Migratie
In een wereld die steeds kleiner wordt verlaten steeds meer mensen hun land, op de vlucht voor oorlog of geweld of op zoek naar een beter bestaan. Een deel van hen waagt een gevaarlijke overtocht naar Europa en komt terecht in de overvolle kampen in Griekenland en Italië; anderen maken gebruik van de bestaande mogelijkheden om elders een nieuwe toekomst op te bouwen. De toename van het aantal migranten leidt ook tot zorgen. Het zaak dat we meer grip krijgen op het aantal nieuwkomers dat we als samenleving kunnen en willen opvangen.

Wij willen dat Nederland een voortrekkersrol vervult in de ontwikkeling van een Europees vluchtelingen- en asielbeleid. Kernpunten zijn een strenge controle van de buitengrenzen, opvang en primaire beoordeling van asielverzoeken aan de buitengrens, herverdeling over de lidstaten en een effectiever terugkeerbeleid voor afgewezen asielzoekers. Lidstaten die geen verantwoordelijkheid nemen voor een gemeenschappelijk asielbeleid worden gekort op Europese subsidies of fondsen. Onderdeel van de nieuwe Europese aanpak is een stevig Europees terugkeerbeleid volgens het more for more-principe: landen die meewerken aan de terugkeer van hun onderdanen, krijgen meer en betere afspraken over samenwerking, hulp en handel.

Asielbeleid
De kern van het asielbeleid is altijd een individuele beoordeling zodat recht wordt gedaan aan de specifieke omstandigheden van de aanvrager. Om het draagvlak voor asiel en de opvang van vluchtelingen te behouden zijn we streng op het misbruik van het asielrecht. Dat vraagt om een snellere en betere uitvoering van de procedures en voldoende capaciteit voor de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Ook wordt het niet meewerken aan uitzetting strafbaar en treden we streng op tegen overlastgevende asielzoekers.

Nederland neemt het initiatief voor een nieuw internationaal verdrag voor het terugnemen van burgers. Daarin verplichten landen zich om onderdanen altijd op te nemen, die elders geen recht op verblijf (meer) hebben. Dit betreft zowel afgewezen asielzoekers en migranten, als vluchtelingen voor wie de verdragsrechtelijke noodzaak tot opvang en bescherming niet langer meer bestaat. Een dergelijke conventie is vooral van belang voor landen die te maken hebben met de grootschalige opvang van vluchtelingen in de regio.

Arbeidsmigratie
Wij gaan in Europa het lastige debat aan over een betere regulering van arbeidsmigranten op grond van het vrij verkeer van personen. Hier ligt een wederzijds belang, omdat Midden- en Oost-Europese landen als Roemenië en Bulgarije kampen met een forse leegloop en verschillende West-Europese landen problemen ervaren van verdringing op de arbeidsmarkt en overlast in wijken. Daarbij kunnen ook bilaterale afspraken tussen lidstaten een oplossing bieden. Slechte werkomstandigheden, misbruik en uitbuiting van arbeidsmigranten worden aangepakt met strengere eisen aan bemiddelaars en uitzendbureaus en meer controles in het grijze en zwarte circuit. We treden ook streng op tegen het misbruik van sociale voorzieningen en toeslagen.

Wij geven werkgevers met een grote behoefte aan arbeidsmigranten een eigen verantwoordelijkheid in de opvang, huisvesting en begeleiding. Fiscale prikkels die ervoor zorgen dat het aantrekkelijker is om arbeidsmigranten hierheen te halen dan Nederlandse werknemers in dienst te nemen, worden geschrapt.

Integratie
Wij willen een nieuw integratiebeleid op basis van wederkerigheid. Deze aanpak is minder vrijblijvend, start vanaf de eerste dag met werk en het leren van de taal, en is meer dan nu gericht op wat een nieuwkomer nodig heeft om als volwaardig burger in onze samenleving mee te kunnen doen. Via vrijwilligersnetwerken en jongeren die hun nationale diensttijd vervullen, koppelen we nieuwkomers aan een ‘maatje’ om hen kennis te laten maken met de Nederlandse samenleving. Het integratiebeleid wordt uitgebreid naar tweede en derde generaties, voor zover die door achterstanden of taalproblemen nog onvoldoende meekomen in de samenleving.

TK2021

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.