25 juli 2017

Keuze voor dure Fietsbrug is voorbarig

Donderdagavond besloot de gemeenteraad om een fietsbrug te gaan aanleggen van het Java-eiland over het IJ naar Amsterdam Noord. Het CDA is een groot voorstander van het verbeteren van de verbindingen tussen Noord en de rest van de stad, zeker nu er zoveel wordt gebouwd. Het CDA is dan ook voor een versnelde aanleg van het metrostation Sixhaven en een eventuele voetgangerstunnel vanaf het Centraal Station. Maar om nu al te besluiten tot een dure fietsbrug vindt het CDA voorbarig en onverstandig. Er zijn nog teveel vraagtekens en er kleven grote nadelen aan.

Het betekent dat de Passenger Terminal definitief moet worden verplaatst, maar het is nog niet duidelijk waarheen en hoeveel dat zou kosten. De keuze voor de fietsbrug kost waarschijnlijk honderden miljoenen euro’s, maar de begroting is nog erg onzeker. Het CDA vindt dat dit beter moet worden onderzocht. Het voordeel van een tunnel versus een brug is dat een tunnel goedkoper is, zowel in aanleg als in onderhoud, het drukke scheepsverkeer niet hindert, en een open zicht op het IJ in stand houdt. Het CDA hecht ook aan de open blik over het water,  uniek voor ons Amsterdam. En een fietsbrug moet in de zomer buiten de spits drie keer per uur tien minuten open om schepen door te laten. Dit maakt de fietsverbinding onbetrouwbaar. Een tunnel heeft als nadeel dat fietsers een iets groter hoogteverschil moeten ‘overbruggen’—een tunnel is dieper dan de brug hoog—maar op die andere punten scoort een tunnel beter. Bovendien wordt de bereikbaarheid van Noord al veel beter zodra de Noord/Zuidlijn gaat rijden, en weten we nog niet precies wat dat zal doen met de verkeersstromen. Kortom, de CDA-fractie vindt de beslissing om nu al definitief te kiezen voor een fietsbrug niet verstandig. Helaas was onze partij de enige die tegenstemde. Maar de brug is er nog lang niet. Het hele proces zal nog jaren in beslag nemen. Misschien dat andere partijen in de tussentijd nog tot andere inzichten komen.

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.