Ons pensioen is niet slechts een financiële aangelegenheid, het draagt bij aan een (financieel) goede oude dag waar tijdens het arbeidsleven voor wordt ingelegd door werkgever en werknemer. Daarnaast waarborgt ons pensioenstelsel ook de solidariteit tussen verschillende generaties in onze samenleving. 

Toch is ons pensioenstelsel aan renovatie toe; het heeft de garanties afgelopen jaren niet kunnen waarmaken, premies zijn gestegen, indexatie viel veelal voor meer dan 10 jaar weg, we vergrijzen en leven langer en onze arbeidsmarkt is sterk veranderd. Ons huidige stelsel sluit daar onvoldoende op aan. 

Wet toekomst pensioenen 
Na jaren overleg hebben de sociale partners een akkoord bereikt, het CDA steunt dit en vindt het een goede zaak dat dit akkoord is uitgewerkt in de wet toekomst pensioenen. Het CDA heeft een positieve grondhouding houding ten aanzien van dit wetsvoorstel, maar heeft ook een aantal verbeterpunten ingebracht. 

De voorliggende wet schept ruimte voor nieuwe pensioencontracten (premie-opbouw) die eerder perspectief bieden op een koopkrachtiger pensioen. Het pensioen wordt straks beweeglijker en sluit beter aan bij de economische ontwikkelingen van de afgelopen jaren. Als het goed gaat met de economie, dan gaat het verwachte pensioen of de uitkering sneller omhoog. Gaat het economisch slechter? Dan kan het ook omlaag gaan. Door slimme maatregelen zoals het uitsmeren van rendementen en het kunnen inzetten van een (kleine) solidariteitsreserve worden verlagingen zoveel mogelijk voorkomen. In het wetsvoorstel zijn de sterke en solidaire elementen van het huidige pensioenstelsel behouden. Zo wordt de mogelijkheid van verplichtstelling behouden en worden de risico’s van het langleven en nabestaanden- en arbeidsongeschiktheidspensioen gedeeld. De fiscale facilitering blijft ruim genoeg om na de loopbaan met pensioen te gaan met ongeveer 80% van het gemiddelde loon.

Omdat de pensioenfondsen nu (in 2022) al in de geest van het nieuwe stelsel mogen handelen, konden veel fondsen bovendien voor het eerst in jaren weer indexeren. Gepensioneerden plukken dus al deels de vruchten van het nieuwe stelsel. Het pensioenstelsel blijft een nationale verantwoordelijkheid. Wij blijven aandringen op een goede regeling voor het nabestaandenpensioen en het arbeidsongeschiktheidspensioen. Ook voor zelfstandigen moet het eenvoudiger en vanzelfsprekender worden om een pensioen op te bouwen. 

Pensioen voor jong en oud
Alle generaties hebben wat te winnen bij het nieuwe pensioenstelsel. Op de eerste plaats wordt de bestaande spanning tussen de generaties opgeheven. Door persoonlijke pensioenvermogens wordt de (onterechte) zorg bij jongeren dat de senioren van nu de pensioenfondsen leeghalen, weggenomen. Ze kunnen namelijk zien wat de inleg is en hoe rendementen bijdragen aan hun eigen pensioenopbouw. Gepensioneerden krijgen eerder zicht op het verhogen van hun pensioen. Dat kan omdat het rendement dat hun pensioenfonds behaalt niet meer in de algemene buffer wordt gestopt om de garanties over tientallen jaren waar te kunnen maken, maar aan de deelnemers van het fonds wordt uitgedeeld behoudens een kleine(re) solidariteits-/risicodelingsreserve. Er komt geen geld bij, maar er komt wel geld vrij.

Wij willen een duidelijke stem voor jongeren in het politieke debat over hun eigen toekomst. Jongeren moeten beter worden vertegenwoordigd in adviesraden als de SER en maatschappelijke instellingen zoals pensioenfondsen. Met de invoering van het nieuwe pensioenstelsel is dit het aangewezen moment om de rol van de belanghebbenden in de pensioenfondsen te herijken. Er moet een goede balans zijn tussen jong- en oud en tussen werkenden en gepensioneerden. 

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.