11 december 2017

Vrijheid van onderwijs, ook voor opstromers

Na het vmbo willen sommige leerlingen door naar het mbo, anderen willen graag alsnog een havo-diploma halen of na de havo naar het atheneum. 

Onze stad heeft behoefte aan al deze jongeren en zeker ook aan goede mbo’ers. Maar het is van groot belang dat jongeren die zelf door willen stromen naar een hoger schooltype na een diploma te hebben afgerond daar wel alle kansen toe krijgen. Dat is op dit moment nog onvoldoende het geval. Er zijn scholen die drempels opwerpen door bijvoorbeeld hoge cijfers als voorwaarde te stellen. Nu kunnen leraren goede redenen hebben om jongeren af te raden een hogere opleiding te beginnen, en zij moeten die natuurlijk kunnen bespreken. Maar uiteindelijk moeten leerlingen wel zelf de keuze kunnen maken, met hun ouders. Sommige leerlingen komen gewoon wat later op gang. Anderen zijn bijvoorbeeld mede door een taalachterstand lager ingeschat. Wie dan de ambitie heeft om een hoger diploma te halen, moeten we die kans bieden—en dan liever niet via een dure privéschool of via het volwassenenonderwijs, maar ook op de eigen school. Soms wordt gesuggereerd dat de onderwijs- inspectie dwarsligt, door scholen te beoordelen op slagingspercentages. Dat zou scholen terughoudend maken om jongeren te laten doorstromen. Het is goed om daarover in gesprek te gaan. Maar daarbij geldt hoe dan ook: niet de statistieken mogen leidend zijn, maar het belang van het kind. Dat geldt ook voor het besluit om kinderen te laten ‘doubleren,’ oftewel blijven zitten. Zittenblijven is soms beter voor kinderen dan ‘afstromen’ naar een lager schoolniveau, omdat ze met dat extra jaar, de rust en het zelfvertrouwen kunnen opbouwen om daarna wel te slagen. Dat moet kunnen en niet om de verkeerde redenen worden ontmoedigd. Het CDA wil ook bezien hoe de gemeente scholen en opstromers kan steunen, bijvoorbeeld door middelen ter beschikking te stellen om extra begeleiding te bieden. Onze jongeren verdienen het. 

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.