01 december 2010

Zorgen dat iedereen mee kan in de maatschappij

In 2003 is de heer Reijn begonnen als voorzitter van het bestuur van stichting SIS in Hilversum. Die stichting is in 2007 gefuseerd met Versa Welzijn, waarna de heer Reijn wederom voorzitter van het bestuur werd. In 2009 vond vervolgens onder zijn voorzitterschap de fusie plaats tussen Versa Welzijn enerzijds en Stichting Lokaal Welzijn uit Huizen en het Steunpunt Mantelzorg anderzijds. Na deze fusie werd het bestuur omgevormd tot een Raad van Toezicht. Per 1 januari a.s. neemt mevrouw Martijn Tubbergen het voorzitterschap van de Raad van Toezicht op zich. Tot die tijd vervult de heer Leen ten Rouwelaar het voorzitterschap.

Wat was voor u destijds de reden om het voorzitterschap van het bestuur van SIS te aanvaarden?
‘Nadat ik door Ad Otjes (directeur SIS, red.) gevraagd was, heb ik daar even over moeten nadenken. Vooral omdat ik destijds nog vertegenwoordiger van het bedrijfsleven was en er mogelijk conflicterende belangen konden optreden. Maar ook omdat ik vond dat de relatie subsidiegever en subsidieontvanger wel wat zakelijker mocht. Zo maar op subsidies bezuinigen en dan als overheid verwachten dat dezelfde activiteiten behouden blijven past m.i. niet. Omdat ik in de jaren zeventig en tachtig actief ben geweest in het club- en buurthuiswerk, leek het mij wel uitdagend om op een andere plek in de organisatie aan de slag te gaan en dat heeft indertijd de doorslag gegeven.’

Wat is de reden dat u als voorzitter gestopt bent?
‘Voornamelijk om belangenverstrengeling te voorkomen nu ik raadslid in Wijdemeren ben. Daarnaast vind ik ook dat je als bestuurder niet 'eeuwig' moet aanblijven en op zijn tijd ruimte moet maken voor nieuwe mensen.’

Wat waren belangrijke momenten onder uw voorzitterschap?
‘Als eerste toch weer de bezuinigingen en de lange termijn afspraken die met Hilversum zijn gemaakt. Vervolgens de fusie tussen SIS en Versa, de aanpassing van de organisatie en de daarop volgende fusies. En uiteindelijk natuurlijk de overgang van Bestuur naar Raad van Toezicht. Dat was een heel interessant traject.’

Waarom heeft er een overgang plaatsgevonden van Bestuur naar Raad van Toezicht?
‘Eigenlijk functioneerde het bestuur al lange tijd als een Raad van Toezicht. Het was een logische stap dat ook in formele zin te organiseren waardoor verantwoordelijkheden duidelijker zijn geworden.’

Hoe kijkt u aan tegen de schaalvergroting?
‘Daar ben ik heel dubbel in. Het lijkt allemaal onvermijdelijk en bij deze tijd te horen. Op zich kan de schaalvergroting (zeker voor de kleinere organisaties) een kwaliteitsslag betekenen, naast de efficiency voordelen en vermindering van kwetsbaarheid. Voorwaarde is wel dat je steeds 'met je poten in de wijk' blijft staan en je realiseert voor wie en met wie je het allemaal doet. Dat betekent ook dat het geen bureaucratische organisatie met veel managers moet worden.’

Wat is volgens u de kern van het welzijnswerk?
‘De kern is zorgen dat iedereen mee kan in de maatschappij. In eerste instantie zijn mensen daar zelf verantwoordelijk voor en moet je niet zaken automatisch overnemen. Versa Welzijn biedt professionele ondersteuning aan mensen die niet hun eigen weg kunnen vinden om ze op weg te helpen. En biedt professionele ondersteuning aan vrijwilligers in het veld bij hun activiteiten.’

Hoe ziet u de rol van de politiek in de komende jaren?
'De politiek' (en ambtelijke organisatie) zou veel meer gebruik moeten maken van de kennis die bij Versa Welzijn aanwezig is en niet een eigen wiel willen uitvinden. Mijn ervaring is dat veel politici geen idee hebben wat Versa Welzijn allemaal doet en het werk als 'zachte sector' onvoldoende serieus nemen. Op het niveau van wethouders is er ongetwijfeld regelmatig overleg, maar dat sijpelt maar mondjesmaat door naar de raadsleden.

Als bestuurder van Versa Welzijn heb ik mij geërgerd aan de verschillende afspraken die per gemeente in de regio worden gemaakt. Dat kan vele malen efficiënter en beter. Nu lijkt het er op dat ambtenaren een beetje bepalen wat er wel of niet kan en wethouders daar achteraan lopen. Raadsleden die zich onvoldoende in de materie verdiepen hobbelen daar vervolgens ook weer achteraan (als het maar niet te veel kost). Een kwalitatieve discussie over de invulling van het welzijnswerk in de regio (met mogelijk kleine verschillen per gemeente) komt zo niet van de grond. Het blijft per gemeente nu veelal een discussie over centen en niet over inhoud.’

Welk advies wilt u uw opvolgster meegeven?
'Twee zaken. Ten eerste: probeer 'de politiek' meer bij de invulling van het werk te betrekken. En dan niet alleen de wethouders, maar ook de raadsleden. En ten tweede: zorg dat je steeds 'met je poten in de wijk' blijft staan en je realiseert voor wie en met wie je het allemaal doet.'

Lees het interview op de website van Versa Welzijn: klik hier

:

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.