25 februari 2020

CDA wil vlotte vergunningverlening paasvuren

Het CDA wil dat de gemeenten in Overijssel alles in het werk stellen om de paasvuren door te laten gaan. Tegelijkertijd moeten de gemeenten bij de vergunningverlening er voor zorgen dat de paasvuren zo min mogelijk luchtverontreiniging veroorzaken en dat de maximale veiligheid van zowel publiek als de bouwers in acht wordt genomen.

CDA-Statenlid Jeroen Piksen wil dat de provincie de gemeenten zoveel mogelijk terzijde staat. ‘Wij hechten erg aan deze oude traditie. Vorig jaar werd het afsteken van paasvuren in veel plaatsen afgelast vanwege de droogte en het daarmee gepaard gaande risico van brand in natuurgebieden. Binnenkort begint de bouw van de paasvuren weer en we zien graag dat eventuele belemmeringen vlot worden opgelost. Zodat de Overijsselaars weer gewoon van hun paasvuur kunnen genieten.’

Piksen heeft daarom een aantal vragen gesteld aan Gedeputeerde Staten. Hij wil onder meer weten of de provincie een rol speelt bij de vergunningverlening, ook in adviserende zin naar de gemeenten toe. Ook wil hij weten of het juist is dat het RIVM de eventuele luchtverontreiniging door paasvuren gaat monitoren en of met de provincie is overlegd waar en wanneer er gemeten gaat worden.

Het gaat om de volgende vragen:

  1. Draagt de provincie richting gemeenten of initiatiefnemers verantwoordelijkheid met betrekking tot vergunningverlening voor het afsteken van paasvuren? Zo ja,welke?
  2. Het is in ieders belang dat paasvuren zo weinig mogelijk luchtverontreiniging veroorzaken en dat maximale veiligheid voor zowel bouwers als het publiek in acht wordt genomen. Gemeenten geven terzake vergunningen af, Kan en wil het college de gemeenten desgewenst met raad en daad terzijde staan.
  3. Klopt het dat het RIVM de eventuele luchtverontreiniging gaat monitoren? Zo ja, wordt de provincie hierbij betrokken en wordt vooraf besproken waar en wanneer er gemeten wordt?

 

 

 

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.