12 mei 2020

Amsterdams vaarbeleid kopje onder

Op donderdag 14 mei staat de Nota Varen 2 op de agenda van de raadscommissie Mobiliteit, Luchtkwaliteit en Water. Ik zal daar als duoraadslid namens het CDA het woord voeren. Deze nota is een nieuwe stap in een lange geschiedenis van vaarbeleid in Amsterdam. In dit blog wil ik - zeer beknopt - aangeven waarom het vaststellen van deze nota varen onverstandig, risicovol en duur gaat zijn en bovendien het achterliggende probleem niet doeltreffend oplost.

Op dit moment lijkt het ons verstandig om deze nota met minimaal een jaar uit te stellen. Ook bij eerdere bespreking van dit vaarbeleid (de Nota Varen 1) was het CDA zeer kritisch, maar toen speelde nog niet de coronacrisis. Een belangrijke reden dat het CDA toen tegen de Nota Varen deel 1 gestemd heeft, was dat het vergunningenstelsel een bijzonder complexe en dure manier is om het probleem van drukte op het water en in de binnenstad tegen te gaan.

Er was voor de coronacrisis natuurlijk een groot probleem met laagwaardig toerisme en drukte in de binnenstad. Het zou ook zeker goed kunnen dat na de coronacrisis dit probleem terugkeert en daar moet je natuurlijk op voorbereid zijn. Het is alleen een grote vraag of de rondvaartboten en pleziervaart een groot aandeel hebben in dit probleem. Wanneer je echt werk wil maken van kwaliteitstoerisme in Amsterdam zijn andere maatregelen veel effectiever, zoals beperking van coffeeshops en opschoning van de Wallen. Rondvaartboten worden - ook door binnenstadbewoners - niet als het meest knellende probleem van massatoerisme ervaren. Er zijn op sommige dagen en plekken zeker problemen met teveel boten, maar dit zou met maatwerk, tijdelijke regelingen en goede handhaving opgelost kunnen worden. Het voorgestelde beleid is een optelsom van complexe en juridisch risicovolle maatregelen, aangevuld met duurzaamheidseisen voor pleziervaart en mooie plannen voor zero-emissie vrachtvervoer op het water, waarvan de betaalbaarheid onduidelijk is.

In de nota varen deel 2 wordt bijvoorbeeld gevraagd om 1 fte extra voor juridische ondersteuning, voor €125.000 per jaar, één senior adviseur beleid voor €125.000 per jaar en externe juridische kosten voor bijna €800.000. Totale kosten voor alleen het op-en-afstapbeleid zijn al €2,6 mln.

Het is in deze coronacrisis niet uit te leggen dat een stad waarin ondernemers het loodzwaar hebben en alleen het GVB (100% eigendom van gemeente Amsterdam) € 20 mln. per maand verlies draait, een zwaar, complex en juridisch risicovol beleid gaat doorvoeren. Bovendien is de vraag of het überhaupt een probleem op gaat lossen.

Zelfs wanneer je voorstander bent van dit beleid was in de situatie vóór de coronacrisis, zou je op zijn minst nu terughoudend moeten zijn met het aangaan van nieuwe verplichtingen. Amsterdam is een relatief rijke stad, maar zelfs vóór de coronacrisis was de meerjarenbegroting niet sluitend.

Ik ben meestal niet zo van het gebruik van zware woorden, omdat dat vaak afleidt van de inhoud en niet zo constructief is. Maar door dit plan door te voeren lijkt het college alle contact met de gewone Amsterdammers verloren te zijn. De oproep aan GroenLinks, D66, PvdA en de SP is om hier deze keer niet in mee te gaan. Doe dit niet, geef rust en stel dit plan minimaal één jaar uit.

Niek Wijmenga
Duoraadslid Milieu, Luchtkwaliteit & Water
niek@cda.amsterdam

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.