12 november 2018

CDA wil doorpakken op woningbouw, klimaat en cultuur.

Haarlem – Het CDA is trots op wat in de afgelopen vier jaar is bereikt. De economie is aangetrokken en provincie wordt mooier en sterker achtergelaten. Het Participatiefonds Duurzame Economie is ingesteld, waardevolle historische gebouwen zijn behouden en de land- en tuinbouwsector is altijd in beweging. Dit is gelukt zonder de belasting te verhogen. Maar de verkiezingsprogramma’s van 4 jaar terug en het coalitieakkoord stonden nog half in het teken van de economische crisis. Dat is nu anders, daarom wil het CDA doorpakken en meer ambitie te tonen op het gebied van woningbouw, klimaat en cultuur.

Er is door de provincie weinig flexibel ingespeeld op de veranderende woningmarkt en het aanbod van woningen is te schraal. Deze krapte leidt tot scheefgroei, met grote sociale gevolgen. Dit vraagt om een andere aanpak dan vier jaar geleden: bouwen!  Samen met gemeenten, op de juiste locaties, ook aan randen van steden en dorpen.

De grootste opgave van deze tijd zijn het klimaat en energietransitie, fossiele brandstoffen worden vervangen door wind- en zonne-energie. Maar laat landbouwgrond gespaard blijven voor voedselproductie en bescherm het landschap. We kunnen alleen nog windmolens plaatsen op gebieden waar daar draagvlak voor is. De provincie moet alle duurzame energievormen betrekken in de discussie, ook de CO2 vrije kerncentrales. En omdat juist de provincie innovatief en proactief moet zijn bij het aanpakken van de energietransitie, heeft het CDA samen met coalitiepartijen een motie ingediend over het gebruik van waterstof.

Tot slot wil het CDA doorpakken op cultuur. Vier jaar lang heeft de coalitie een te strikte opvatting over financiering van cultuur gehad. Daarom is het CDA blij dat nu toch geld over is voor cultuur. Zo kan de provincie weer als medefinancier gaan bijdragen aan projecten in de regio op dit gebied. Hiervoor heeft de coalitie ook een motie ingediend. Ook blijft CDA inzetten op meer steun voor cultuureducatie, omdat er nog teveel scholen zijn waarop geen cultuureducatie gegeven wordt.


De volledige tekst van de inbreng van fractievoorzitter Dennis Heijnen, leest u hieronder:

Voorzitter, het zijn alweer de laatste politieke beschouwingen van deze collegeperiode. En volgens de sprekersvolgorde mag het CDA dan ook nog eens als laatste spreken. De laatste van de laatste dus, hoewel het voor mij persoonlijk dan weer de eerste keer is dat ik hier sta. U ziet maar, er kan veel veranderen in vier jaar. En er is veel veranderd in de afgelopen vier jaar, ook in onze provincie. Onze verkiezingsprogramma’s en het coalitieakkoord van vier jaar terug stonden nog half in het teken van de economische crisis. Inmiddels is de economie flink aangetrokken en hebben we de provincie mooier en sterker achtergelaten dan vier jaar terug. De coalitie en in het bijzonder natuurlijk onze gedeputeerde economie hebben hier een forse steen aan bijgedragen.

Een van de mooie voorbeelden is het Participatiefonds Duurzame Economie. Samen hebben we er voor gezorgd dat er een nu 55 miljoen euro ingezet is waarmee bedrijven kunnen investeren in nieuwe duurzame producten en diensten. Door deze coalitie zijn waardevolle gebouwen die de roemrijke historie van Noord-Holland benadrukken behouden. De land- en tuinbouwsector is altijd in beweging en op de goede weg. Samen met de sector en de Greenports werken we aan toekomstbestendigheid voor deze branche die zorgt voor veel werkgelegenheid en voedselzekerheid. We hebben geïnvesteerd in goede bereikbaarheid van onze provincie, met name door knelpunten in de infrastructuur aan te pakken. Regio’s die een zetje in de rug nodig hebben zijn door de provincie ondersteund. En dat alles zonder de provinciale belastingen te verhogen! Deze coalitie heeft zelfs in het laatste regeringsjaar een extra 69 miljoen euro geïnvesteerd in de provincie.

Maar we zijn er nog niet voorzitter. Van de economische groei profiteert nog niet iedereen, en het heeft ook een keerzijde. In de hele provincie is krapte op de woningmarkt, er zijn simpelweg te weinig woningen. Jongeren kunnen daardoor niet op zichzelf gaan wonen op de plek van hun keuze. Ouderen zitten vast is een te groot huis. Bepaalde steden en dorpen zijn onbereikbaar voor gemiddelde inkomens. De krapte leidt tot scheefgroei, met grote sociale gevolgen. Er is de afgelopen jaren ook te veel bezuinigd op cultuur, waardoor basisvoorzieningen dreigen te verdwijnen. De groei brengt ook nieuwe uitdagingen met zich mee voor de bereikbaarheid, met name het woon-werkverkeer dreigt vast te lopen. Hetzelfde geldt voor toerisme, waarbij een onevenwichtige spreiding zorgt voor overlast. Toeristen die veelal via Schiphol binnen komen. Van Schiphol profiteren we allemaal, maar de overlast komt slechts bij een beperkte groep terecht. De bodem in Noord-Holland daalt. Die daling tegengaan is een complexe uitdaging. Maatwerk is geboden en veel onderzoek zal nog nodig zijn om passende maatregelen te vinden die ook economisch uitvoerbaar. Een uitdaging die we alleen kunnen aangaan met alle betrokken overheden en stakeholders. En voorzitter tot slot, onze grootste uitdaging is wel het veranderde klimaat, langer wachten met serieuze maatregelen is simpelweg geen optie meer.

Voorzitter het is tijd om door te pakken. We moeten voortbouwen op de fundamenten uit het verleden. En het is goed om te zien dat deze coalitie alvast een voorzet heeft genomen op de komende jaren. Daarmee toont ze haar ambitie, en dat is terecht. Stilzitten is geen optie en daarom zijn er alvast enkele plannen voor de komende jaren uitgewerkt. Maar natuurlijk voorzitter, de echte plannen komen pas in onze verkiezingsprogramma’s en straks in het nieuwe coalitieakkoord. Als het CDA ligt zijn we dan nog ambitieuzer. We willen doorpakken. Ik noem drie thema’s in het bijzonder: woningbouw, klimaat, cultuur. Voorzitter, in die volgorde.

Als ik kijk naar woningbouw zijn we van mening dat onvoldoende gelukt is om flexibel in te spelen op de snel veranderende vraag en het te schrale aanbod vanuit de markt. Is dat de schuld van de provincie? Is dat de schuld van het Rijk? Is dat de schuld van de gemeenten? Is dat de schuld van de bouwsector zelf? Het antwoord op deze vraag zal wel ergens in het midden liggen. Vanuit verschillende van deze partijen wordt wel met de beschuldigende vinger in de richting van de provincie gewezen en dat steekt. We hebben hier al meer het debat gevoerd en voorzitter laten we helder zijn, het CDA staat voor haar handtekening onder het coalitieakkoord. Maar ik zei het al, dat is geschreven is een tijd van voorzichtig herstel uit de crisis. Deze tijd vraagt om een andere aanpak. Bouwen, bouwen, bouwen. Samen met gemeenten, op de juiste locaties, ook aan randen van steden en dorpen. En natuurlijk, er zijn vele redenen dat bouwen niet altijd lukt. Maar het mag toch niet gebeuren dat de provincie er daar één van is. Onderliggend aan de beperkingen die worden opgelegd door de provincie liggen prognoses en cijfers die onvoldoende meegaan met de ontwikkelingen in de markt. Op papier klopt het allemaal: er wordt minder gebouwd dan kan volgens planologische ruimte. Er zouden ook voldoende locaties zijn. Maar daar op ingezoomd blijken er nog heel veel plannen behoorlijk zacht. Sommige van de Amsterdamse plannen zijn op plekken waar nu bedrijven, ziekenhuizen en sportparken zijn. Wij zullen op die cijfers binnenkort terugkomen bij de behandeling van de monitor woningbouw.

Voorzitter, nog iets anders in dat kader. Waar we vier jaar geleden ook geen rekening mee hielden, is het toegenomen aantal arbeidsmigranten in Noord-Holland Noord. Niet alleen in de land- en tuinbouw, maar ook door de komst van de datacenters. Wat betekent dat voor de woningbouw? Waar kan de provincie de gemeenten die voor deze opgave staan ondersteunen, nu dit probleem steeds nijpender wordt. We horen het graag van de gedeputeerde.

Als tweede, voorzitter noem ik klimaat en energietransitie, de allergrootste opgave van deze tijd. We nemen afscheid van olie en gas. Daarvoor in de plaats maken we straks gebruik van wind op zee, waterstof, warmte uit de aarde en zon van onze daken. Sommige partijen willen graag een kerncentrale. Ik kom in tweede termijn terug op de kortzichtige motie van D66 en de PvdA. Andere willen liever zonne-akkers en de hele provincie vol zetten met windmolens. Voorzitter, als het aan het CDA ligt voeren we daarover een goed debat. Maar laten we wel onze geweldige landbouwgrond sparen voor voedselproductie en ons mooie landschap beschermen en alleen nieuwe windmolens plaatsen op plaatsen waar daar draagvlak voor is, zoals bijvoorbeeld op bedrijventerreinen en het Amsterdamse havengebied. Maar deze provincie moet juist proactief en innovatief zijn bij het aanpakken van de energietransitie. We hebben daarom mede met D66 een motie ingediend over waterstof.

Tot slot voorzitter cultuur. Deze coalitie heeft vier jaar lang een strikte opvatting gehad op het gebied van cultuur, alleen zorg voor cultureel erfgoed en een beperkte opvatting van haar taak op het gebied van het cultuurlandschap en culturele infrastructuur. Dit betekent dat er voor veel culturele initiatieven een belangrijke medefinancier is weggevallen. Veel instellingen weten dat, anderen kloppen toch aan bij de provincie en dat blijkt dan vergeefs. Wij zijn blij dat nu er geld over blijkt te zijn, we weer als medefinancier kunnen gaan bijdragen aan projecten op het gebied van cultuur in de regio en dienen daarom mede de motie die D66 net heeft ingediend in. Het promoten van streekproducten, een verbouwing van een museum; het verdient steun. Graag horen wij van de gedeputeerde of hij wat inzicht kan geven in wat voor soort projecten hij de afgelopen jaren heeft moeten afwijzen en welke kansen hij hierin zit met deze motie in de hand. Ook blijven wij herhalen dat wij vinden er meer ondersteuning van cultuureducatie nodig is, omdat er nog teveel scholen zijn waarop geen cultuureducatie gegeven wordt. 

Zo voorzitter, dat was mijn eerste termijn in mijn eerste politieke beschouwingen. En het was uw laatste. Daarom tot slot een vraag aan de voorzitter, wat vond hij van dit debat en zijn periode als commissaris van Noord-Holland?

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.