CDA Pensioendebat: solidariteit tussen generaties groot goed

Het door CDA Amstelveen georganiseerd pensioendebat in boekhandel Venstra trok woensdag maar liefst 140 belangstellenden. De aanwezigen hadden veel vragen richting CDA-Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt, Hans Biesheuvel van ONL voor Ondernemers, Michiel Hietkamp van CNV Jongeren en Willem van der Spek van ouderenorganisatie PCOB.

De centrale stelling tijdens het debat was of het huidige pensioenstelsel onrechtvaardig is ten opzichte van jongeren of juist ten opzichte van ouderen. Het leidde tot een zeer levendige discussie, waarbij ook allerlei andere onderwerpen aan de orde kwamen

Lage rente
Volgens pensioen-expert Pieter Omtzigt zit er nogal een gat tussen de verwachting die decennialang zijn gewekt aan de werkenden die pensioenpremies betaalden en de pensioenen die ze uiteindelijk na hun pensionering uitbetaald hebben gekregen. Er is in al die jaren nooit serieus rekening gehouden met een scenario waarbij de rente zo laag zou zijn als nu. Een inleg van 100 euro bij een rente van 7% is na 40 jaar aangegroeid tot 1600 euro, bij een rente van 1% is diezelfde 100 euro aangegroeid tot 150 euro. Daarnaast is de levensverwachting gestegen, waardoor gepensioneerden langer pensioen ontvangen dan waar rekening mee is gehouden. Ten slotte is, vooral in de jaren tachtig, te weinig premie betaald door werkgevers en werknemers ten opzichte van het pensioen dat aan de werknemers is beloofd, ook tegen de rente van toen. Het gevolg is wel dat jonge starters op de arbeidsmarkt nu maar liefst 20 tot 25 procent van de loonsom moeten afdragen aan pensioenpremie, terwijl ook hun pensioen absoluut niet gegarandeerd is.

Willem van der Spek van het PCOB gaf aan: “Voor de crisis van 2008 waren de pensioenen een zekerheid. Vanaf dat moment moest er serieus rekening mee worden gehouden dat pensioenen ook wel eens verlaagd zouden moeten worden. Dat was nog nooit gebeurd. Er ging een schok door het land, want ‘pensioenen stonden toch vast’? Iedereen snapt dat er iets moet gebeuren.” CDA-Kamerlid Omtzigt  betoogde dat ons land te laat is begonnen met het hervormen van het pensioenstelsel. “Toch heeft Nederland in vergelijking met andere Europese landen op tijd bijgestuurd. Als wij twaalf jaar geleden niet de VUT en het prepensioen hadden afgeschaft, dan hadden we nu Franse toestanden gehad.”

Studenten
Omtzigt vroeg speciale aandacht voor de jonge generatie studenten, die hun arbeidzame carrière beginnen met een studieschuld van 30.000 euro. “En als ze de pech hebben om tijdens hun studie verliefd te worden op een medestudent zelfs met een schuld van 60.000 euro.” Ook is er meer aandacht nodig voor de groep tussen 50 en 66 jaar. “Die mensen zitten aan de top van hun loonschaal. Maar er is één nadeel: ze kunnen niet meer van baan veranderen. Want ze zijn gewoon te duur.” Als zij werkloos worden komen ze bijna niet meer aan het werk. Volgens Hans Biesheuvel van ONL voor Ondernemers  is het daarom ook belangrijk “een leven lang te leren” zodat ook ouderen aantrekkelijk blijven voor de arbeidsmarkt.

Volgens Michiel Hietkamp van CNV jongeren moet er nagedacht worden over een geïndividualiseerd pensioenstelsel waarbij toch geprofiteerd kan worden van een collectieve dekking. “Een jongere heeft recht op wat hij heeft betaald.”

Omtzigt leverde kritiek op politieke partijen, die beloven dat de pensioenen elk jaar geïndexeerd zullen worden en eventueel vanuit de staatskas kunnen worden gegarandeerd. Dat is volgens de CDA’er een illusie. Hoewel er best wat aan te merken valt op het huidige stelsel, moeten de pensioenfondsen blijven bestaan. Het is immers een vorm van solidariteit tussen de generaties, die er voor zorgt dat financiële tegenvallers beter en eerlijker kunnen worden opgevangen. “Wel moet er een verbeterd stelsel komen, waarbij de sociale partners die de pensioenfondsen besturen weer representatief zijn voor de doelgroep. En bovendien moeten er meer keuzemogelijkheden komen voor de datum waarop iemand met pensioen gaat.”

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.