10 februari 2017

Op verkiezingstour met Joop Klukhuhn - Deel III

Deel 3 van 5 - Op verkiezingstour met Joop Klukhuhn

Familie en Gezin

In een snel veranderende wereld bieden de eigen familie en het gezin voor heel veel mensen een

belangrijk houvast, een veilig thuis en de zekerheid er niet alleen voor te staan. Dat klinkt

vanzelfsprekend maar blijft in deze geïndividualiseerde tijd nog steeds heel bijzonder. Families

en gezinnen bieden een veilige omgeving waar kinderen liefdevol kunnen opgroeien, waarden

krijgen overgedragen en de basis leggen voor hun verdere toekomst.

In onze politieke overtuiging is de sterke samenleving die wij voor ogen hebben stevig gebouwd

op het fundament van families en gezinnen. Ieders familie vormt een doorlopende lijn van het

waardevolle dat onze voorouders hebben opgebouwd en nagelaten en dat wij op onze beurt

weer doorgeven aan onze kinderen. Daarom staan wij voor onze families en gezinnen en gaan

onze politieke keuzes nooit alleen over het ‘nu’, maar altijd ook over het land dat we willen

doorgeven.

Een pleidooi voor familie en gezin sluit niemand uit. Zelfs iemand die alleen door het leven gaat,

blijft altijd verbonden met zijn of haar familie. De gemene deler in alle duurzame relaties is de

zorg, liefde en verantwoordelijkheid van mensen voor elkaar. Of het nu gaat om het klassieke

gezin van een vader en moeder met hun kinderen of relaties van twee mannen, twee vrouwen of

een alleenstaande ouder; in alle gevallen waar mensen met of zonder kinderen duurzaam voor

elkaar kiezen en zorgen, verdienen zij de steun van ons allemaal.

In familieverband is de onderlinge verbondenheid heel vanzelfsprekend. Kinderen, ouders,

grootouders en overgrootouders zorgen voor elkaar en staan elkaar bij als dat nodig is. Die

solidariteit tussen generaties is ook voor de samenleving van groot belang. Dat geldt ook voor de

opvoeding van kinderen tot zelfbewuste burgers van onze samenleving. Dat gebeurt als eerste

thuis binnen het gezin en in de bredere familie, en in de tweede plaats op school. Goed onderwijs

is dan ook de belangrijkste investering in het land dat wij willen doorgeven.

 

Kiezen voor families en gezinnen

Juist omdat het eigen gezin en de eigen familie voor veel mensen het belangrijkste is in hun leven, kiezen wij voor een politiek die het familieleven opnieuw waardeert als het fundament van onze samenleving.

Wij verzetten ons tegen het doorgeschoten individualisme en het ‘ieder voor zich’. Individuele vrijheid kan nooit zonder de verantwoordelijkheid voor elkaar, voor je familie en gezin, maar ook in de buurt, op de sportvereniging, op school, in de kerk of in de politiek. Om dit punt krachtig op de agenda te zetten pleiten wij voor een minister voor Familie en Gezin in het nieuwe kabinet. Deze minister moet ervoor zorgen dat de ondersteuning van onze families en gezinnen permanent de aandacht krijgt die het verdient.

Meer armslag voor families en gezinnen.

Wij willen als eerste meer financiële armslag voor gezinnen. In de eerste plaats door een verlaging van de lasten voor huishoudens in het nieuwe belastingstelsel. Waar mogelijk willen we de financiële ondersteuning van gezinnen met kinderen vereenvoudigen. Die is nu onnodig ingewikkeld en versnipperd over verschillende regelingen.

Verder krijgen ouders meer ruimte om kinderen financieel te ondersteunen als zij het huis uitgaan, We doen nieuwe voorstellen om schenkingen van ouders en grootouders te vereenvoudigen en minder te belasten.

Een zorgbonus voor families.

Het huidige kabinet heeft fors bezuinigd op de zorg voor ouderen en zieken, zonder daarvoor een redelijk alternatief te bieden. Veel van die zorg is terechtgekomen bij familieleden en mantelzorgers. Op die manier is de samenleving veel geld bespaard, maar lopen deze mensen wel aan tegen extra kosten of minder inkomsten.

Wij vinden dat niet terecht en komen daarom met een zorgbonus voor familieleden en mantelzorgers die voor een langere tijd de zorg voor een naaste op zich nemen. De zorgbonus betekent een belastingvoordeel voor kinderen, ouders, grootouders en mantelzorgers, die ervoor kiezen om verlof op te nemen of minder te gaan werken om de zorg beter te kunnen combineren met het werk. Zorgen voor elkaar moet niet belast, maar beloond worden.

Langer ouderschapsverlof, voor moeders én vaders.

Nederland kent het kortste vaderschapsverlof van heel Europa. Wij vinden ouderschapsverlof belangrijk om kinderen een stabiel begin te geven en de betrokkenheid van vaders bij de opvoeding te vergroten. Daarom geven wij kersverse ouders samen drie maanden extra verlof na de geboorte van hun kind. 

Tijd voor elkaar: meer flexibiliteit voor jonge gezinnen.

In deze hectische tijd vragen we veel van jonge ouders. De combinatie van de zorg voor een gezin met een baan is vaak zwaar. De risico’s van uitval of een burn-out liggen op de loer, zeker als er bijvoorbeeld ook nog de zorg voor een hulpbehoevende ouder bij komt of een van de kinderen extra aandacht of begeleiding nodig heeft.

Daarom willen wij jonge gezinnen in het spitsuur van het leven helpen door meer mogelijkheden voor flexibel verlof en flexibele werktijden. We willen ook meer maatwerk in de buiten- en voorschoolse voorzieningen, met ruimere openingstijden en een betere aansluiting tussen school en de buitenschoolse opvang.

In onze zorg voor de druk op gezinnen, die zich in allerlei bochten wringen, om werk en zorg te combineren, past ook een pleidooi voor een gezamenlijk rustmoment in de week. Wij vinden die gemeenschappelijke rustdag belangrijk voor de samenleving als geheel en zijn om die reden tegen het afschaffen van de zondagswet, die gemeenten de bevoegdheid geeft om de zondagsrust te bewaren. 

Zorg voor de jeugd.

De overheveling van de jeugdzorg naar de gemeenten heeft nog niet opgeleverd wat we hoopten. Er is nog een wereld te winnen door sneller maatwerk te leveren in de juiste hulp voor het kind en onnodige bureaucratie terug te dringen. Wachtlijsten in de jeugdzorg zijn voor ons onaanvaardbaar.

Als het echt niet lukt om kinderen thuis veilig te laten opgroeien bieden pleegouders hulp. Hun inzet verdient al onze waardering en ondersteuning. Om de abrupte overgang van pleegzorg naar zelfstandig wonen beter te organiseren, willen wij meer ruimte om de pleegzorg na de achttiende verjaardag te verlengen, als dat in het belang van de jongere is.

Kinderen in armoede.

Eén op de negen kinderen in Nederland groeit op in armoede en hun vooruitzicht is er door de economische crisis vaak niet beter op geworden. Hun verhalen zijn schrijnend. Veel kinderen die in armoede opgroeien ervaren uitsluiting en schaamte, omdat ze niet overal aan mee kunnen doen.

Wij vinden dat alle kinderen de kans moeten hebben om kind te zijn. Zij mogen niet de dupe worden van de problemen van hun ouder(s). Daarom zetten wij in op betere schuldhulpverlening, zodat mensen die in de schulden raken er sneller weer uitkomen en ook uit de schulden blijven. Zo wordt voorkomen dat met de rekeningen de problemen opstapelen en huisuitzetting dreigt.

Tot slot is het voor deze kinderen belangrijk dat ze wel volop kunnen meedoen met sporten, op muziekles of naar de bibliotheek kunnen en mee kunnen met schoolreisjes. Dat is mogelijk door deze voorzieningen als inkomensondersteuning in natura aan te bieden.

Ieder kind op sport of cultuur.

Sport en cultuur zijn belangrijk voor ieder kind. Sport is gezond, zeker voor kinderen die worstelen met een ongezonde levensstijl of overgewicht. Cultuur stimuleert de algemene en leerontwikkeling van kinderen. Daarom vinden wij het belangrijk dat ieder kind kan sporten of zich kan ontwikkelen via muziek, toneel of andere culturele vorming. Om de toegang tot sport en cultuur voor ieder kind mogelijk te maken, moet er in iedere gemeente een jeugdsport- of jeugdcultuurfonds in het leven worden geroepen. Zij kunnen ouders voor wie het lidmaatschap te duur is gericht ondersteunen.

Een veilig thuis.

Helaas vormt niet ieder gezin een veilig thuis voor de gezinsleden. Huiselijk geweld is het grootste geweldsprobleem in Nederland. Ieder jaar zijn in ons land 119.000 kinderen en 200.000 volwassenen, veelal vrouwen, het slachtoffer van ernstig huiselijk geweld of verwaarlozing.

Om het geweld zo snel mogelijk te stoppen en de kans op herhaling zo klein mogelijk te maken, wordt de meldcode 'huiselijk geweld en kindermishandeling' aangescherpt.

Professionals om het kind heen, zoals artsen, leraren en hulpverleners, moeten op basis van een meldnorm die door de beroepsorganisaties zelf worden vastgesteld - het meldpunt Veilig Thuis inseinen bij ernstige (vermoedens van) kindermishandeling. Ook moet het delen van informatie over huiselijk geweld tussen professionals makkelijker worden. Zo wordt bereikt dat slachtoffers van huiselijk geweld en kindermishandeling, zoals bijvoorbeeld bekend bij de vrouwenopvang of de Raad voor de Kinderbescherming, bij herhaling van verwaarlozing of geweld meteen weer in beeld zijn.

De positie van en zorg aan slachtoffers van kindermishandeling moet worden versterkt. En we willen nu eens echt een einde maken aan die gevallen waarin de dader van huiselijk geweld thuis blijft wonen en de rest van het gezin noodgedwongen vertrekt.

Deze maatregelen zijn ook van toepassing bij andere vormen van onderdrukking en mishandeling als sharia-huwelijken, polygamie en eergerelateerd geweld. Deze misstanden kunnen in onze samenleving niet met een beroep op de eigen traditie worden toegelaten of toegestaan. Als er sprake is van dwang of mishandeling is dit strafbaar en moet er actieve vervolging plaatsvinden.

Belang van kind bij echtscheiding voorop.

Als relaties stuklopen is de emotionele impact van een scheiding groot, zeker voor de duizenden kinderen die elk jaar een vechtscheiding meemaken Om te voorkomen dat het belang van het kind pas in beeld komt als de zaak uit de hand loopt, willen wij dat bij elke scheiding waarbij kinderen betrokken zijn een mediator wordt ingeschakeld.

Bij een echtscheiding kan ook de band tussen kinderen en de grootouders van de zijde van een van beide partners in het gedrang komen. Dit leidt opnieuw tot veel verdriet en miskent de rol die grootouders hebben bij het opgroeien van hun kleinkinderen. Daarom willen wij de wet zo aanpassen dat de omgang tussen kleinkinderen en hun grootouders uitgangspunt is.

Aandacht voor ouderen.

Als je je hele leven hard hebt gewerkt, belasting hebt betaald en gespaard voor na je pensioen, heb je recht op een rustige oude dag. Voor veel ouderen is dat echter niet het geval. Tegelijk leveren veel ouderen nog steeds een grote bijdrage aan de samenleving, met hun kennis en ervaring, als mantelzorger of vrijwilliger in de buurt, in de geloofsgemeenschap of in de zorg en aandacht die ze geven aan hun kleinkinderen. Daarom willen wij meer aandacht en waardering voor alles wat onze ouderen hebben gedaan en nog doen voor de jongere generaties.

Compensatie voor ouderen met een klein pensioen.

Een deel van de ouderen is in de afgelopen periode onevenredig getroffen door het beleid van het kabinet. Zij kregen te maken met hogere lasten, extra kosten voor zorg en wonen en voor een deel werden hun pensioenen niet geïndexeerd of zelfs gekort. Zij profiteren ook het minst nu de economie langzaam aantrekt.

Dit voelt voor deze groep als een groot onrecht, na alles wat zij aan de samenleving hebben bijgedragen. Een tientje meer of minder is voor ouderen met een klein pensioen een groot verschil. Wij voelen het als onze plicht om voor deze groep ouderen met een klein pensioen op te komen en hen substantieel te compenseren voor de opgelopen achterstand.

Werk voor ouderen.

Door de verhoging van de AOW-leeftijd werken veel ouderen langer door. Dat is belangrijk en goed; zo kunnen zij hun kennis en ervaring inzetten en overbrengen op jongere collega’s. Tegelijk is juist het aantal ouderen zonder werk in de afgelopen jaren fors gestegen. Het

kabinetsbeleid om deze mensen weer aan het werk te krijgen heeft veel geld gekost, maar

weinig banen opgeleverd.

Een verkorting van de verplichting voor werkgevers om bij ziekte tot twee jaar loon door te betalen, kan zeker voor deze groep ouderen een flinke verbetering betekenen. Ook ons voorstel voor individuele scholingsbudgetten vergroot dekans op werk voor oudere werknemers.

Vrijwilligerswerk.

Toch is het niet reëel om te veronderstellen dat alle oudere werklozen op korte termijn een vaste baan kunnen vinden. Vaak zijn deze mensen wel op een andere manier in de samenleving actief, bijvoorbeeld als vrijwilliger of mantelzorger.

Die inzet verdient de waardering van de samenleving en daarom willen wij een vrijstelling van de sollicitatieplicht voor werkzoekenden boven de 60 die structureel en gedurende meerdere dagen per week vrijwilligerswerk doen of mantelzorg bieden.

Aanpakken eenzaamheid.

Eenzaamheid is een groot probleem in onze samenleving. Het komt in alle leeftijdscategorieën voor, maar vooral onze ouderen zijn een kwetsbare groep. Door hun afnemende gezondheid en mobiliteit en het wegvallen van een partner of leeftijdsgenoten, raken ouderen geïsoleerd en ligt eenzaamheid op de loer. Ruim 1 miljoen van de 55+’ers geeft aan zich eenzaam te voelen. Tweehonderdduizend van hen hebben slechts eens per maand sociaal contact.

De zorg en aandacht voor onze ouderen is een verantwoordelijkheid van ons allemaal, van familie, buren, kennissen en verenigingen. Wij willen een landelijke aanpak eenzaamheid, waarbij ouderen die in isolement dreigen te raken regelmatig worden bezocht.

Beter onderwijs.

Onze kinderen zijn de toekomst. Het is onze taak om hen thuis en op school goed voor te bereiden op hun rol en plek in de samenleving en de wereld daarbuiten.

Goed onderwijs biedt alle kinderen en jongeren de kans om hun talenten te ontwikkelen en uit te groeien tot volwaardige en betrokken burgers. Waar het onderwijs juist een krachtig middel kan zijn om de dreigende tweedeling in de samenleving te keren. Kinderen van laagopgeleide ouders hebben een kleinere kans om naar de havo of het vwo te gaan dan even slimme kinderen met hoogopgeleide ouders.

Ondanks de belofte van ‘passend onderwijs’ voor alle kinderen is het aantal thuiszitters nauwelijks afgenomen. En het leenstelsel dat dit kabinet met steun van D66 en GroenLinks heeft ingevoerd, maakt het hoger onderwijs voor veel jongeren ontoegankelijk. De instroom naar het hbo en universitair onderwijs is aanmerkelijk afgenomen.

Deze ontwikkelingen zijn voor ons onacceptabel en wat ons betreft ‘on-Nederlands’. Wij staan voor een onderwijs dat aan alle jongeren gelijke kansen biedt op een goede toekomst. Je inzet telt en niet je afkomst!

Vrijheid van onderwijs beschermen.

Niet de overheid, maar ouders zelf kiezen het type onderwijs voor hun kinderen. De vrijheid van onderwijs (art. 23 van de Grondwet) geeft ouders die vrijheid om een school te kiezen die past bij hun opvoeding, hun idee over onderwijs of hun levensbeschouwelijke overtuiging. Veel ouders kiezen dan ook bewust voor het bijzonder onderwijs. Wij staan als partij pal voor de vrijheid van onderwijs. Maar wel waakzaam dat de vrijheid van onderwijs geen vrijbrief is voor het verspreiden van antidemocratische ideeën of het geven van slecht onderwijs dat kinderen verder op achterstand zet. Daarom gaan we de weerbaarheid van de onderwijsvrijheid vergroten door plannen voor nieuwe scholen vooraf te toetsen op hun bijdrage aan de ontwikkeling van de kinderen, integratie en burgerschap.

Het bijzonder onderwijs laat ook de ruimte voor vernieuwende schoolconcepten, waar naast de reguliere lesstof meer aandacht is voor de ontwikkeling van sociale, ondernemende of digitale vaardigheden.

Voorschool voor de allerkleinsten.

Wij willen peuterspeelzalen en kinderopvang samenvoegen tot één voorschool, zodat deze kinderen weer met elkaar spelen én leren. Wij willen dat kinderen tussen twee en vier jaar recht krijgen op een aantal dagdelen voorschool, met de mogelijkheid voor aanvullende opvang voor ouders die dat willen. Meer dan nu kan in de voorschool al aandacht zijn voor taal en ontwikkeling.

Gelijke kansen voor elk kind en elke jongere.

Wij willen dat elk kind op basis van zijn inzet en capaciteiten een gelijke kans heeft op een goede schoolkeuze.

Voor een goede keuze blijft wat ons betreft het schooladvies van de leraar aan het einde van de basisschooltijd leidend. 

 Kiezen voor vakmanschap op VMBO en MBO’.

Wij kiezen voor meer investeringen in het beroepsonderwijs. Wij ondersteunen het kleinschalig beroepsonderwijs, herkenbaar voor studenten en goed aangesloten op de vraag van werkgevers in de eigen regio. De nieuwe kleinschalige MBO-vakcolleges zijn daarvan een goed voorbeeld. Wij willen meer mogelijkheden om leerlingen in de beroepspraktijk op te leiden en niet alleen scholieren, maar ook leraren de mogelijkheid bieden om stage te lopen in de beroepspraktijk. Wij willen dat ook het praktijkonderwijs wordt afgerond met een diploma, dat wordt herkend en erkend op de regionale arbeidsmarkt.

De overgang van het VMBO naar het MBO, en van het MBO naar het HBO verdient meer aandacht, omdat de overgang voor te veel jongeren nog te groot is. Een betere loopbaanoriëntatie en schakelprogramma’s kunnen voorkomen dat zij achterop raken of voortijdig uitvallen. Ook steunen wij de zogeheten doorlopende vakmanschapsroutes, waarbij de VMBO- en MBO-opleiding tot en met de startkwalificatie in een doorlopende leerroute worden vormgegeven.

Ten slotte kiezen we ervoor om de kwalificatieplicht te verhogen tot 21 jaar, met uitzondering van degenen die zelf in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Op die manier verkleinen we de kans dat jongeren zonder diploma de school verlaten 

De beste leraren voor de klas.

Wij kiezen voor een betere lerarenopleiding met aparte specialisaties voor jonge en oudere kinderen in het basisonderwijs en een eigen lerarenopleiding voor het beroepsonderwijs. Extra aandacht is er voor de inzet op voldoende bevoegde leraren in die vakken waar op korte termijn een tekort dreigt.

Om het vak van leraar aantrekkelijker te maken willen we leraren die permanent investeren in hun eigen ontwikkeling hiervoor de tijd bieden en ook beter belonen.

Recht op onderwijs op maat.

Omdat ieder kind recht heeft op onderwijs is het idee achter het passend onderwijs op zich goed; de praktijk is echter veel te bureaucratisch, te weinig gericht op preventie en daardoor niet effectief. Te veel kinderen zitten alsnog thuis in plaats van op school. Wij willen dat scholen meer mogelijkheden en middelen krijgen om maatwerk te bieden, zowel voor kinderen die meer zorg nodig hebben als voor kinderen die meer uitdaging nodig hebben.

Het recht op onderwijs geldt ook voor kinderen van vluchtelingen. Momenteel krijgen basisscholen voor kinderen van vluchtelingen slechts één jaar extra bekostiging. Dat is te weinig omdat deze kinderen niet alleen de taal nog moeten leren, maar ook extra aandacht nodig hebben door wat ze hebben meegemaakt.

Burgerschap op elke school.

Voor ons heeft het onderwijs een brede, vormende opdracht in aansluiting op de opvoeding door de ouders thuis.  Kennis van de Nederlandse samenleving en van ieders rechten en plichten zijn cruciaal om goed mee te kunnen doen.

Zeker in het beroepsonderwijs krijgt burgerschapsvorming nu nog onvoldoende aandacht.

Terugdraaien leenstelsel.

Het leenstelsel dat begin 2015 door VVD, PvdA, D66 en GroenLinks is ingevoerd, heeft nu al grote consequenties voor de toegankelijkheid van het onderwijs. Wij vinden het onacceptabel om in het onderwijs drempels op te werpen. Het leenstelsel vergroot de scheidslijn tussen hoger- en laagopgeleiden in onze samenleving. Wij willen daarom het huidige leenstelsel terugdraaien en de basisbeurs voor de bachelorfase opnieuw invoeren.

De kwaliteitsimpuls in het hoger onderwijs, die betaald werd met het afschaffen van de basisbeurs, blijft behouden. De OV-studentenkaart wordt vervangen door een tegemoetkoming in de reiskosten.

Kwaliteit universiteiten.

De Nederlandse universiteiten presteren goed. Universiteiten lopen aan tegen een grotere verantwoordingsdruk om het rendement van hun werkzaamheden te ‘bewijzen’. Universiteiten moeten zich volledig kunnen richten op hun kernactiviteiten. Daarom willen we wetenschappelijk onderzoek ontdoen van de onnodige bureaucratische ballast. Daarnaast moet er ruimte blijven voor kleine studies en specialistische vakgebieden.

Aanpak laaggeletterdheid.

In Nederland zijn er ruim 2,5 miljoen mensen die moeite hebben met lezen. Dat is een ongekend hoog aantal. Een brede landelijke aanpak laaggeletterdheid is nodig om laaggeletterdheid snel te signaleren en aan te pakken.

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.