dat de wethouder daar nog kort – met de nadruk op kort – kan reageren. 

Voorzitter, 

We hebben wethouder Schmitz gisteren even laten gaan in haar boosheid jegens een deel van de raad met betrekking tot de ingenomen standpunten ten aanzien van het HGN-punt. Het is ook geen gemakkelijk dossier. Een aantal aspecten rond HGN kan de wethouder alleen maar in vertrouwelijkheid met de raad delen. De position paper is nog niet met de raad besproken. Al met al een beeld dat niet gelukkig maakt en natuurlijk afstraalt op imago hoezeer de wethouder een gewaardeerd voorvechter is van duurzaamheid. Zij kan zich toch ook voorstellen dat de vraag om de investeringen te temporiseren tot de position paper in de raad is besproken geen vreemde vraag is. Het verzoek van het CDA is om de position paper snel te bespreken, want dan weten we met elkaar weer meer over HGN en kan er ook aan het imago worden geschaafd. Want weet dat u ten aanzien van HGN in het CDA een medestander heeft, maar we moeten met elkaar de risico's wel in beeld houden. Dat is overigens ook in uw belang als het gaat om een politieke positie als risico's zich onverhoopt verwezenlijken en de raad daarin onvoldoende is meegenomen, of u daar onvoldoende acht op heeft geslagen. 

Voorzitter,

Het CDA gaf gisteren in haar bijdrage het college in overweging om een discussienota op te stellen ten behoeve van de centrumproblematiek in Geleen. Uit de reactie van wethouder Meekels begrijpt de CDA-fractie dat via de BIF-methode – van onderop – wordt geprobeerd de verbinding tussen Brightlands en Geleen c.q. het centrum van Geleen te realiseren. Naar het oordeel van de CDA-fractie zijn de punten die zij gisteren benoemde rondom de overweging discussienota breder. Ik herhaal de punten nog kort:

 

-          Kun je bij een andere benadering van het centrum niet van een andere facilitering uitgaan, of de sfeer niet verbetert omdat je het stedelijk centrum niet meer hoeft hoog te houden;

-          of je de parkeerperikelen niet kunt oplossen;

-          wat is de impact op de financiële huishouding van de stad?

-          Is een attitudeverandering van alle betrokken partijen noodzakelijk, of is een aantal al zover, en meer van dat soort punten? 

 

Het CDA stelt het op prijs als de wethouder – voor mij is even niet duidelijk welke wethouder – daarop wil reageren. 

Voorzitter,

Bij de integrale afweging voor het Middengebied hoort ook het goed in beeld brengen van de voor- en nadelen. Daar horen bijvoorbeeld ook huidige leerlingenaantallen en te verwachte leerlingenaantallen bij. In het raadsvoorstel van 5 juli 2017 is opgenomen dat door het beschikbaar stellen van het voorbereidingskrediet voor realisatie van een onderwijsvoorziening in het Middengebied impliciet prioriteit wordt gegeven aan deze ontwikkeling in relatie tot verkeersvoorzieningen (want uit de pot verkeersvoorzieningen komt het geld voor het voorbereidingskrediet). In de notulen van de raadsvergadering van 5 juli 2017 lezen we dat wethouder Kamphuis benadrukt dat de raad slechts een voorbereidingskrediet voteert voor onderzoek en niet het bedrag van EUR 10.000.000,- voor de realisatie. Daar zou de nieuwe raad in 2018 een besluit over nemen. Ook staat nog in het raadsvoorstel dat in de kadernota voor de periode 2016-2019 gereserveerde middelen voor onderwijs-, verkeers- en mobiliteitsvoorzieningen niet toereikend zijn om een onderwijsvoorziening in het Middengebied tussen Grevenbicht en Obbicht te realiseren. De opmerking van wethouder Meekels gisteren, dat de bewoners van Grevenbicht en Obbicht nu eindelijk willen weten waar ze aan toe zijn, raakt – in mijn woorden – kant noch wal, want we zitten nog steeds in de periode 2016-2019, zij het in de staart. De vertragingen die zijn opgetreden zijn uit te leggen, omdat de onderzoeken veel later zijn gestart. Dat is een uitvoering geweest van het college waarin wethouder Meekels zat en zit en dat kan niet aan deze raad worden verweten. 

 

De wethouder gaf aan dat het college maar één variant ten behoeve van de besluitvorming zal voorleggen. Ik heb in de interruptie aangegeven dat dit de wethouder vrijstaat. Hij geeft aan dat er dan maar vandaag geamendeerd moet worden. Er ligt echter ter besluitvorming met betrekking tot het middengebied niets voor, dus de CDA-fractie – maar ook andere fracties – weten werkelijk niet waarop de wethouder doelt als hij het heeft over het indienen van een amendement. In dit stadium kan alleen de oproep aan de raad worden gedaan om het gezond verstand te gebruiken en ook de belangen van de tegenstanders in het Middengebied niet uit het oog te verliezen. Aan hen moet toch ook recht worden gedaan en zeker nu er een kat/hond-situatie lijkt te ontstaan, waaraan het houden van een manifestatie op 7 december a.s. ook kan of zal bijdragen. Het doel van de manifestatie ontgaat het CDA, want daarmee wordt in ieder geval geen politieke druk gecreëerd. Immers, het proces naar besluitvorming toe is duidelijk beschreven en krijgt door een dergelijke manifestatie ook geen versnelling. De wethouder ging terug naar de kadernota 17 juli 2015. Daarin kan worden gelezen dat uitgangspunt voor een centrale onderwijs- en sportvoorziening is een mogelijke realisatie in de periode 2019-2020. Ook toen werd er dus al een slag om de arm gehouden door de spreken over een 'mogelijke' realisatie in de periode 2019-2020. We lopen dus wat die jaren betreft nog steeds in de pas. 

Voorzitter, 

Het is een spraakmakend dossier geworden en dat vraagt nu eenmaal behoedzaam optreden. Die behoedzaamheid was in ieder geval gisteren bij de wethouder niet aanwezig. 

Voorzitter,

Een aantal keren heb ik het college gisteren horen zeggen dat zij sympathiek staan tegenover een aantal ingediende moties en amendementen. In een aantal moties wordt een onderzoek gevraagd ten behoeve van de kadernota. Voor zover dit uit mijn eigen aantekeningen blijkt zijn deze moties overgenomen. Overnemen betekent volgens het CDA dat we dan niet hoeven te stemmen en het bericht van het college kunnen afwachten. Anders stemmen we voor de bühne en dat willen we ook niet. Toch?  

Ik neem aan dat we nog een lijst ontvangen met de amendementen en moties met het standpunt van de wethouder daarbij, met name welke moties en amendementen worden ontraden en welke moties en amendementen zijn ingetrokken. 

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.