02 december 2016

Nieuwe vragen over het tegenstrijdige definities van het gedoogbeleid van Wiebes voor ZZP’ers

Uit de beantwoording van de Kamervragen gisteren bleek dat staatssecretaris Wiebes in zijn eigen VVD spotje onjuiste uitspraken gedaan had over de DBA. De wet is wel degelijk rechtsgeldig.

Minder aandacht kreeg de opmerking dat Wiebes niet van plan is een formeel beleidsbesluit te nemen over welke zaken gedoogd worden tot 1 januari 2018 en welke gevallen van misbruik aangepakt worden.
In de Kamer zei hij dat hij maximaal 10 ernstige gevallen in beeld had. Maar op de website van de belastingdienst staat nu een tekst waarin eigenlijk gewoon staat dat je een modelovereenkomst moet hebben en je daar in grote lijnen aan moet houden.
Nu zijn er nog 1900 modelovereenkomsten die beoordeeld moeten worden door de belastingdienst, dus een grote groep opdrachtgevers en ZZP’ers kan hier totaal niet mee uit de voeten.
Het ontbreken van een formeel besluit betekent ook veel vrijheid voor de belastingdienst om wel of niet te handhaven. En vooral bedrijven en instellingen die zich aan de formele wet moeten houden en daar strak op afgerekend worden (denk aan financiële instellingen) zullen zich nu dus gewoon aan de letter van de wet moeten houden. Die zullen tot 1 januari 2018 geen ZZP’ers inhuren als gevolg van deze onzekerheid.
Daarmee lijkt dit gedoogbeleid vooral te leiden tot gouden tijden voor payrolbedrijven. En dat kan toch niet de bedoeling zijn.
Vandaar dat Steven van Weyenberg en ik vandaag onderstaande vragen hebben ingediend. Wij willen voor donderdag een antwoord, omdat we dan in debat gaan met Wiebes

 

 

Vragen van de leden Omtzigt en Van Weyenberg aan de staatssecretaris van Financiën over de voortdurende totale onzekerheid over het uitstel van handhaving van de wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties

1.         Bent u bekend met de uiting op de site van de belastingdienst over het gedoogbeleid ten aanzien van ZZP’ers, (http://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/modelovereenkomsten/content/bang-voor-boetes-of-naheffingen-niet-nodig) alwaar is te lezen:

“Tot 1 januari 2018 krijgt u geen naheffingsaanslagen of boetes

Tenzij u overduidelijk kwaadwillend bent.

Wat bedoelen wij met 'kwaadwillend'? Dit:

U kunt weten dat een zzp'er eigenlijk in loondienst voor u werkt. Maar u doet geen moeite om anders te gaan samenwerken. U gaat gewoon op de oude manier verder. Zonder een modelovereenkomst te gebruiken. En zonder loonheffingen in te houden. Zo hebt u een oneerlijk financieel voordeel in vergelijking met uw concurrenten.

Maar doet u uw best om op de juiste manier te werken? Dan hoeft u zich geen zorgen te maken over naheffingsaanslagen of boetes. Die krijgt u niet. Ook niet met terugwerkende kracht

U kunt dus gewoon aan de slag.”

 

 

2.         Bent u met mij van mening dat de Belastingdienst in deze publiekelijk bekend gemaakte uiting een andere, veel ruimere definitie geeft van het begrip (overduidelijk) kwaadwillende in vergelijking met uw eigen definitie van (evident) kwaadwillende d.d. 18 november jl. in bijlage 4 bij uw brief inzake de Wet DBA? Daar schreef u

“Kwaadwillend is de opdrachtgever of opdrachtnemer die opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid laat ontstaan of voortbestaan, omdat hij weet – of had kunnen weten – dat er feitelijk sprake is van een dienstbetrekking (en daarmee een oneigenlijk financieel voordeel behaalt en/of het speelveld op een oneerlijke manier aantast).”

3.         Herinnert u zich dat u bijlage 4 in antwoorden op Kamervragen van het lid Klein (2016/17 629) preciseerde als: “Ja, zoals in bijlage 4 bij mijn brief van 18 november 2016 is aangegeven, maakt de Belastingdienst bij de opschorting van de handhaving een uitzondering voor de zogenoemde kwaadwillenden. Er kunnen immers situaties ontstaan waarin partijen evident zo ver buiten het wettelijk kader treden dat de Belastingdienst dat niet mag laten lopen. Vanzelfsprekend gaat het daarbij dus niet om een zelfstandige professional bij wie er ruis is over de gezagsrelatie. Ik preciseer in dit verband graag mijn opmerkingen, die ik hierover heb gemaakt in de Eerste Kamer tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen naar aanleiding van de Miljoenennota 2017. Het gaat echt om uitzonderlijke gevallen waarin opdrachtgevers opereren in een context van opzet, fraude of zwendel. Daarbij kan worden gedacht aan situaties waarin sprake is van listigheid, valsheid of samenspanning en situaties die leiden tot ernstige concurrentievervalsing, economische of maatschappelijke ontwrichting of waarin het risico aanwezig is van uitbuiting. In het debat in de Eerste Kamer heb ik geschat dat het naar de huidige inzichten gaat om ordegrootte 10 gevallen.

4.         Deelt u de mening dat de definitie  van het gedoogbeleid op 1 verschilt van de definitie op vraag 2 en vraag 3?

5.         Bent u met mij van mening dat de Belastingdienst met deze andere definitie wederom nieuwe onduidelijkheid en onrust creëert in het Wet DBA-dossier aangezien bij deze definitie op de website er veel meer dan de door u genoemde (maximaal) 10 kwaadwillende partijen zullen zijn?

6.         Heeft de Belastingdienst inzake de eigen definitie van (overduidelijk) kwaadwillende overleg vooraf met u c.q. met het Ministerie van Financiën gevoerd en bent u dus akkoord gegaan met de tekst op de website als een operationalisering van de uitleg die uzelf aan de Kamer gegeven heeft?

7.         Indien het antwoord onduidelijk is, kunt u dan aangeven hoe tot de tekst op de website gekomen is?

8.         Zo ja, waarom staat u toe dat de Belastingdienst een andere, ruimere definitie van (overduidelijk) kwaadwillende mag publiceren op de eigen website? Zo nee, moeten we in deze gang van zaken een bevestiging zien van het feit dat de Belastingdienst ook in deze context een autonoom opererende organisatie is die belangrijke maatschappelijk gevoelige zaken niet met u c.q. met het Ministerie van Financiën afstemt?

9.         Bent u ervan op de hoogte dat er nog 1900 modelovereenkomsten beoordeeld moeten worden door de belastingdienst en dat die mensen dus helemaal niet weten of zij aan de definitie op de website van vraag 1 kunnen voldoen? (bron: vertegenwoordiger van de belastingdienst bij de hoorzitting over DBA in de Tweede Kamer)?

10.      'Gegeven de vele verschillende definities die u tot nu toe hanteert, kunt u nu helder aangeven wat nu de daadwerkelijke definitie is, hoe u die gaat hanteren en hoe u die juridisch gaat borgen?'

11.      Bent u bereid een officieel beleidsbesluit te nemen over welke situaties wel en niet gedoogd zullen worden tot 1 januari 2018 ten einde ten minste een minimale rechtszekerheid te bieden?

12.      Hoe beoordeelt u het feit dat ZZP’ers nu op vrij grote schaal richting payroll, kunstmatige BV’s gedwongen worden? Was dat de bedoeling van de DBA?

13.      Kunt u deze vragen voor het plenaire debat over de DBA beantwoorden? 

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.