
Categorie: Noord-Holland
Het College van B&W van Waterland meent dat het plan wel past bij Uitdam. Het CDA vindt dat het moeilijk uit te leggen is aan bewoners dat de provincie dan toch bezwaar maakt.
Indiener Nel Eelman vraagt het College van Gedeputeerde Staten of zij het ermee eens zijn dat het moeilijk uit te leggen is aan de bewoners van Uitdam dat het project van 7 woningen wordt afgewezen door de provincie, terwijl het College van B&W van Waterland en de gemeenteraad unaniem achter dit plan staan. Zij zijn het niet met de argumentatie van de provincie eens dat dit project niet bij het dorps-DNA van Uitdam past.
Ook vraagt de fractie zich af waarom dit project alleen maar afgewezen wordt en er niet met de indieners van het plan wordt meegedacht hoe het dan wel moet.
De vragen luiden als volgt:
In het Noordhollands Dagblad van 14 december jl. staat het artikel ‘Provincie, kom maar op met je bezwaar’. In het artikel wordt de ontevredenheid vanuit de gemeente Waterland besproken over het optreden van de provincie rond een bouwplan voor zeven woningen aan de Zeedijk in Uitdam. De ARO heeft op 17 april 2013 een negatief advies over dit project uitgebracht.
Er wordt gesteld dat de bevolking enthousiast is over het plan. De gemeenteraad van Waterland heeft unaniem met het voorstel ingestemd, ondanks de bezwaren van de provincie. Het College van B&W van Waterland stelt onder andere dat dit bouwproject wel past bij het DNA van het dorp Uitdam.
Op grond hiervan hebben de leden van de CDA-fractie de volgende vragen aan het College van Gedeputeerde Staten:
1. Is het College het met de CDA-fractie eens dat het moeilijk uit te leggen is aan de bewoners van Uitdam die graag in hun dorp blijven wonen, dat dit plan niet mag doorgaan omdat het volgens de ARO niet zou aansluiten bij het dorps-DNA (advies ARO 17 april) als zowel het College van B&W als de gemeenteraad oordelen dat dit plan wel binnen het dorps-DNA past?
2. Is het College het met de CDA-fractie eens dat het moeilijk is uit te leggen aan bewoners dat een plan waarvan de provincie ook zelf constateert dat dit tot kwaliteitsverbetering zal leiden (advies ARO 17 april) wordt afgewezen en zo een kwalitatief slechtere situatie wel mag blijven bestaan?
3. Is het College het met de CDA-fractie eens dat het beter zou zijn als de provincie actief met de aanvragers van een bouwplan probeert mee te denken, bijvoorbeeld door bij de afwijzing van een bouwaanvraag aan te geven hoe de aanvraag wel goed ingepast zou kunnen worden?
4. Is het College het met de CDA-fractie eens dat het logisch is dat er, in een tijd waarin huizenprijzen onder druk staan, sneller voor gekozen wordt wat meer huizen op een perceel te bouwen om het geheel winstgevend te maken? En is het College het met de CDA-fractie eens dat het logisch zou zijn dat de provincie dit gegeven meeneemt in haar oordeel over een bouwplan? Wil het College deze vraag beantwoorden in het licht van vele toezeggingen aan PS de economie in de provincie waar dat kan te stimuleren in deze moeilijke economische tijd?
5. In het voorstel voor het vaststellen van het ontwerpbestemmingsplan Zeedijk 1 te Uitdam stelt het College van Waterland vast dat de bebouwing geheel binnen bestaand bebouwd gebied zal plaatsvinden. Ook staat er in het voorstel dat de provincie tot verbazing van de gemeente-ambtenaren in een tweede reactie d.d. 17 juni 2013 heeft aangegeven dat de bepalingen van de PRVS die betrekking hebben op het Nationaal Landschap Laag-Holland ook gelden voor ontwikkelingen binnen bestaand bebouwd gebied. Het College van B&W geeft aan dat de gedeputeerde hier in een gesprek met de wethouder zelf ook met verbazing op heeft gereageerd. Toch is het advies van de provincie niet aangepast? Kan het College hier een verklaring voor geven?
6. Is het College bereid de besluitvorming rond dit project opnieuw te bekijken en af te wegen alvorens besloten wordt of er bezwaar wordt gemaakt? Zo nee, waarom niet?
Nel Eelman (CDA)