Veel jongeren hebben het moeilijk op de arbeidsmarkt. Er komen weinig banen vrij, de werkloosheid is hoog en de kans op een vast contract is heel klein. Ze krijgen vooral flexibele en tijdelijke contracten aangeboden.

Om te voorkomen dat jongeren met een tijdelijk contract na twee jaar weer op straat worden gezet, verlengt het kabinet de tijdelijke contracten die overgaan in een contract voor onbepaalde tijd  tot drie jaar. Ook worden de mogelijkheden voor een langere proeftijd verruimd. Opeenvolgende contracten zijn mogelijk als er een tussenperiode van 6 maanden tussen zit.

Daarnaast doet het kabinet voorstellen om de terughoudendheid van werkgevers om mensen in vaste dienst te nemen te verkleinen. Dit gaat om de aanpassing van het ontslagrecht, het goedkoper maken van vaste contracten en het verkorten van de verplichting om bij ziekte twee jaar door te betalen voor kleine ondernemingen tot en met 25 medewerkers. Het 2de jaar wordt overgenomen door de overheid waar kleine werkgevers een premie voor betalen.

Het beroepsonderwijs is een stevig fundament onder onze samenleving en economie, waarin altijd behoefte blijft bestaan aan gekwalificeerde vakmensen.  De komende jaren kiezen we voor meer investeringen in het beroepsonderwijs.  Het kabinet ondersteunt  het kleinschalig beroepsonderwijs dat herkenbaar is voor studenten en beter aansluit op de vraag van werkgevers in de eigen regio.

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.