07 juni 2013

CDA voor ‘parkeerplekkenmonitor’ en ‘geen-plek-minder-beleid’

Met name in en rond het centrum van Amsterdam worden regelmatig parkeerplaatsen op straat weggehaald. Vaak leidt dat tot frustratie en onduidelijkheid bij bewoners, voor wie het nog moeilijker wordt om een plekje te vinden voor hun auto. Het aantal openbare parkeerplaatsen neemt bovendien af, onder andere omdat steeds meer plekken op straat worden gereserveerd voor elektrische auto’s. Op dit moment is onduidelijk hoeveel plaatsen er over blijven.

Parkeerplekkenmonitor
Daarom heeft het CDA Amsterdam vandaag een motie ingediend om een openbare parkeerplekkenmonitor te introduceren: een website met een actueel overzicht van het aantal parkeerplekken in de wijken van de stad die wordt aangepast zodra er plaatsen verdwijnen of worden toegevoegd. Daarbij dienen ook alle voornemens en plannen voor te verwijderen plekken worden aangegeven.

CDA-duoraadslid Diederik Boomsma: “Amsterdammers verdienen duidelijkheid over het parkeerbeleid. Met een actuele monitor kan iedereen zien wat er in zijn of haar buurt gebeurt—en of het beleid van de gemeente echt werkt.”

‘Geen-plek-minder-beleid’
Tegelijkertijd pleit het CDA voor een ‘geen-plek-minder-beleid’. De parkeerdruk in de stad is te hoog opgelopen om het aantal straatparkeerplekken te verminderen, zonder dat er daadwerkelijk geschikte nieuwe plekken voor in de plaats zijn gekomen.

Boomsma: “Dat vergunninghouders nu in gemeentelijke garages kunnen parkeren, schept ruimte. Maar die moet primair worden gebruikt om de parkeerdruk en wachtlijsten voor parkeervergunningen te verminderen—en pas in tweede instantie voor het weghalen van plekken op straat. Dat laatste is immers geen doel op zich.” Het CDA wil dat dit als principe wordt vastgelegd in de nieuwe mobiliteitsnota en heeft daartoe een amendement ingediend.

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.