12 juni 2011

Verslonzing uitleggen of daadkracht tonen?

En zonder enige gêne – misschien wel met enige trots – werd daar aan toegevoegd dat het college onze inwoners haarfijn gaat uitleggen waarom ze de boel laten verslonzen. Klaar ben je er mee.

Uit de antwoorden blijkt dat er alleen naar euro's is gekeken. Niet hoe het straatbeeld er uit komt te zien. En dat is nu precies wat ik tijdens de behandeling van de voorjaarsnota en de kaderstelling voor de begroting 2012 – 2015 wilde weten. Want dat er op allerlei zaken flink bezuinigd moet worden is geen punt van discussie. Ook niet voor het CDA. Maar wel hoe je die bezuinigingen gaat invullen en hoe je de gevolgen weet te beheersen. Dat kan heel simpel door met elkaar af te spreken welke straatbeeld je nog aanvaardbaar vindt en welk niet meer. Of, zoals ik als voorbeeld heb gegeven, knip je een heg als een golfbaan of laat je wat takken uitschieten zonder dat dit meteen verloedering van de omgeving betekent. Maar ook: zorg dat het gras in de plantsoenen wel wordt gemaaid en maai vooral niet de bermen met de kleurrijke veldbloemen.

Niets van dit alles was het klip en klare antwoord. Het gaat alleen om geld. De gevolgen zijn niet in beeld gebracht. Zelfs toen ik stelde dat dit over een paar jaar tot forse investeringen zal leiden om het achterstallig onderhoud weer weg te werken (in buurgemeente Eemnes tussen de 1,2 en ruim 2 miljoen euro), bleek het college niet onder de indruk te zijn.

Spontane hulp wordt afgewezen
Intussen groeit niet alleen het onkruid, maar ook de ergernis van onze inwoners. Spontaan bieden inwoners en ondernemers hulp aan en tonen daarmee hun eigen verantwoordelijkheid voor hun leefomgeving. Helaas krijgen ze nul op rekest.
Ook nu is het antwoord weer klip en klaar: 'Het is voor inwoners en ondernemers verboden om zelf het gemeentelijk groen op orde te brengen.' U mag alleen naar de ellende kijken en er zelfs niets aan doen. Zelfs een plaatselijke kweker die aanbood om gratis plantenbakken te vullen met vrolijk perkgoed werd dat nadrukkelijk verboden!

Een ander voorbeeld: door het nieuwe collegebeleid is tijdens de droogteperiode de vijver op de rotonde naast het gemeentehuis droog komen te staan. Telefoontjes over de precaire situatie voor de vissen die in de vijver zwemmen waren tevergeefs. 'Pas als we er aan toe zijn gaan we de vijver weer met water vullen', was het antwoord. Voor de vissen kwam dat water te laat.

Burgerlijk ongehoorzaam of daadkracht
Na al die klachten komt de tijd voor burgerlijke ongehoorzaamheid heb ik het college deze week tijdens de commissievergadering Bestuur en Middelen laten weten. In mijn straat organiseren de buren zich om zelf te gaan schoffelen, maaien en knippen. En reken er op, ik zal er bij zijn. Of het van het college mag of niet.

Intussen vraag ik me wel af waarom het college geen daadkracht toont en de hulp van inwoners en ondernemers met beide handen aanpakt.
Onze dorpen kennen heel veel kwekerijen, tuincentra en hoveniers. Ongetwijfeld zijn er ondernemers die een rotonde, plantsoen of wat bloembakken willen adopteren. Gun ze de ruimte om als tegenprestatie daar een bescheiden reclamebordje bij te plaatsen.
Maar pak ook initiatieven van inwoners met beide handen aan. Maak met elkaar afspraken over wat ze zelf mogen doen en wat de gemeente doet. Stel het budget dat de gemeente bespaart door de zelfwerkzaamheid van inwoners aan hen beschikbaar. En heb vooral vertrouwen in de verantwoordelijkheid die inwoners zelf willen nemen. Dat ontbreekt nu.

Door meer rekening te houden met de belangen van onze dorpen kunnen de bezuinigingen ook worden ingeboekt. Dat vraagt wel om daadkracht en creativiteit. Dan hoef je niet uit te leggen waarom je als college de boel laat verslonzen. Je kunt dan uitleggen dat er flink bezuinigd is en toch alles er goed uitziet. Dankzij een goede samenwerking van gemeente, inwoners en ondernemers. MET ELKAAR kan er vaak meer dan je denkt!

Theo Reijn
Fractievoorzitter CDA Wijdemeren

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.