In de eerlijke economie kiest het CDA voor bedrijven en ondernemers, die in de ontwikkeling en productie van goederen of dienstverlening daadwerkelijk iets toevoegen aan onze samenleving. Het kloppend hart van deze sectoren wordt gevormd door kleine ondernemers en familiebedrijven. Zij zorgen voor ruim 70% van de banen in ons land, zijn een bron van innovatie en kennen een sterke lokale of regionale inbedding.

Een goed ondernemersklimaat vraagt om ruimte voor ondernemers en investeringen in innovatie, onderwijs en infrastructuur. Daarom wil het kabinet de administratieve lasten en regels verder terugdringen, door onder meer de invoering van een mkb-toets op nieuwe regels, experimenten met regelvrije zones en een betere samenwerking van verschillende inspecties. Ook komen er passende regels en meer ruimte voor ondernemingen met sociale of maatschappelijke doelen met behoud van een gelijk speelveld.

De overheid gaat zijn inkoopkracht beter benutten voor het versnellen van duurzame transities, inschakelen van kwetsbare groepen en om innovatief in te kopen. Aanbesteden door de overheid moet toegankelijker worden voor het MKB. De Rijksoverheid betaalt altijd binnen 30 dagen en stimuleert bedrijven en andere (semi-)overheden het betaalgedrag overeenkomstig te verbeteren.

Bij de keuze tussen het al dan niet uitbesteden van activiteiten door de Rijksoverheid zullen bedrijfseconomische overwegingen leidend zijn.

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.