De bereidheid om te vechten voor de vrijheid en het hoogste offer te brengen voor de vrijheid van anderen,75 jaar na de bevrijding van ons land, hoort bij het werk van de
vrouwen en mannen in onze krijgsmacht. Zij doen dit vanuit het besef dat vrede en vrijheid nooit vanzelfsprekend zijn. Een moderne krijgsmacht vraagt om een combinatie van hoogwaardig zwaar materieel en geavanceerde technologieën op het gebied van digitale oorlogsvoering.

Wij willen een langjarig groeipad, waarmee de uitgaven voor Defensie in 10 jaar tijd worden opgetrokken naar de NAVO-norm van 2% BBP.  Wij zijn voorstander van intensievere Europese defensiesamenwerking in de vorm van gemeenschappelijke missies en oefeningen, onderlinge samenwerking van eenheden en landen, taakverdeling van militaire capaciteit en gezamenlijke inkoop.

De grote waardering voor het zware werk van Defensie vraagt om een modern loongebouw en een goed salaris voor de militairen, betere kazernes en het beste materieel. We gaan op volle kracht voldoende personeel werven. Voor de continuïteit in aanschaf, onderhoud en vervanging van militair materieel willen wij de Europese afhankelijkheid van andere landen verminderen. Dit vraagt om investeringen in een krachtige en innovatieve Nederlandse defensie-industrie.

De inlichtingen- en veiligheidsdiensten moeten worden versterkt om Nederland te beschermen tegen de groeiende digitale en geopolitieke dreigingen uit landen als Rusland en China. De gezamenlijke huisvesting moet worden aangegrepen om voor de diensten een Cyberhub te creëren, waar het Defensie Cyber commando en het Nationale Cybersecurity Centrum deel van uit maken.
Onze grote waardering voor de krijgsmacht geldt ook voor de veteranen die ons land hebben gediend. Wij willen meer mogelijkheden voor veteranen om hun kennis en ervaring in oorlogsgebieden te delen met de samenleving. De Invictus Games in ons land en landelijke en lokale vereteranendagen zijn een goede gelegenheid om de waardering voor veteranen zichtbaar te maken.


TK21

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.