In een eerlijke economie profiteert iedereen mee van het werk dat we samen verzetten. Dat is nu niet het geval. Werken moet meer lonen en ondernemers verdienen meer ruimte. Daarin verbindt de eerlijke economie de belangen van werknemers en werkgevers, van rendement en verantwoordelijkheid, van zekerheid en kansen.


Een eerlijke economie is ook een duurzame economie, waar ondernemerschap loont en groei en bedrijvigheid de toekomst van onze kinderen versterkt in plaats van belast. Dat is wat rentmeesterschap betekent. 

De kansen liggen er. Volop. Vrijwel geen land drijft zoveel handel met het buitenland en heeft zo’n diverse combinatie aan economische activiteit. We verbinden traditie en toekomst in conglomeraten en regio’s van familiebedrijven en startups. 

In het regeerakkoord maken wij deze keuzes voor een eerlijke economie:

Hervorming belastingstelsel en vlaktaks

Hervorming belastingstelsel

Het kabinet komt met een ambitieuze hervorming van het belastingstelsel, waardoor het rechtvaardiger, groener en economisch efficiënter wordt. De belangrijkste maatregel is de invoering van een vlaktaks, met minder schijven en lagere lasten. De vlaktaks krijgt een basistarief van ca. 36,89% en een toptarief van 49,5% voor inkomens vanaf 68.000 euro, een hogere algemene heffingskorting (350 euro) en een hogere arbeidskorting. Hierdoor gaan alle inkomensgroepen, maar vooral de werkenden en de middeninkomens er de komende jaren op vooruit.

Om de belasting op werken nog lager te kunnen maken, wordt het lage BTW tarief van 6% naar 9% verhoogd, het belastingstelsel verder vergroend en worden de aftrekposten - waaronder de hypotheekrenteaftrek en de zelfstandigenaftrek - versneld afgebouwd naar het basistarief. Huiseigenaren worden voor de snellere afbouw van de hypotheekrenteaftrek gecompenseerd door een gelijktijdige verlaging van het eigenwoningforfait.

Sparen wordt fiscaal aantrekkelijker gemaakt door een verhoging van belastingvrije spaarbedrag tot 30.000 euro en een snellere overgang van de vermogensrendementsheffing op het werkelijke rendement op spaargeld.

De vergroening van het belastingstelsel zit in een CO2-heffing voor de energiesector, aanpassingen in de energiebelasting en een hogere belasting op het storten of verbranden van afval. In Europees verband worden afspraken gemaakt over belastingen op vliegtickets en een heffing op lawaaiige of vervuilende vliegtuigen. Als dit Europees niet lukt, voeren we de belasting in 2021 als Nederland zelf in.

Pensioenen

Nederland heeft een sterk pensioenstelsel, maar door de veranderingen op de arbeidsmarkt, de stijgende levensverwachting, de financiële crisis en de lage rente is het ook kwetsbaar. Daarom wil het kabinet samen met sociale partners een stap zetten in de hervorming van het pensioenstelsel, waarbij een persoonlijk pensioenvermogen wordt opgebouwd in combinatie met het behoud van een collectieve risicodeling. Het nieuwe pensioenstelsel moet de kwetsbaarheden verkleinen en de sterke elementen van ons pensioenstelsel behouden.

Voor het kabinet blijft het pensioenstelsel een binnenlandse aangelegenheid. Werkgevers en werknemers zijn verantwoordelijk voor de afspraken over de opbouw van het pensioen; de Nederlandse overheid bepaalt de kaders. Extra Europese regels die hier inbreuk op maken wijst het kabinet af.

Arbeidsmarkt

De arbeidsmarkt knelt voor werknemers en werkgevers. Wie goed zorgt voor zijn personeel ondervindt nadeel van bedrijven die allerlei constructies hebben bedacht om lonen te drukken en risico’s af te wentelen. Vaste werknemers zijn onbedoeld concurrenten geworden van flexwerkers en zzp’ers. En voor veel werknemers is het perspectief op een vaste baan vaak ver weg.

Daarom gaat het kabinet de arbeidsmarkt hervormen: vast wordt minder vast en flexwerk minder flex. Schijnzelfstandigheid wordt aangepakt. Samen met de sociale partners wil het kabinet werken aan een eerlijkere arbeidsmarkt en een nieuwe balans tussen zekerheid en kansen.  

Het kabinet verlaagt de lasten op arbeid, zodat werken meer loont. Daarbij ziet het kabinet ruimte om de lonen in het bedrijfsleven te laten stijgen en roept zij de werkgevers en werknemers op om afspraken te maken over modernisering van de CAO’s, gericht op meer maatwerk en keuzevrijheid.

Het kabinet doet voorstellen om de terughoudendheid van werkgevers om mensen in vaste dienst te nemen te verkleinen. Dit gaat om aanpassing van het ontslagrecht, het goedkoper maken van vaste contracten en het verkorten van de verplichting om bij ziekte twee jaar door te betalen voor kleine ondernemingen tot en met 25 medewerkers. Het 2e jaar wordt overgenomen door de overheid, waar kleine werkgevers een premie voor betalen.

Om te voorkomen dat mensen met een tijdelijk contract na twee jaar weer op straat worden gezet, wordt de termijn waarop tijdelijke contracten overgaan in een contract voor onbepaalde tijd verlengd tot drie jaar. Ook worden de mogelijkheden voor een langere proeftijd verruimd.

Door aanpassing van de regels wordt oneigenlijk gebruik van payrolling of nulurencontracten aangepakt. Dit betekent meer zekerheid voor veel mensen met een flexcontract. Ook worden schijnconstructies voor zzp’ers aan de onderkant van de arbeidsmarkt teruggedrongen. Deze mensen moeten weer gewoon in vaste dienst komen.

Leven lang leren

Het kabinet wil een doorbraak realiseren in het levenlang leren, zodat mensen de tijd en mogelijkheid krijgen om in zichzelf te blijven investeren om productief te kunnen blijven in hun werk. Op die manier kunnen mensen in goede gezondheid blijven doorwerken tot hun AOW-gerechtigde leeftijd.

Met de sociale partners worden afspraken gemaakt over een individuele ‘leerrekening’, die in de plaats komt van de fiscale aftrekpost voor scholingskosten. Ook wil het kabinet dat sociale partners bindende afspraken maken over een ambitieus beleid om ouderen langer in dienst te houden. Dit gaat over scholing, mobiliteit en zicht op minder belastend werk.

Voor oudere werknemers die toch werkloos of arbeidsongeschikt worden, wordt de Wet Inkomensvoorziening voor oudere werklozen (IOW) verlengd met vier jaar. Zij hoeven dan niet hun eigen vermogen of dat van een partner aan te spreken voordat zij in aanmerking komen voor inkomensondersteuning.

Arbeidsdiscriminatie

Het kabinet treedt streng op tegen discriminatie op de arbeidsmarkt, bij sollicitaties of bij zwangerschap van een werkneemster. Hiervoor wordt de rol van de Inspectie SZW versterkt.

EU-arbeid

Het kabinet blijft zich in Europa sterk maken voor aanpassing van de regels om te voorkomen dat werknemers uit andere EU-lidstaten hier komen werken tegen lagere arbeidsvoorwaarden. De norm is dat gelijk werk op dezelfde plaats ook tegen een gelijk loon wordt beloond.

Ook gaat Nederland zich inzetten dat arbeidsmigranten uit andere EU lidstaten hier minstens 26 weken gewerkt moeten hebben voor zij in aanmerking komen voor een WW-uitkering, zoals dat ook voor Nederlandse werknemers geldt. Nu tellen gewerkte weken in het land van herkomst nog mee.

Ondernemen

Een goed ondernemersklimaat vraagt om ruimte voor ondernemers en investeringen in innovatie, onderwijs en infrastructuur. Het kabinet wil administratieve lasten en regels verder terugdringen, door onder meer de invoering van een mkb-toets op nieuwe regels, experimenten met regelvrije zones en een betere samenwerking van verschillende inspecties.

Innovatie vraagt om versterking van zowel het beroepsonderwijs als meer investeringen in fundamenteel en toepassingsgericht onderzoek. Het topsectorenbeleid wordt meer gericht op drie grote maatschappelijke thema’s: energietransitie & duurzaamheid; landbouw, water en voedsel; en quantum, hightech, nano en fotonica.

Bedrijven in vitale sectoren voor de nationale veiligheid krijgen een bescherming tegen ongewenste overnames. Ook neemt het kabinet maatregelen om de invloed in te perken van bepaalde activistische aandeelhouders die vooral gericht zijn op de korte termijn in plaats van waardecreatie op de lange termijn.

Ondernemersbelasting

Het kabinet verlaagt de vennootschapsbelasting en schaft de dividendbelasting af, zodat bedrijven makkelijker eigen kapitaal uit het buitenland kunnen aantrekken en minder kwetsbaar zijn voor vijandige overnames. Dit wordt betaald door een beperking van de renteaftrek en de versobering van de mogelijkheid om met verliezen te schuiven over jaren heen.

Het kabinet wil een eind maken aan zogeheten brievenbusfirma’s, die zich alleen op papier in Nederland vestigen om belastingvrij geld rond te pompen. Internationaal gaat het kabinet zich sterk maken voor de aanpak van belastingparadijzen, waarbij het zelf het goede voorbeeld geeft door een bronheffing op rente en royalty’s in te voeren.

Infrastructuur

(Nieuwe) infrastructuur

Het kabinet maakt een inhaalslag om de grote drukte op de weg, het spoor en het water terug te dringen. Voor de eerste drie jaar wordt daarvoor 2 miljard uitgetrokken. De grootste knelpunten in de Randstad (A4, A7 en A15) en de verbindingen naar het zuiden, oosten en noorden (A1, A2, A12, A28 en A58) worden verbeterd. Over een betere aansluiting van de hoofdwegen op provinciale en lokale verbindingen worden afspraken gemaakt met provincies en gemeenten. Waar mogelijk worden spitsstroken vaker opengesteld voor gewoon gebruik.

Het extra geld voor het openbaar vervoer wordt onder meer geïnvesteerd in meer verbindingen en betere benutting van het bestaand spoor en de verbetering van de veiligheid.

Tegelijk moeten de effecten van het verkeer op de luchtkwaliteit, het klimaat en de leefbaarheid zoveel mogelijk worden beperkt. Inzet van nieuwe technologie biedt veel mogelijkheden om de verschillende vormen van vervoer op elkaar te laten aansluiten.

Het doel is om vanaf 2030 alleen nog maar schone, emissieloze auto’s te verkopen. Dat is vijf jaar eerder dan het vorige kabinet van plan was. Er komen experimenten met alternatieve vormen van betaling en vervoer, zonder dat dit mag leiden tot een systeem van rekeningrijden.

De huidige maximum snelheden op de snelwegen blijven gehandhaafd, waarbij de geldende veiligheids- en milieunormen leidend zijn. Om het gebruik van de fiets te stimuleren trekt het kabinet 100 miljoen uit voor fietspaden en fietsenstallingen bij OV-knooppunten. In de stedelijke regio’s investeert het kabinet in versterking van het openbaar vervoer en de uitbreiding van lightrail. In de grensregio’s worden de aansluitingen met de buurlanden verbeterd.

Verkeersveiligheid

Samen met vervoersorganisaties, gemeenten, provincies en politie worden maatregelen genomen om de verkeersveiligheid te verbeteren. Dit gaat om een veiligere inrichting van wegen, handhaving en bevordering van goed gedrag in het verkeer.

Waar nodig gaat de verlichting op de snelweg in de avond en nacht weer aan en hardnekkige verkeersovertreders worden harder aangepakt. Overtredingen met veel gevaar of herhaalde overtredingen worden zwaarder beboet, waarbij de boetes voor kleine overtredingen worden verlaagd.

Transport

Vervoer van goederen over het water en spoor kan een belangrijke bijdrage leveren aan het beperken van het toenemende transport verkeer op de weg en het beperken van de uitstoot. In navolging van omringende landen wordt een kilometerheffing voor vrachtverkeer ingesteld. De inkomsten zullen in overleg met de sector worden teruggesluisd naar de vervoerssector door een verlaging van de motorrijtuigenbelasting op vrachtwagens en het bevorderen van innovatie en verduurzaming in de transportsector.

Luchtvaart

Om de verdere groei van de luchtvaart mogelijk te maken en zo de concurrentiepositie van Nederland te versterken, ontwikkelt het kabinet een nieuwe langetermijnvisie op de luchtvaart (luchtvaartnota 2020-2040). In deze visie wordt de focus verlegd naar de beperking van hinder in plaats van de maximering van het aantal vliegbewegingen. Slimmere en schonere vliegtuigen kunnen ruimte maken voor de groei van het aantal vliegbewegingen. Voor vieze en lawaaiige vliegtuigen wordt onderzocht of een heffing kan worden ingevoerd. In de nieuwe nota krijgt Schiphol voorrang op (inter)continentale vluchten en worden Eindhoven Airport en Lelystad Airport de belangrijkste luchthavens voor vakantievluchten.

In het kader van het Akkoord van Parijs wil Nederland in Europees verband afspraken maken om BTW op vliegtickets en accijns op kerosine in te voeren. Als die maatregelen niet lukken, zal Nederland net als Duitsland en Frankrijk een vliegbelasting invoeren.

Om de groei van het aantal passagiers op Schiphol mogelijk te maken wordt de capaciteit van de Koninklijke Marechaussee uitgebreid en worden digitale paspoortcontroles verder uitgebreid.

Klimaat en energie: Volop inzetten om ‘Parijs’ te halen

Het klimaatakkoord van Parijs is een doorbraak in het wereldwijde streven om de stijging van de temperatuur op aarde te beperken. Het is een dure plicht deze doelstellingen te halen.

In eerste instantie heeft de Europese Unie namens de lidstaten harde toezeggingen gedaan voor een reductie van 40 procent in 2030. Die doelstelling is echter niet genoeg om ‘Parijs’ te halen. Daarom neemt Nederland maatregelen die ons land voorbereiden op een reductie van 49 procent in 2030 en zich in Europa sterk maken voor een verdere verhoging naar 55 procent in 2030.

Daarvoor wil het kabinet in aanvulling op het Energie akkoord uit 2013 aanvullende afspraken maken in een Klimaat- en energieakkoord. Door de doelstellingen op langere termijn vast te leggen wordt zekerheid geboden aan sectoren, medeoverheden en maatschappelijke organisaties. De maatregelen in het regeerakkoord worden gevat in een Klimaatwet.

Groningen: Veiligheid staat voorop

De impact van de aardbevingen in Groningen is enorm. Daarom staat bij verdere gaswinning voor het kabinet de veiligheid van de Groningers voorop. Alle noodzakelijke maatregelen om de veiligheid van de gaswinning te borgen zullen worden doorgevoerd. Alleen dan is er ruimte om ook te blijven voldoen aan de leveringszekerheid.

Doel is om de vraag naar Gronings gas in de periode tot 2021 met nog eens 3 miljard kuub te verminderen ten opzichte van 2017. De gaswinning kan dan 1,5 miljard kuub naar beneden, het verschil van 1,5 miljard kuub wordt gebruikt als buffer voor een veilige gaswinning. Voor de periode na 2021 zal het kabinet scenario’s voor een verdere verlaging voorbereiden. Er zullen geen nieuwe opsporingsvergunningen voor gaswinning op land worden verstrekt.

Met gerichte maatregelen wil het kabinet vooral in de industrie de behoefte aan het Gronings gas verder afbouwen. Daarbij spelen ook de overgang naar schone energie en het klimaatbeleid een rol.

Het kabinet erkent dat de schade voor de Groningers veel groter is dan alleen de materiële schade. De onzekerheid over de toekomst is groot en veel te lang zijn de inwoners geconfronteerd met competentieconflicten tussen publieke en private partijen. Daarom komt er een schadeprotocol voor een snellere afhandeling van de schade en wordt de NAM op afstand geplaatst. De Nationaal Coördinator Groningen krijgt in overleg met de regio een wettelijk verankerde onafhankelijke positie.

Om de onzekerheid over de verkoopbaarheid van woningen weg te nemen komt er een opkoopregeling voor bewoners, die hun huis niet verkocht krijgen. De Nationaal Coördinator Groningen komt ook met een regeling waarbij bewoners tegen redelijke kosten gebruik kunnen maken van rechtsbijstand.

Kabinet, provincie en gemeenten gaan gezamenlijk een investeringsprogramma ontwikkelen om de economie en leefbaarheid van de provincie verder te versterken. Op het gebied van duurzaamheid en energietransitie liggen hier voor de provincie grote kansen. Extra middelen komen uit een nieuw regiofonds, waarin jaarlijks een deel van de aardgasbaten voor de regio stromen.

Landbouw

Minder regeldruk voor boeren

Nederland is de tweede voedselexporteur ter wereld. In die positie kan onze agro-foodsector een grote bijdrage leveren aan de duurzame voedselvoorziening in de wereld. Innovatie en ondernemerschap zijn cruciaal voor het behoud van onze toppositie in de wereld.

Daarom gaat het kabinet zich in Brussel inzetten voor een hervorming van het Europese landbouwbeleid (GLB) na 2020. De Nederlandse inzet is dat het beleid zich minder richt op inkomensondersteuning van boeren en meer op het stimuleren van innovatie, duurzaamheid, voedselzekerheid en voedselveiligheid. Tegelijk zet het kabinet op een vereenvoudiging van het Europese beleid en een vermindering van de regeldruk voor boeren.

Veeteelt: toekomstbestendig samen met de sector

In de afgelopen jaren is Nederland meerdere malen geconfronteerd met de risico’s voor de gezondheid en leefomgeving in gebieden met een zeer hoge veedichtheid. Het kabinet gaat met de sector en de betreffende provincies kijken hoe deze problematiek aangepakt moet worden. Voor de varkenssector wordt extra geld uitgetrokken om in samenspraak met de provincies te bezien hoe een ‘warme’ sanering van een deel van de varkenshouderij in de belaste gebieden kan worden vormgegeven.

Bedrijfsopvolging makkelijker maken

Er komt een bedrijfsovernamefonds, waaruit jonge boeren kunnen worden ondersteund bij de overname van het gezinsbedrijf of de financiering van noodzakelijke investeringen in innovatie.

Toezicht op dierenwelzijn en voedselveiligheid

Om de voedselveiligheid en het dierenwelzijn te waarborgen en de reputatie van de Nederlandse agro-foodsector te beschermen wordt het toezicht aangescherpt. Er is extra geld voor versterking van de NVWA. Om oneerlijke machtsverhoudingen in de relaties tussen boeren, groothandels en supermarkten aan te pakken krijgt de Autoriteit Consument en Markt een speciaal team voor de voedselsector. Zij moeten ervoor zorgen dat boeren een eerlijke prijs krijgen voor hun product.

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.