14 maart 2019

Niet overtuigd van nut en noodzaak verbouwing huisvesting gemeente

In 2016 is het stadskantoor verbouwd voor 1,3 miljoen Euro. Nu vraagt het college weer een krediet van 1,7 miljoen. Dit verzoek doet het college terwijl er fors bezuinigd moet worden in de zorg, culturele instellingen het financieel zwaar hebben, wijkvoorzieningen verdwijnen en  bewoners te maken hebben met hogere gemeentelijke belastingen, zoals de ozb. 

Je kunt dit voorstel vergelijken met een familie die geen geld heeft om haar kinderen en grootouders zorghulp te bieden die ze nodig hebben en geen geld om recreatief te zwemmen, maar ondertussen wel geld heeft voor een forse verbouwing van de woonkamer waarvan de nut en noodzaak niet duidelijk is.

De eerste vraag die bij ons opdoemt bij deze investering voor het stadskantoor: wat is nut en noodzaak van dit krediet? Andere vragen die wij hebben: 

  • Hoe past deze investering in de ontwikkeling dat we steeds minder ambtenaren hebben?
  • Hoe past deze investering als de grote uitstroom van personen met de pensioengerechtigde leeftijd nog een tijdje aanhoudt en daardoor veel ruimte ontstaat?
  • Hoe past deze investering als in het stadskantoor op piekmomenten 100 werkplekken beschikbaar zijn en op andere dagen zelfs 300 plekken (47%), dus de schaarste die wordt geconstateerd volgens het onderzoek door onderzoeksbureau Veldhoen vooral gevoelde schaarste is?

Kortom, het CDA heeft zoveel vragen bij dit voorstel dat je je moet afvragen waarom we dit moeten doen en of dit wel passend is in deze tijd? En waarom wordt er niet naar goedkopere alternatieven gekeken?

Een goede ontwikkeling vinden we dat servicecentra afgestoten worden. Het past namelijk goed bij de ingezette ontwikkeling om dichter bij de samenleving en in de wijken te werken. De servicecentra worden ingebed bij de voorzieningen in de stad zoals wijkcentra, zodat deze belangrijke voorzieningen behouden blijven. 

Ayfer KoƧ, fractievoorzitter CDA Enschede

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.