De kracht van onze samenleving ligt in een gedeeld besef van onderlinge verbondenheid, tussen jong en oud, arm en rijk. Die sterke samenleving is bestand tegen de grote veranderingen van deze tijd. In een sterke samenleving voelen burgers zich veilig, thuis en niet overgeleverd aan de bureaucratie van de overheid of de grillen van de markt. Wij zijn zelf de baas. Iedereen doet mee. Met elkaar hebben we de sleutel in handen voor een betere toekomst.Als we vertrouwen hebben in elkaar, staan we sterker in de uitdagingen die op ons afkomen. In de opvang van vluchtelingen, in de bescherming tegen radicalisering en terrorisme en in de onrustige wereld waarin we leven. 

In het regeerakkoord maken wij deze keuzes voor een sterke samenleving:

Veiligheid en criminaliteit

Extra geld voor veiligheid

De nationale politie krijgt ruim 250 mln voor meer agenten in de wijk en de versterking van de recherche. Hiermee kan de politie meer doen om de veiligheid in Nederland te vergroten. Ook gaat er extra geld naar andere onderdelen van de veiligheidsketen, zoals Defensie.  

Daarnaast wordt er geïnvesteerd in het Team Internationale Misdrijven en komt er jaarlijks extra budget voor de aanpak van cybersecurity.

Georganiseerde criminaliteit aanpakken

Het kabinet komt met een speciale ‘ondermijningswet’ om de aanpak van georganiseerde criminaliteit te versterken. Er komt een speciaal ‘ondermijningsfonds’ van 100 miljoen voor een stevigere aanpak van de georganiseerde criminaliteit.  

Er komt een verbod op criminele motorbendes, die de samenleving ontwrichten door intimidatie van het lokaal bestuur, drugsoverlast, fysiek geweld en andere criminele activiteiten.

(Soft)drugs

In een beperkt aantal (middel)grote gemeenten start het kabinet een experiment om te kijken of en hoe op kwaliteit gecontroleerde wiet aan coffeeshops kan worden geleverd en wat de effecten daarvan zijn. Pas na een onafhankelijke evaluatie van het experiment, zal het kabinet bezien wat het te doen staat.

Het beleid ten aanzien van harddrugs blijft ongewijzigd.

Rechtspraak in de buurt

Het kabinet gaat experimenteren met de invoering van buurtrechters, die regelmatig in de buurt zitting houden, minder hoge griffiekosten vragen en snel een oordeel kunnen vellen in juridisch eenvoudige zaken.

Voorkomen van terrorisme en radicalisering

Terrorisme

De bestrijding van terrorisme is een belangrijke taak voor het kabinet. Daarbij gaat het om preventie en deradicalisering, maar ook om gerichte investeringen in de veiligheidsketen. Het kabinet stelt alles in het werk om geen podium te geven aan ‘haatpredikers’ in Nederland. Om de dreiging van terugkeerders te verkleinen wordt ingezet op betere internationale samenwerking en wordt wetgeving voorbereid om terugkeerders langere tijd vast te kunnen zetten.

Haatzaaien

De vrijheid van meningsuiting is nooit een vrijbrief voor het aanzetten tot haat of radicalisering. Daarom blijft het beledigen van mensen of groepen om wie of wat zij zijn strafbaar en wordt de straf voor haatzaaien verdubbeld van 1 naar 2 jaar.

Verbod op antidemocratische organisaties

Het kabinet wil de democratische rechtsstaat beschermen en weerbaar maken tegen radicale antidemocratische organisaties. Daarom worden de verbodsbepalingen uitgebreid voor radicale organisaties die als doel hebben om de democratische rechtsstaat omver te werpen.

Betrokken samenleving

Maatschappelijke diensttijd

Het kabinet voert een maatschappelijke diensttijd in, waarmee jongeren tegen een bescheiden vergoeding een bijdrage kunnen leveren aan de samenleving. De maatschappelijke diensttijd duurt maximaal zes maanden en deelname wordt beloond met een getuigschrift van maatschappelijke betrokkenheid. Maatschappelijke organisaties kunnen bij de provincie en de gemeente projecten indienen die voor de maatschappelijke diensttijd in aanmerking komen.

Het vervullen van de maatschappelijke dienst geeft een diplomasupplement. Bij een sollicitatie naar een functie bij de overheid geldt het als een pré. Met het bedrijfsleven worden afspraken gemaakt om hetzelfde te doen.

Alle jongeren zijn verplicht een startkwalificatie te halen (minimaal MBO-2 niveau). De verplichting hiertoe zal worden verlengd naar 21 jaar. Het kabinet zal bezien hoe een meer verplichtende variant van de maatschappelijke diensttijd een rol kan spelen in de verlengde kwalificatieplicht.

Vrijwilligers

Vrijwilligers en burgerinitiatieven verdienen meer waardering en ondersteuning. Daarom gaat de maximale onbelaste vrijwilligersvergoeding omhoog en wordt de aanvraag van een VOG (Verklaring Omtrent Gedrag) gratis voor vrijwilligers die werken met bijvoorbeeld kinderen of gehandicapten.

Migratie en asiel

Migratie en asiel

Europa heeft te maken met een grote toestroom van mensen, die op de vlucht zijn voor oorlog of geweld, of op zoek zijn naar een beter bestaan op economisch vlak. We zien grote menselijke drama’s op vluchtroutes, misbruik door mensenhandelaren, maar ook oplopende spanningen in de Nederlandse samenlevingen en tussen Europese lidstaten.

Voor het kabinet staat voorop, dat wie vlucht voor oorlog of geweld recht heeft op bescherming. Door die bescherming meer in de eigen regio te organiseren, vervalt de noodzaak voor vluchtelingen om verder te migreren. Opvang in de regio vraagt om structurele investeringen in politieke en economische samenwerking met de landen van herkomst en intensieve samenwerking met internationale organisaties als de IOM en de UNHCR.

Daarnaast wil het kabinet in Europees verband meer overeenkomsten sluiten met veilige derde landen, waarbij wordt beoordeeld of iemand toegang krijgt tot veilige opvang in de regio. Wie wordt toegelaten tot de opvang, kan daarna in aanmerking komen voor hervestiging in een ander land. Op die manier wordt een ongecontroleerde migratiestroom voorkomen en het verdienmodel van mensensmokkelaars gebroken.

Vluchtelingen die toch niet kiezen voor de opvang in de regio maar verder trekken, komen in principe niet langer in aanmerking voor bescherming in het land van hun voorkeur. Zij kunnen na een korte procedure teruggestuurd worden naar de veilige opvang in de regio.

Als deze aanpak inderdaad leidt tot een lagere instroom in Nederland, ontstaat er voor het kabinet ruimte om meer vluchtelingen in aanmerking te laten komen voor hervestiging in ons land om de opvang in de regio te ontlasten. Hierover moeten verplichtende Europese afspraken worden gemaakt.

Het kabinet laat onderzoek doen in hoeverre het VN vluchtelingenverdrag uit 1951 aangepast moet worden om ook bij de huidige omvang en problematiek van de asielmigratie een houdbaar juridisch kader te bieden.  

Europees asielbeleid

Het kabinet streeft naar een volwaardig Europees asielbeleid. Dat voorkomt dat landen gaan concurreren met slechtere leefomstandigheden of procedures om zo de toestroom te verminderen. Want ondanks de internationale verdragen zijn er in de toepassing grote verschillen tussen Europese landen.

Om die reden schrapt het kabinet een aantal nationale aanvullingen bovenop de huidige Europese regels. Zo wordt een asielvergunning in eerste instantie nog maar voor drie jaar verleend in plaats van vijf. Na drie jaar kan de vergunning nogmaals met twee jaar worden verlengd. Pas daarna komt een asielzoeker in aanmerking voor een status voor onbepaalde tijd.

Europese buitengrenzen

Het kabinet vergroot de bijdrage aan de bewaking van de Europese buitengrenzen, door uitbreiding van de capaciteit van de Border Security Teams. Daarmee levert Nederland een grotere bijdrage aan het voorkomen van drama’s op zee en de bloei van de mensensmokkel. Vooral Italië en Griekenland verdienen ondersteuning bij hun asielproces en opvang.

Ook wil het kabinet de samenwerking met landen van herkomst intensiveren, onder meer in het vroegtijdig signaleren van bootvluchtelingen. Volgens internationaal recht moeten drenkelingen naar de dichtstbijzijnde veilige haven worden gebracht, ook als dat het land is waar men is vertrokken. Mensensmokkel moet harder worden aangepakt, bijvoorbeeld door berechting voor het internationaal hof en inzet van EU-sancties.

Asielopvang in Nederland

Het kabinet wil naar een opvangsysteem waarbij Nederland flexibeler kan reageren op schommelingen in de asielinstroom. Dat zorgt voor minder onrust en is effectiever dan het huidige systeem. Door de opvang, de asielprocedure en integratie meer als één proces en onder één dak te organiseren en de samenwerking in de keten te versterken kan veel winst worden geboekt.

In het nieuwe opvangsysteem gaan de ketenpartners in een aantal middelgrote opvangcentra zoveel mogelijk onder één dak werken voor een eerste selectie. Vanuit deze opvangcentra gaan asielzoekers met een grotere kans op asiel naar kleinere opvangcentra in de buurt van de gemeente die hen later ook zal huisvesten. Daar wordt ook meteen begonnen met taalles en integratie. Bij de plaatsing wordt ook gekeken naar werkkwalificaties en het plaatselijke banenaanbod.

Asielzoekers met een aanvraag die weinig tot geen kans maken, blijven in de middelgrote centra. Voor hen geldt een snelle procedure, waarbij een afwijzing vervolgens meteen wordt omgezet in een uitzettingsprocedure.

De IND krijgt extra capaciteit om procedures binnen de gestelde termijnen te laten verlopen en de stapeling van aanvragen zoveel mogelijk te voorkomen. Het team Internationale Misdrijven van de IND wordt uitgebreid om oorlogsmisdadigers in de asielstroom tijdig op te sporen.

Uitgeprocedeerde asielzoekers

Uitgeprocedeerde asielzoekers moeten Nederland zo snel mogelijk zelf verlaten. Wie dat niet direct doet, kan nog een beperkte periode worden opgevangen in een van de acht nieuwe landelijke vreemdelingenvoorzieningen van de Dienst Terugkeer & Vertrek. Gemeenten kunnen vertrekplichtigen doorverwijzen naar deze locaties. Behoudens tijdelijke individuele noodopvang houden gemeenten geen eigen bed-bad-brood voorzieningen in stand.

De Dienst Terugkeer & Vertrek krijgt extra capaciteit om het aantal mensen dat aantoonbaar terugkeert te vergroten. Samenwerking met de gemeenten is hierbij cruciaal.

Integratie

Integratie vraagt om wederkerigheid. Nieuwkomers hebben zelf de verantwoordelijkheid om te integreren in een samenleving die iedereen ook de kans biedt om daadwerkelijk mee te doen. Het kabinet investeert in het vergroten van die kansen door het aanbod van voor- en vroegschoolse educatie uit te breiden en extra geld voor onderwijsachterstandenbeleid, primair onderwijs, effectieve inburgering en de bestrijding van laaggeletterdheid.

Het kabinet ziet het Nederlanderschap als iets om trots op te zijn en wat je moet verdienen door alles te doen om snel te integreren: de taal leren, het respecteren van onze wetten, het omarmen van de vrijheden en gelijkheden en het zoeken van werk. Voor asielzoekers met een grote kans op asiel en voor statushouders wordt al in de opvang begonnen met taalles. De taaleis wordt verhoogd.

Om te voorkomen dat nieuwkomers lang zijn aangewezen op een bijstandsuitkering, beziet het kabinet de mogelijkheid om bepaalde sociale voorzieningen meer activerend in te zetten. In dit plan ontvangen de gemeenten gedurende de eerste twee jaar de huurtoeslag, de zorgtoeslag en de bijstand, waarbij de nieuwkomer deze voorzieningen in natura en met begeleiding en leefgeld krijgt aangeboden. Wanneer de statushouder zichzelf kan redden, kan hij eerder uitstromen. Maar wie daarin niet slaagt, stroomt in beginsel nog niet uit.

Nieuwkomers die verwijtbaar niet inburgeren, kunnen hun verblijfsstatus verliezen. Inburgeren is en blijft een plicht voor het verkrijgen van het Nederlanderschap.

Europa

Europa

Nederland is onlosmakelijk verbonden met de Europese Unie. Voor het kabinet is de EU niet alleen een economische gemeenschap, maar ook een waardengemeenschap waarbij recht en vrijheid centraal staan. Over de rol van de EU vindt een herbezinning plaats. Aan de ene kant zijn er terreinen waar EU regels de eigen verantwoordelijkheid van de lidstaten onnodig inperkt; aan de andere kant zijn er thema’s waar een actievere rol van de EU is gewenst, omdat Nederland alleen de doelstellingen niet kan bereiken. Het kabinet hecht eraan dat Europese regels en genomen besluiten daadwerkelijk worden uitgevoerd en gehandhaafd.

Toetreding van nieuwe lidstaten wordt getoetst aan de hand van de Kopenhagencriteria. Gelet op de zorgelijke ontwikkelingen rond de mensenrechten en de rechtsstaat streeft het kabinet naar een alternatieve vorm van samenwerking met Turkije.

Euro

Een sterke euro is van groot belang voor de Nederlandse economie, een zwakke euro is een risico voor heel Europa. Daarom is het nodig dat de afspraken tussen de euro-landen beter worden nageleefd en lidstaten niet de negatieve gevolgen van hun beleid afwentelen op andere landen. Met name de afspraak dat schulden van het ene land niet door het land worden overgenomen (de no-bail-out clausule) moet geloofwaardig worden hersteld. Het kabinet zet geen verdere Europese stappen in de richting van eurobonds of het opzetten van een transfer unie. Wel moeten de begrotingsregels worden vereenvoudigd en onafhankelijker worden gehandhaafd.

Defensie

De toenemende instabiliteit in de wereld vraagt om een grotere Nederlandse bijdrage om internationale dreigingen het hoofd te bieden. Dat doet Nederland door investeringen in het kader van de NAVO-bondgenootschap en de Europese Unie. Het kabinet verhoogt de defensie uitgaven fors met 1,5 miljard. Met het extra geld wordt de basisgereedheid van de krijgsmacht op orde gebracht en de inzetbaarheid vergroot. Ook worden noodzakelijke investeringen in vervanging en vernieuwing van materieel toekomstbestendig gefinancierd en worden extra middelen bestemd voor een forse uitbreiding van cybercapaciteiten en technologie bij alle krijgsmachtonderdelen.  

Er komt een Nationaal Fonds Ereschuld voor militairen die tijdens hun missie in het buitenland een handicap, trauma of andere aandoening hebben opgelopen.

Ontwikkelingssamenwerking

Het budget voor ontwikkelingssamenwerking wordt verhoogd en ingezet om de grondoorzaken van armoede, migratie, terreur en klimaatverandering te bestrijden.  Ontwikkelingssamenwerking is daarmee een integraal onderdeel van het buitenlands beleid van het kabinet. Binnen de extra uitgaven is ruimte voor hulp aan vluchtelingen, opvang in de regio en onderwijs voor kinderen van vluchtelingen. Om de focus en effectiviteit te vergroten wordt het landenbeleid herzien in het licht van deze nieuwe doelstellingen. Als eerste stap zullen Jordanië, Libanon en Irak worden toegevoegd als focuslanden, om hen te kunnen helpen bij de opvang van vluchtelingenstromen.

Overige onderwerpen

Regio op publieke omroep

Regionale en lokale omroepen hebben een belangrijke functie in de onafhankelijke berichtgeving over regionaal nieuws. Om hun positie te versterken gaat het kabinet regiovensters realiseren op de kanalen van de publieke omroep (NPO). Ook worden nieuwe plannen gemaakt voor de organisatie en financiering van de lokale omroepen.

Straffen

De regels voor voorwaardelijke invrijheidsstelling van gedetineerden worden aangescherpt. Wie vast zit komt niet meer automatisch in aanmerking voor voorwaardelijke vrijlating.

Als het nodig is komt het kabinet met nieuwe wetgeving om de uitvoering van de levenslange gevangenisstraf beter vast te leggen. Daarbij is het waarborgen van de belangen van slachtoffers en nabestaanden cruciaal.

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.