
…er was eens een boer in de Biesbosch. Die moest weg, want er waren hele, slimme mensen, die berekend hadden dat er misschien wel super veel water zou komen in de Biesbosch. En als het water kwam, zou het zomaar de boerderij van de boer overspoelen en dan zouden de koeien verdrinken.
Op een dag kwam er een deftige meneer in een heel mooi pak naar de boer. "Boer", zei hij: "U moet hier weg en als u iets anders heeft gevonden dan krijgt u van mij misschien wel wat geld."
De boer dacht: nou dan ga ik maar. En hij ging op zoek naar een nieuwe plek voor zijn boerderij en zijn koeien.
Van een andere meneer, die zich wethouder noemde, hoorde hij dat er wel een plekje was in Almkerk. Daar waren twee kleine boeren, die er meer wilden stoppen. Goh, dacht de boer uit de Biesbosch, dat is fijn, dan kan ik daar gaan wonen met mijn koeien.
Een man met een gebreide trui en een bril zei: "Beste boer, je mag hier best komen wonen, maar dan moet je eerst een rode stempel hebben. En als je de rode stempel hebt, dan moet je nog een blauwe halen en dan een oranje en als je dan je stempelkaart vol hebt, mag je naar Woudrichem komen met je koeien."
Vol goede moed ging de boer terug naar de Biesbosch. De eerste stempel ging goed, het was een mooie rode. Met deze stempel mocht hij alvast een tekening maken voor een nieuwe boerderij. Toen wilde hij de blauwe stempel, want met de blauwe stempel mocht hij de boerderij, die op de tekening stond ook gaan bouwen. De meneer, die zich nog steeds wethouder noemde, vond de tekening erg mooi en zette er een blauwe stempel op.
Toen zei de boer: "Nu ga ik vragen om de oranje stempel, want dan is de stempelkaart vol en mag ik verhuizen."
Maar dat ging zomaar niet, eerst moest hij een hele stapel papier invullen met heel veel vragen. Als hij alle vragen goed had ingevuld, moest hij alle papieren opsturen. Gehoorzaam ging de boer aan de slag. Hij vroeg een hele slimme mevrouw hem te helpen, want er zaten best moeilijke vragen bij. Toen hij heel veel papiertjes had ingevuld, kocht hij een postzegel en stuurde alle antwoorden op naar de stempelfabriek in Den Bosch. Elke dag ging hij in de brievenbus kijken of de oranje stempel er al in zat.
Na 568!! dagen zat er een heel belangrijke brief in de brievenbus. De meneer van de stempels vertelde in een lange brief dat de fabriek van de oranje inkt in Den Bosch heel lang had gedaan over het lezen van de brief van de boer. Maar ze hadden nu eindelijk alles gelezen en ze zouden de oranje inkt voor de stempel gaan bestellen.
Een tijdje later kwam er weer een brief, met een weegschaaltje op de voorkant. Zo, dacht de boer, nu gaat het snel, dat zal de oranje stempel wel zijn. Snel maakte hij de brief open. Er zat geen stempel in, maar wel een brief. Deze brief was van de rechtbank. De boer begon te lezen. De meneer van de rechtbank had besloten dat er niet meer gestempeld mocht worden met oranje inkt.
Hoe moet dat nu dacht de boer heel verdrietig en een beetje boos. Mijn koeien moeten hier weg voor het water en ze mogen niet naar de nieuwe boerderij waarvan de stal straks wordt gebouwd.
En toen werd de boer wakker. Gelukkig, het was maar een sprookje.
Nee boer, het is geen sprookje, het is echt! Een typisch gevalletje van jammer, maar helaas.
Geacht college,
Helaas is wat hier boven staat geen sprookje. Het is waar. Zo schijnt dat te moeten gaan in ons land. Vandaar dat de CDA-fractie uw aandacht hiervoor vraagt en deze vragen stelt.
In bijlage 1 treft u de feitelijke casus aan.
In bijlage 2 een geanonimiseerde mailwisseling tussen twee ambtenaren van de provincie.
Wat de CDA-fractie met dit verhaal aan de orde wil stellen, is het volgende.
Wij zeggen als provincie dat we agrarische gezinsbedrijven een warm hart toe dragen.
Wij zeggen dat we ruimte willen bieden aan maatwerk.
We zeggen dat we agrariërs die willen verduurzamen faciliteren.
We zeggen dat we een dienstverlenende meedenkende ambtelijke cultuur nastreven, waarbij de burger/ondernemer centraal staat.
Maar de weerbarstige praktijk lijkt veel van deze mooie woorden te logenstraffen.
Twee jonge boeren gezinnen, die van de overheid weg moeten uit de Biesbosch vanwege een algemeen belang (waterberging) zijn al tien jaar bezig met een vergunningtraject. Ambtelijk wordt dat afgedaan als: een typisch geval van jammer (zie bijgevoegde ambtelijke mailwisseling in bijlage 2). Kennelijk wordt even uit het oog verloren dat het niet gaat om een geval, maar om een gezin.
1. Bent u het met ons eens dat dit verhaal ondernemers wanhopig maakt?
2. Hoe verhoudt deze cases zich met de bovenstaande ambities, in het bijzonder ook het cultuuraspect?
3. Op welke wijze denkt u voor situaties die niet standaard zijn tot meer maatwerk en een meer op de menselijke maat gerichte aanpak te komen?
4. Welke denkkracht kunt u mobiliseren om hier op korte termijn tot oplossingen te komen?
Met vriendelijke groet, namens de CDA-fractie,
Roland van Vugt
BIJLAGE 1 SITUATIE FAMILIE VAN WINDEN
Verplaatsing vanuit Zuid-Holland
In 2002 kwam de familie Van Winden (gezin en twee ongetrouwde broers) vanuit Zuid-Holland, waar hun veeteeltbedrijf (koeien) moest wijken voor natuur en stedelijke uitbreiding, terecht in de Biesbosch (Noordwaard).
Hier werd het bedrijf voortgezet met grotendeels veeteelt (circa 125 koeien) een stukje akkerbouw (suikerbieten en tarwe) en wat loonwerk door de vader en één van de broers. De andere broer is dan overleden.
Zoon Christian is sinds 1999 in het bedrijf werkzaam. In 2011 kwam hij in de firma in plaats van zijn oom. Sinds 2006 werkt de zus van Christian mee in het bedrijf.
Verplaatsing vanuit de Noordwaard
In 2003 werd een aanvraag gedaan bij de gemeente Werkendam voor uitbreiding van het bedrijf naar 240 melkkoeien met bijbehorend jongvee. De milieuvergunning werd afgegeven. De bouwvergunning had nagenoeg de procedure doorlopen.
In 2004 werd de Plannologisch Kernbeslissing Ruimte voor de Rivier van kracht. De bouwvergunning werd uiteindelijk nooit afgegeven. Het bedrijf stond stil.
Er volgt een verplaatsingsprocedure.
Uiteindelijk wordt in 2011 een mogelijkheid gevonden om het bedrijf vanuit de Noordwaard te kunnen verplaatsen naar een locatie in Almkerk (gemeente Woudrichem).
Twee bestaande veeteeltbedrijven, waarvan één aan de rand van het dorp Almkerk (bestemming aldaar wordt woonbestemming), worden gesaneerd en in het buitengebied aan de Duijlweg wordt een nieuw familiebedrijf (broer en zus Van de Winden) gesitueerd met ongeveer 300 melkkoeien met bij behorend jongvee. Er wordt weidegang toegepast. Het bedrijf is grondgebonden.
In oktober 2013 wordt het bestemmingsplan hiervoor gewijzigd. De bouwvergunning is verleend op 7 januari 2014.
NB wet
Op 18 januari 2012 wordt de aanvraag voor saldering ingediend bij de provincie. Als reactie hierop worden aanvullende gegevens gevraagd. Deze worden aangeleverd voor 20 april 2012. Op 27 augustus 2013!!! heeft de provincie geconstateerd dat de aanvraag voor saldering compleet was. De aanvraag voldoet op 20 april 2012 aan de indieningsvereisten.
In de nazomer 2013 volgt een uitspraak van de Raad van State inzake saldering via de ammoniakbank.
Huidige stand van zaken
De huidige vergunde nieuwbouw is gebaseerd op een bedrijfsomvang (voor twee gezinnen) van circa 300 koeien. Vanwege het niet kunnen salderen via de ammoniakbank kan het bedrijf op basis van de oude situatie met circa 200 koeien over. De consequenties voor het verdienmodel van dit familiebedrijf mogen duidelijk zijn.
Er zijn onvoldoende ammoniakrechten voor handen in de omgeving.
Het bedrijf moet vanwege de werkzaamheden in de Noordwaard op 15 oktober 2014 weg zijn uit dat gebied.
BIJLAGE 2
Een geanonimiseerde mailwisseling tussen twee ambtenaren van de provincie, naar aanleiding van een vraag van mij over bovenstaande cases.
------
Hoi ambtenaar X,
Zou jij even naar bijgaande vraag kunnen kijken. Alvast bedankt.
Groet,
Ambtenaar Y
----
Ha collega ambtenaar Y,
Tja, als het lastig wordt..... Gevalletje van jammer maar helaas. Door de uitspraken van de RvS is er geen ammoniakbank meer. Dat is ook niet op te lossen. Ambtenaar Pip wist me te vertellen dat waarschijnlijk gewacht wordt op het in werking treden van de PAS (na de zomer?). Voor die tijd dus geen mogelijkheden.
Wat de ondernemer nog wel kan doen is zélf ammoniak gaan verwerven (1:1 salderen). Wij als Provincie kunnen hem daar overigens niet bij helpen.
Hij staat op de knelpuntenlijst.
X