De veiligheid in de wereld is in de afgelopen jaren fors verslechterd, vooral aan de randen van Europa. Tegelijk heeft Nederland in de afgelopen decennia te veel bezuinigd op en te weinig geïnvesteerd in Defensie. Daardoor oefenen militairen inmiddels zonder munitie en staat de helft van de voertuigen van de landmacht stil. Dat is zeker niet de professionele krijgsmacht die we hard nodig hebben.

Investeren in Defensie is geen keuze, maar een noodzaak. Door een structurele verhoging van het defensiebudget willen wij weer een sterke en professionele krijgsmacht opbouwen. Daarom willen wij de komende kabinetsperiode 2,1 miljard euro investeren in Defensie. Het doel is om uiteindelijk te voldoen aan de NAVO-afspraken over de minimale uitgaven voor Defensie. Als tussenstap willen wij in de komende kabinetsperiode in ieder geval naar het Europees gemiddelde. Dit geld wordt ingezet voor het repareren, investeren en internationaliseren van de krijgsmacht. Nieuwe vormen van materieel inhuren van en delen met buurlanden, gezamenlijke eenheden en operaties zijn nodig om een sterke Europese bijdrage aan de NAVO te kunnen leveren.

We willen ook investeren in onze militairen: mannen en vrouwen die onder moeilijke omstandigheden belangrijk werk verrichten. Zij vechten voor onze vrijheid. Daarom willen wij hen de juiste middelen bieden, de beste training en werkbare bevoegdheden als zij op missie gaan. Ten slotte willen wij een Nationaal Fonds Ereschuld, voor alle militairen die een handicap, trauma of andere aandoening hebben opgelopen tijdens hun missies in het buitenland.

Wij willen ook een sterkere Europese samenwerking op het gebied van defensie. Met de huidige risico’s van terrorisme, de instabiliteit aan de grenzen van Europa en de nieuwe, bescheidener rol voor de Verenigde Staten, moet Europa haar eigen verantwoordelijkheid waarmaken op het terrein van defensie. Die samenwerking bouwen we op van onderop en in wederzijds vertrouwen.

TKV2017

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.