01 november 2018

Algemene beschouwingen November 2019 CDA

De  fractie van het CDA uit Schagen heeft Algemene beschouwingen gemaakt voor de gemeentelijk begroting 2019. Hieronder treft u het .pdf bestand en de integrale tekst aan: 

Klikt u hier voor de .pdf versie

 

Versnelling in balans

Met de begroting van 2019 geeft het college een goed uitgewerkt totaalbeeld van de financiële gevol­gen van het beleid. Beleid dat aangepast is aan de wensen van de nieuwe coalitie van CDA, JESS en PvdA. En de uitvoering van beleid staat bovendien bloot aan ontwikkelingen elders, zoals de goede economische situatie in Nederland. Dit alles laat zijn sporen na in de begroting en in deze tekst geeft het CDA aan hoe we tegen het totale financiële beeld aankijken en of dit financiële beeld voor het CDA aanleiding geeft om het beleid te herzien. Dit zijn dan ook de algemene beschou­wingen van het CDA voor het begrotingsjaar 2019.

Domein ruimte en economie

Uit de kopgroep demareren

De gemeenteraad wenst een versnelling van aantal woningen dat per jaar gebouwd wordt, iets waar Sybrand Buma ook in Den Haag voor pleit. Mogelijk moet de gemeente hier zelf bestemmings­plannen voor op gaan zetten, nog zonder akkoord van de provin­cie. Hier zijn mensen voor nodig om te schrijven. De economie groeit, dus ook de aan­vragen bij de gemeente, voor vergunningen of bouwaanvragen, nemen toe. Hier zijn mensen voor nodig om te beoordelen. De wens bestaat om een gemeentebreed bestem­mingsplan haast continu bij te werken – en graag zonder fouten. Ambitieus, hier zijn mensen voor nodig. Zijn deze mensen wel te vinden, is het wel wenselijk om zoveel nieuwe mensen aan te nemen? Welke plannen worden als eerste vertraagd als de gemeente onvoldoende nieuwe mensen kan aannemen, is een vraag die kan gaan optreden. Is het college van plan om in de toekomst eventuele vertraging van zulke plannen eerst met de raad te bespreken?

De arbeidsmarkt is dan ook een heikel onderwerp. Niet alleen voor de gemeente als werkgever, maar ook bijvoorbeeld voor de agrarische sector, ICT , techniek, bouw, horeca, logistiek. Hoe denkt de gemeente Schagen bedrijven te kunnen helpen in het vinden van nieuw personeel? Het CDA wil in ieder geval meer ruimte voor nette opvang van seizoensarbeiders. Via een motie vraagt het CDA te werken naar verruimde opvang van seizoensarbeiders tot maximaal 60 personen per locatie. De agrarische sector zou daarmee weer een klein beetje geholpen zijn.

In tijden van economische groei zullen bedrijven ook willen groeien. Wij willen dat Schagen ruimte biedt aan nieuwe bedrijven om zich hier te vestigen en voor bestaande bedrijven om uit te breiden. De ontwikkelingen op Lagedijk laten zien dat Schagen een gunstig vestigingsklimaat heeft. Het is ook belangrijk dat de bedrijventerreinen in bij­voorbeeld Waarland en Warmenhuizen ook kunnen groeien, we steunen het college in die ambitie.

In het toerisme zien we dat de activiteiten toenemen. In ieder geval: het budget voor Holland boven Amsterdam groeit. Hoe pakt het college de typische Schagense zaken aan? Zijn de verkeerde bordjes “Duinen van Schagen” al veranderd? En is er nog nieuws over Sint Maartenszee? Lukt het het college om de Schagense markt zich meer te laten richten op kwaliteit en lokale producten? Hoe ver staan de plannen om in de dorpen een vergelijkbare branding te ontwikkelen als Schagen Marktstad?

Domein leefomgeving en duurzaamheid

Vanuit achterstand erop en erover

Goed onderhoud van wegen, stoepen en itoebehoren vraagt goede planning. Een goede planning vraagt om een goede inventarisatie. Het project “De basis op orde” staat ge­pland voor eind van dit jaar. Gaat deze planning gehaald worden? Daarbij wil het CDA geïnformeerd worden hoe de projecten geprioriteerd worden. Hier heeft het CDA vorig jaar ook al om gevraagd. Het is belangrijk in de communicatie naar bedrijven en inwo­ners, voor het verwachtingsmanagement. Wanneer komt de Koorndijk/Kalverdijk/ Dorpsstraat in Tuitjenhorn aan bod? De 30km-inrichting zou daar versneld worden door­gevoerd. Het CDA steunt dat van harte. Maar wanneer is ‘versneld’, inderdaad nog dit jaar? En wie maakt de keuze op grond waarvan om iets versneld uit te voeren? Gaan projecten als “schoolzones bij elke basisschool” mee met deze prioritering (en kunnen ze dus in de tijd naar achteren geschoven worden)? Daarnaast moet er ruimte blijven voor kleine ingrepen, zoals een zebrapad bij de Nieuwe Nes, waar we het college vriendelijk per motie toe willen verzoeken.

In de begroting staan pm-posten bij “Onderhoudsachterstanden op basis van inspecties basis op orde”. Dat lijkt op een begroting met hiaten. Kan het college de raad tips geven hoe we deze pm-post moeten interpreteren. Klein bier of krijgen we straks een taak­stelling om de oren?

Op dit domein moet het college niet alleen bij het openbaar gebied uit achterstand terug­komen. Dit geldt voor onze hele samenleving ook bij de energietransitie. Deze begroting laat nog een mager beeld zien over de energietransitie. Voor zon-op-dak kan de gemeente nu al een faciliterende rol spelen door bedrijven bij elkaar te brengen. We begrijpen dat dat ook al gebeurt, dat is goed. We vinden het jammer dat de raad pas begin 2019 de kaders kan stellen over de zonneweides. Niet durven kiezen en daarom maar niets doen, helpt de energietransitie niet verder. Het gaat verder dan zonneweides. Windenergie? Het coalitieakkoord zegt ja, provincie zegt nee. Gevolg: er gebeurt minder dan had gekund. In hoeverre voert het college overleg met andere overheden voor af­stemming? Rijk, provincie, gemeente, ieder heeft een eigen rol te vervullen. Het CDA dan ook blij met het initiatief vanuit de raad voor een themabijeenkomst over de ener­gie­transitie. Het is een thema dat vele belangen en vele perspectieven kent, maar dat mag voortgang van de actie niet in de weg staan. Hoe zit het met de actie? Wanneer denkt het college dat de eerste bestaande wijk – liefst voorzien van glasvezel – van het aardgas af gaat?

Domein samenleving en gezondheid

Iedereen in het peloton; de bezemwagen is leeg

Op het sociaal domein is het CDA voorstander van stabiliteit. Aandacht voor preventie zoals de vorige portefeuillehouder (in collegialiteit) het beleid heeft neergezet. Maar er lijkt geen beleid zo complex te zijn als het sociaal beleid. Het CDA deelt de wens tot intensivering van de informatieoverdracht van college naar de raad, die breed gedragen wordt binnen onze raad. Waar in het economisch domein de gemeente kan meedeinen met de golven van de economie, moet de gemeente in het sociaal domein juist een rustige en stabiele koers varen. Als we in het sociaal beleid snijden, gaat dat direct ten koste van mensen. Dat moeten we altijd willen voorkomen. Ook in tijden van econo­nomische tegenslag, als het Rijk gaat bezuinigen, moeten we de kern van ons sociaal beleid uit kunnen blijven voeren.

Nu is er sprake van terugdraaien van de rijksbijdrage en extra kosten voor jeugdzorg en de WMO. Het kan binnen deze begroting nog elders worden opgevangen, maar tegelijk spreekt het college over een mogelijke budgettaire uitdaging. Ook de reserves binnen het sociaal domein hebben beperkingen. Welke orde van grootte kan deze budgettaire uitdaging worden? Is het mogelijk dat het beleid hierop moet worden aangepast? Zo ja, dan is het belangrijk dat het college de raad er vroeg bij betrekt.

Nieuw in het sociaal domein zijn de huiskamers in ieder dorp. Hoe snel en op welke wijze gaat het college deze opzetten? Het budget is voor huiskamers als ontmoetingspunten met gezellige aankleding, een bloemetje en een kopje koffie. Het is niet bedoeld voor ieder idee vanuit het college. In het sociaal domein is het beleid voor het grootste deel in de vorige periode vastgesteld. Veel is uitvoering. Dat betekent dat de rol van de raad vooral het controleren van de uitvoering is. Daar is monitoring belangrijk voor, de indi­catoren zijn belangrijk. Het valt ons op dat sommige indicator een indicator uit het ver­leden, bijvoorbeeld 2014, hebben. Dat geeft geen houvast om beleid te aan ijken. Soms heeft het beleid een veelzijdige uitvoering. De doelstelling “Waar nodig biedt de gemeen­te (tijdelijk) ondersteuning om te kunnen voorzien in eigen levensonderhoud of te par­ticiperen naar vermogen” lijkt meerdere doelstelling ineen te bevatten en heeft vijf ver­­schillende beleidsmaatregelen. Volstaat dan één indicator (het aantal personen met een bijstandsuitkering) dan wel? Vooral in het sociaal domein vragen wij het college kritisch te kijken naar de indicatoren en om te zorgen dat de waarde van de indicatoren ook frequent (1x per jaar) bijgehouden kan worden.

Domein inwoner en bestuur

Strijden voor een tevreden kijker

De gemeente is er voor de inwoners, voor de bedrijven, voor onze bezoekers. Dienst­baarheid en klantgerichtheid zijn belangrijk. Om deze nu al excellent te noemen op diverse plekken in de begroting, vindt het CDA niet correct. Zelfs innerlijk tegenstrijdig. Als volksvertegenwoordiger horen we voldoende geluiden dat de dienstverlening beter kan. Geen grove misstanden, geen zaken die snel tot een klacht zullen leiden. “Inwoners ervaren onze excellente dienstverlening nog meer als vriendelijk, snel, goed en betrouw­baar.” Maar zo ervaren onze inwoners het lang niet altijd. Met deze zin geeft het college het zelf al aan: het kan nog vriendelijker, sneller, beter en betrouwbaarder worden be­leefd. Iets meer bescheidenheid was op zijn plaats geweest.

De vraag is ook waar we naartoe willen werken. Wanneer zijn we tevreden over de MKB-vriendelijkheid? Zonder meer werkt het Lean-project zijn vruchten af. Snelle dienst­verlening wordt altijd gewaardeerd. Maar het Lean-project was toch ook bedoeld om een taakstelling op de formatie in te vullen? Nu die taakstelling er niet meer is, hoe stuurt het college op de formatieomvang? Indirect is dit van belang voor de taakinvulling van de gemeenteraad. Een grote, vaste formatie geeft weinig flexibiliteit als er bezuinigd moet worden; dus meerjarenrisico’s. Een snel groeiende formatie hoort in verhouding te staan tot nieuwe taken. Omgekeerd kunnen veel vacatures oorzaak zijn dat niet alle taken uitgevoerd kunnen worden. De formatie (10% stijging in één jaar tijd; veertig open vacatures) geven het CDA reden tot zorg. De loonkosten stijgen hierdoor met ca. drie miljoen per jaar. Hoe kijkt het college aan tegen de financiële inflexibiliteit die een grote formatie kan veroorzaken? Welk beleid denkt het college niet uit te voeren als de vacatures niet ingevuld worden?

De stad Schagen heeft geen dorpsraden. Wijkpanels als equivalent van dorpsraden zijn er niet. De wijken De Hoep-Zuid en Groeneweg hebben nog een voorziening die het dichtst in de buurt komt. Twee euro per inwoner per jaar zou voldoende prikkel moeten zijn om wijkpanels op te zetten. Maar is iedereen al geïnformeerd hoe ze dit geld kunnen gebruiken? Wanneer kunnen mensen de rekening sturen?

Onder de streep maakt het CDA zich zorgen over de financiële consequenties van de plannen van het college voor 2019. Inhoudelijk worden de plannen gesteund, maar we vinden de optelsom niet leiden tot een behoedzaam financieel beleid zoals het coalitie­akkoord wel beschrijft. Uiteraard, er zijn afspraken gemaakt over extra geld, dat eerst naar achterstallig onderhoud gaat. Maar onze schuldquote neemt toe van ca. 70% naar ca. 80%. Hier wordt gezegd dat we rustig tot aan de 100% kunnen gaan: de norm wordt gebruikt om extra ruimte te creëren. Maar bij de solvabiliteitsratio – ca. 25% waar de norm 50% is – wordt doodleuk gesteld dat de norm niet zo belangrijk is. Dit lijkt een inconsistente omgang met normen te zijn.

Dat extra geld niet gebruikt wordt om het incidenteel weerstandsvermogen te verhogen, begrijpt het CDA. Maar dat weerstandsvermogen blijft erg belangrijk voor het CDA. Dit geeft namelijk de mogelijkheid om coulant te zijn tijdens de overgang naar slechtere tijden. Het geeft ons een buffer om abrupte bezuinigingen te verzachten. Dit kan voor­komen dat we in de toekomst rigoureus het mes moeten zetten in beleid dat we nu zo zorgvuldig hebben opgebouwd. Juist in de goede tijden van nu moeten we hier aandacht aan besteden. Daarom was het CDA zo positief over de aansterking van het incidentele weerstandsvermogen in het afgelopen jaar: niet door geld “bij te storten”, maar door de risico’s te verminderen. Dat het college aanvaart dat het incidentele weerstands­vermo­gen met 0,96 onder de minimumeis van 1,0 ligt, is curieus. Voor het CDA betekent dit dat we zeer voorzichtig met nieuwe risico’s om moeten gaan. Bijna per definitie nee zeg­gen tegen verzoeken om garantstelling bijvoorbeeld. Dat zou zonde zijn. Daarom roepen we het college per motie op om met een plan van aanpak te komen om te werken naar een incidentele weerstandsvermogen van 1,5 op termijn – typisch door kritisch naar bestaande en nieuwe risico’s te kijken.

Het CDA is positief over deze begroting en de keuzes die daarin gemaakt worden. Qua financiële hygiëne vragen we vooral om ook al vast na te denken over de vólgende raadsperiode. Veel zaken uit het coalitieakkoord worden al opgepakt door het college. We wensen de collegeleden veel succes en plezier met het uitwerking van onze plannen. Het vorige coalitieakkoord is bijna voor 100% uitgevoerd, we gaan ervan uit dat dat ook met dit akkoord gaat lukken.

De fractie van het CDA

Boudien Glashouwer

Bram Broersen

Co Wiskerke

Gert-Jan Slijkerman

Marcel Sanders

Peter Boon

Puck de Nijs-Visser

Ruud Bakker

Sander Lensink

Wim Vonk

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.