29 januari 2019

Fusie voetbalverenigingen: CDA stelt vragen over plan nieuwe accommodatie sportpark 'Kranenhof'

Na jaren van gedegen voorbereiding door de voetbalverenigingen en maandenlange samenwerking met het college, heeft de gemeenteraad een paar weken de tijd om een belangrijk besluit te nemen. De CDA-fractie heeft het college van burgemeester en wethouders gisteren een aantal vragen gesteld. Deze zijn niet louter technisch van aard (ter ondersteuning van de beeldvorming), maar tevens opiniërend. Hiermee wil de CDA-fractie de commissiebehandeling d.d. 5 februari aanstaande soepeler en efficiënter laten verlopen.

Positief-kritisch

Het CDA staat in beginsel positief-kritisch ten opzichte van álle voorstellen die aan de raad worden voorgelegd. Dat geldt dus evenzeer voor dit thema. Op dit moment heeft de fractie echter nog géén standpunt. Zij heeft daartoe antwoorden nodig op deze - en mogelijk andere - vragen.

De vragen en opmerkingen van de CDA-fractie

Algemeen

1.    Het onderwerp van het raadsvoorstel is “fusie voetbalverenigingen Estria, GVV ‘57 en SCV ‘58”. De gemeente gaat daar niet over. Daartoe beslissen immers de leden. Het voorstel behelst het investeren in een nieuwe sportaccommodatie. Zijn deze met elkaar verbonden? Oftewel: hangt het fusiebesluit af van het besluit dat de gemeenteraad (op zijn vroegst op 12 februari) neemt? Zo ja, waarom?

2.    Als de leden van één of meerdere verenigingen om hun moverende redenen afzien van fusie, welke gevolgen heeft dit voor (de uitvoering van) het raadsvoorstel?

3.    De gemeente Grave beschikt over meerdere sportaccommodaties. Er zijn vier voetbalverenigingen. Deze hebben elk een eigen accommodatie. Drie van de vier zijn voornemens te fuseren tot (vooralsnog) ‘voetbalvereniging EGS’. Hoe beoordeelt het college de huidige situatie (staat van onderhoud) van zowel de accommodaties als de sportvelden van de voetbalverenigingen van Escharen, Grave en Velp? Op basis waarvan komt het college tot dit oordeel? Welke onderbouwing / bewijslast is daartoe aangeleverd dan wel onderzocht?

4.    Op basis van welke overwegingen is gekozen voor de beoogde locatie? Wie heeft daarin de beslissende stem (gehad)?

5.    De positie van V.V. Gassel en de hockeyclub verdienen nadere duiding. Met name de laatste wordt slechts in de aanhef vermeld. Uit de cijfers in het voorstel kan je afleiden dat zij is meegenomen. De zinsnede over het ‘dan vrijkomende huidige terrein’ wijst daarop. Verder komt deze vereniging, echter, niet voor in de stukken. Nergens staat de positie van de hockeyclub, uit niets blijkt dat haar mening is gevraagd. Vervolgens vind je in de bijlagen dat de opname van een hockeyveld niet meer aan de orde is. Daardoor ontstaat, bij het CDA, de indruk dat dat veld gedurende het proces kwam te vervallen, maar dat de stukken daarop niet zijn aangepast.

6.    V.V. Gassel kiest ervoor niet deel te nemen aan het fusieproces. Heeft het college (blijvende) deelname van deze vereniging aan het fusieproces besproken dan wel actief gestimuleerd? Wat zijn de mogelijke gevolgen voor V.V. Gassel als de gemeente fors investeert in een nieuwe sportaccommodatie op de grens van Escharen en Velp: is er sprake van een precedentwerking voor de buiten beschouwing blijvende voetbalvereniging (of enige andere vereniging dan wel op termijn fuserende clubs)?

7.    Aangenomen dat het samengaan van de drie voetbalverenigingen niet afhangt van een volledig vernieuwde accommodatie de vraag naar behoud dan wel aanpassing van de bestaande situatie. Is dit onderzocht en zo ja, waarom zijn de uitkomsten daarvan niet toegevoegd aan de stukken? Zo nee, heeft het college bij de stuurgroep aangedrongen op een dergelijk alternatief “plan b”? Zo niet, waarom niet?

8.    Heeft het college met betrokken van gedachten gewisseld over een scenario waarbij eerst een fusie plaatsvindt (met behoud van enkele huidige locaties/faciliteiten) en een verregaande verbetering van de accommodatie als kroon op een geslaagde fusie? Zo ja, op basis waarvan houdt men vast aan de gekozen volgorde?

9.    Heeft het college, omdat niet alleen voetbalverenigingen (en de hockeyclub) te maken hebben met maatschappelijke verschijnselen als ontgroening, vergrijzing en krimp, een toetsingskader ontwikkeld om zowel het voorliggende, maar ook vergelijkbare of andere plannen te overzien en te beoordelen?

10.  Heeft het college overwogen om één centraal sportpark voor de gehele gemeente te ontwikkelen (voetbal, hockey, tennis)? Zo niet, in hoeverre biedt de beoogde locatie (inclusief accommodatie) daartoe mogelijkheden?

11.  Opvallend is dat op pagina 4 van het voorstel onder de kop “Zelfwerkzaamheid DGS/sponsoring” sprake is van vier verenigingen. Wat te doen als die verenigingen of bijvoorbeeld de tennisclubs achteraf alsnog om ondersteuning vragen en dan naar dit voorstel verwijzen?

Plan (incl. totstandkoming)

12.         Welke randvoorwaarden (eisen) heeft de gemeente vooraf meegegeven aan de fuserende voetbalverenigingen? Heeft het college een financieel kader gesteld? Welke meet- en toetsingsinstrumenten waren hen voorafgaande en gedurende het proces bekend?

13.         Het college schrijft: “De kracht van samenwerken heeft geleid tot positieve ervaringen. Vanuit die overtuiging hebben de drie verenigingen besloten om te gaan voor één vitale fusievereniging, vooralsnog onder de naam EGS. Daarbij is men zich ervan bewust geworden dat de samenwerking het beste tot zijn recht komt wanneer er vanuit één locatie wordt gewerkt, daarbij is gekozen voor sportpark Kranenhof. De ontwikkeling van een nieuwe sportaccommodatie is van cruciaal belang om het project te doen slagen. Als eerste stap in het onderzoek naar de realisatie van een nieuwe sportaccommodatie heeft EGS medio 2017 een Programma van Eisen (PvE) opgesteld.” Het raadsvoorstel gaat in het verlengde daarvan uit van een volledig nieuwe sportaccommodatie en nieuwe velden. Zijn er, echter, varianten op dit voorstel aan de gemeente voorgelegd? Heeft het college om meerdere varianten gevraagd? Welke factoren zijn daarin, door de gemeente, meegenomen voor wat betreft de weging en scoring daarvan?

14.         Beschikt de gemeente over een recenter overzicht van de aantallen betalende leden van de betrokken verenigingen?

15.         In het Programma van Eisen Nieuwbouw accommodatie EGS is opgenomen dat het rapport Demografische ontwikkeling Gemeente Grave 2015-2025 stelt dat het totaal aantal inwoners naar verwachting toeneemt met 26%. In de Structuurvisie van de gemeente Grave is opgenomen dat Grave in 2011 13.030 inwoners telde en in 2030 zijn er 13.100 voorzien (bladzijde 26). De demografische ontwikkeling van de gemeente Grave volgens de provinciale kengetallen (2017) stelt dat Grave in 2030 12.470 inwoners heeft, als gevolg van ontgroening en vergrijzing. Deelt het college de conclusie dat een significante groei van het aantal inwoners tussen 2015 en 2025 daarom niet te verwachten valt?

16.         Ontvangen één of meerdere voetbalclubs een vergoeding van de gemeente ten behoeve van verplaatsing c.q. vergoeding van de verplaatsingskosten? Zo ja, hoe hoog is dit bedrag?

17.         Hoe verhoudt de staat van het sportpark van Estria zich tot de artikelen 4 en 7 van de privatiseringsovereenkomst met Estria?

18.         Hoe verhoudt de staat van het sportpark van GVV ‘57 zich tot de artikelen 4 en 7 van de exploitatieovereenkomst van GVV?

19.         Hoe verhoudt de staat van het sportpark van SCV ‘58 zich tot de artikelen 4 en 7 van de privatiseringsovereenkomst met SCV?

Politiek-bestuurlijk proces

20.         Op 4 april 2017 hebben de voetbalverenigingen S.V. Estria, GVV ‘57 en SCV ‘58 een intentieovereenkomst gesloten met als doelstelling te komen tot een fusieplan. Sindsdien heeft er “intensief overleg plaatsgevonden tussen de stuurgroep ‘accommodatie EGS’ en de gemeente Grave”. Waarom is het proces niet eerder gespreksonderwerp geweest, zodat de gemeenteraad (en daarmee de inwoners van Escharen, Gassel, Grave en Velp - inclusief degenen die niet betrokken zijn bij een van deze verenigingen) kaders kon stellen?

21.         Het lijkt erop dat er druk staat op de voortgang van het proces en dat daarom de bestuurlijke besluitvorming geen uitstel duldt. Is deze indruk juist of is er nog ruimte voor een meer op (bredere) participatie gericht proces, gelet het grote maatschappelijke en financiële belang van het voorliggende voorstel?

22.         Waarom wordt niet gewacht totdat het Rijk beschikt heeft over de subsidieaanvraag? Is dat, tenminste vanuit het gemeentelijk perspectief, niet verstandig?

Financiën (inclusief risico’s)

23.         De financiële constructie die onder de voorstellen ligt, oogt enigszins complex. Kan het college vóór de raadsvergadering een, separate, volledige en vereenvoudigde projectbegroting aanleveren met daarin een helder overzicht van álle financiële consequenties voor de gemeente?

24.         De gemeente Grave is minstens sinds medio 2017 als gesprekspartner intensief betrokken bij de voorgenomen fusie. Naarmate 2018 voortschreed werd duidelijk dat er eind dat jaar of begin dit jaar een voorstel naar de raad ging. Waarom is dit plan niet in de voorjaarsnota verwerkt?

25.         Heeft de gemeente een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd op de financiële situatie van de betrokken sportverenigingen? Zo ja, wat zijn daarvan de resultaten? Zo nee, waarom niet?

26.         Wat zijn de financiële gevolgen van de fusie (inclusief het voorliggende accommodatieplan) voor de betrokken verenigingen en leden (contributie) ter verkrijging van een sluitende EGS-begroting?

27.         Mocht dit raadsvoorstel in de huidige vorm aangenomen worden, wat is de impact hiervan op de financiële kengetallen van de gemeente Grave, zoals die te vinden zijn in de begroting en jaarverslag? Hoe typeert het College de huidige schuldpositie van de gemeente Grave? Wat is (indicatief) de omvang van het weerstandsvermogen (na instemming met het voorliggende plan door de gemeenteraad)? Hoe verhoudt zich één en ander tot de reactie van de provincie op de begroting 2019?

28.         Is er voorzien in een begroting ten behoeve van de aanpassingen van de toegangswegen in het kader van de (verkeers-)veiligheid en de parkeervoorzieningen? Op bladzijde 7 van het voorstel, bij de financiële risico’s, stelt het college dat er “in elk geval (!)” een onderzoek en beoordeling plaatsvinden. Meerkosten zijn alleen daarom al onvermijdelijk. Waarom worden deze niet geraamd, zodat een totaalbeeld van het gehele project ontstaan? Graag zien wij deze als onderdeel van de gevraagde projectbegroting.

29.         Waarom adviseert het college de raad om, in het geval van een afwijzing van het subsidieverzoek, die één miljoen euro voor rekening van de gemeente te brengen (bóven het investeren in bestaande locaties, die alle - zonder onderbouwing met een rapportage - ‘verouderd’ worden genoemd.) Als je de bestaande situatie (inclusief bebouwing) als vertrekpunt neemt, is het moderniseren (aanpassen) daarvan duurder dan het totaalbedrag dat nu ter tafel ligt? Zo ja, uit welk onderzoek blijkt dat?

30.         “De kosten van alle investeringen zijn, vanwege economische groei en daarmee stijgende aannemersprijzen, sterker gestegen dan de in de begroting geprognosticeerde 3%.” Het college zegt daarop: “Hier ligt een taakstellende opdracht voor EGS die als bouwheer richting aannemers zal optreden.” Hoe realistisch is dit, gelet ervaringen uit het verleden, ook elders in het land? Hoe hard is de taakstellende opdracht van maximaal 5.137.372,02 euro (voor de gemeente)?

31.         Kan het college, gezien het tot op de cent nauwkeurig berekende bedrag, voorbeelden geven uit de afgelopen 10 jaar waarbij ramingen aangaande investeringen (ten laste van de algemene middelen c.q. de gemeente) tot op de komma nauwkeurig, achteraf bezien, werkelijkheid zijn geworden?

32.         In het document Financiële onderbouwing accommodatie EGS staat op bladzijde 2 een eigen bijdrage in de investering vanuit de zijde van EGS van 1.505.060,92 euro (op totaal van 7.426.053,14 euro). Na de optimalisatieslag op de kosten die de clubs hebben doorgevoerd, is in het raadsvoorstel deze bijdrage door EGS teruggebracht tot 635.777,02 euro (op totaal van 5.773.149,04, namelijk 5.137.372,02 euro gemeentelijke bijdrage/subsidie + 635.777,02 bijdrage EGS). Relatief daalt daarmee de bijdrage van EGS van 20% naar 11% van de totale investeringssom t.o.v. de eerste indicatie. Is de conclusie juist dat 1,5 miljoen euro “een brug te ver” was (is) voor EGS? Zo ja, waarom? Daarnaast: Welk percentage bijdrage van EGS in de investeringen acht het college reëel?

33. Naar aanleiding van het document Financiële onderbouwing accommodatie EGS: Is de exploitatiebegroting die is opgesteld op pagina 4 door de gemeente gevalideerd met gegevens uit voorgaande jaren?

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.