
Lees hier de inbreng van onze fractievoorzitter Petra Doornenbal
Inbreng PS 17 juni dossier Huisvesting
"Er ligt een stevig rapport Evaluatie Huisvesting met daarin advies dat we ter harte moeten nemen en lessen waarvan moet worden geleerd. Vanaf deze plaats hartelijk dank voor dit stevige en onafhankelijke rapport. Er werd vooraf door deze en gene de suggestie gewekt dat het een stuk werd waar het college gespaard zou worden, maar ik denk dat de inhoud voor zich spreekt en al dergelijke suggesties ongelijk geeft. Ook dank aan gedeputeerde van Lunteren die verantwoordelijk is voor het verstrekken van de opdracht en daarmee ook voor de uiteindelijke totstandkoming van het rapport.
Het is goed dat de Randstedelijke Rekenkamer ook haar onafhankelijke rol heeft kunnen spelen, ook dat draagt bij aan de kwaliteit van het rapport.
Om een finaal politiek oordeel te kunnen vellen zijn er voor de CDA fractie een aantal dingen nodig:
a. Het rapport n.a.v. het onderzoek dat Twijnstra en Gudde deed. De technische bespreking in de commissie bood gelegenheid om de onderzoekers uitgebreid te bevragen.
b. De mate waarin PS mee genomen is in het gehele dossier: was PS tijdig en voldoende geïnformeerd om mee- en bij te kunnen sturen.
c. De reactie van GS op dit rapport en de beantwoording van onze vragen
a. Het Rapport
Over het geheel genomen: Er zijn zaken niet goed gegaan bij de verkoop van het oude provinciehuis en er zijn veel dingen erg goed gegaan bij de verbouwing en verhuizing van het nieuwe provinciehuis. Duidelijk is dat er vooraf gevreesd werd voor de verbouwing en verhuizing en dat kans dat de kosten die daarmee gepaard zouden gaan gierend uit de hand zouden lopen als daar niet bovenop gezeten werd. Toen dit college aantrad was dit besef er en is er veel aan gedaan om dit traject goed te doorlopen. We kunnen constateren dat de goede stappen gezet zijn om dat goed te beheersen.
Als we dan kijken naar de verkoop van het oude provinciehuis kunnen we helaas niet constateren dat het goed is gegaan. Daar waar vooraf de vrees bestond dat in deze tijd van leegstand en ingestorte kantorenmarkt we een onverkoopbaar pand in de mark zetten en het oude pand nog jaren aan ons broek zouden hebben en de prijs die ervoor geboden zou worden nooit hoog kon zijn, was er een verrassend snelle verkoop voor een alleszins acceptabele prijs. De voorganger van gedeputeerde Krol wist het bod van De Waal ook nog eens met 2 mln te verhogen van 20 naar 22 mln en dat allemaal zonder dat er een stap door de koper in het aan te kopen pand was gezet. Bijzonder, en verrassend! Niet alleen bij GS maar ook de PS heerste op dat moment een gevoel van: dat is best gelopen!
Maar het bleek anders uit te pakken.
Dat het pand asbest bevatte, was geen discussie. Niet voor niets was dat een van de redenen waarom de gemeente Utrecht ons geen gebruikersvergunning meer verstrekte. Maar de mate waarin heeft ons wel verrast. In de eerste plaats hebben wij onze verantwoordelijkheid richting onze medewerkers. Dat er geen Risico Inventarisatie & Evaluaties zijn uitgevoerd, die overigens ieder bedrijf zo’n beetje verplicht is dankzij de overheid in de tijd van het van aansprakelijkheid en verantwoordelijkheid, is voor een overheidsinstantie als de provincie niet mooi.
Het is goed dat DCMR meer inzicht heeft geboden in de gevaren die onze medewerkers hebben gelopen in hun werkplek. En hoewel de inschatting is dat de kans heel klein wordt ingeschat dat onze medewerkers en de mensen die er in gewerkt hebben tijdens tussentijdse bouwwerkzaamheden gezondheidsrisico’s hebben gelopen, is het goed dat als er toch blijkt dat er medewerkers klachten krijgen die mogelijk te wijten zijn aan hun werkplek, de provincie daar zijn verantwoordelijkheid voor neemt.
In het traject van de verkoop van het oude provinciehuis zijn stappen genomen waarvan we met de kennis van nu moeten constateren dat deze niet ten gunste van de provincie zijn uitgepakt.
In het rapport dat Twijnstra en Gudde heeft opgeleverd staan alle betekenisvolle momenten beschreven en omwille van de beperkte spreektijd zal ik dat niet allemaal opsommen. Maar in grote lijn kunnen we de conclusie trekken dat er stappen zijn gezet waardoor schade is geleden.
Wij denken dat we die schades kunnen onderscheiden in 3 categorieën:
1. Schade door handelingen in het verleden. Daar onder valt bijvoorbeeld het feit dat er in de jaren ‘70 en ’80 enorm veel Asbest werd toegepast in de bouw. De sanering van 5 mln was er ook geweest als alle andere stappen anders waren uitgepakt.
2. Schade door verkeerde inschattingen door juristen/ juridisch adviseurs en door onvoldoende prestaties van gecertificeerde bedrijven waar om advies, inschattingen en berekeningen is gevraagd. Dus die instanties die je nodig hebt als overheid die zelf deze specialistische kennis niet in huis heeft. Van gerenommeerde advocatenkantoren en gecertificeerde bedrijven en instanties zou je toch mogen verwachten dat zij dusdanig advies en rapportages uitbrengen dat je ervan mag uitgaan dat je daar je vervolgstappen op moet kunnen baseren.
Naar nu blijkt stapelt zich de ene narigheid op de andere:
- Koopcontract dat Nysingh opstelde bevatte, achteraf gezien, een kwetsbaarheid in de direct opeisbare boete van 3 promille per dag dat er niet naar behoren geleverd is. Dit had met de kennis van nu beter een bepaling kunnen zijn die beter in verhouding stond met de werkelijk geleden schade. En deze bepaling maakte dat er later onder hoge tijdsdruk beslissingen genomen moesten worden
- Pels Rijcken adviseert niet goed m.b.t. de vaststellingsovereenkomst en schat de positie van de provincie bij de rechter ten onrechte als kansrijk in.
- bedrijven en onderzoeksbureaus met kennis van asbestzaken blijken onvoldoende onderzocht te hebben.
- TNO en gemeente Utrecht komen tot de conclusie dat het e.e.a. voldoet terwijl later blijkt van niet etc.
Wellicht is er een deel van de schade op deze groep te verhalen.
3. Schade door processen binnen het provinciale bedrijf. Wat ons betreft is dat de categorie waar wat ons betreft een aantal vragen overblijven. Deze zal ik aan het einde van deze inbreng stellen.
b. De mate en de kwaliteit waarin PS is geïnformeerd.
Volgens de bijlage bij het rapport die op verzoek van de Randstedelijke Rekenkamer is toegevoegd, zijn wij als PS regelmatig geïnformeerd. Dat waren de momenten, al of niet in het openbaar, waarop GS verslag deed van de huidige stand van zaken en de momenten waar op er behoefte was om zaken te delen voordat er volgende stappen gezet werden. Ook zijn er een aantal debatten geweest. Wij denken dat hier geen informatie is achtergehouden, en dat wij als PS mee gegaan zijn met die stappen op basis van de door GS ingewonnen externe adviezen. Ook willen we aan aantal andere vragen stellen aan GS om uiteindelijk onze afweging m.b.t. dit gehele dossier te kunnen beoordelen.
c. Hoe beoordelen GS dit rapport?
Voor onze fractie is het belangrijk om te weten hoe GS dit rapport beoordelen.
Het rapport spreekt van zogenaamd groepsdenken waardoor keuzes zijn gemaakt die wellicht in een projectorganisatie met een onafhankelijke procesbegeleiding ( die bijvoorbeeld methoden als devils advocate of scenario analyse had kunnen toepassen) anders waren gemaakt. Moet dit niet net zoals bij de verbouw een structurele werkwijze zijn?
Moet er bij dreigende calamiteiten niet een helderder protocol zijn wanneer ambtelijk of bestuurlijk/politiek moet worden opgeschaald?
Moet een risico analyse bij dergelijke projecten waar onvoldoende ervaring/expertise in het ambtelijk/bestuurlijk apparaat aanwezig is niet per definitie extern worden begeleid? Nu zien we dat de summiere en onevenwichtige risico-inventarisatie aan het begin van het project direct na “de geslaagde verkoop “ de organisatie als het ware veel te vroeg in slaap heeft gesust.
Welke lessen trekt u?
Welke gebeurtenissen hebben volgens u de meeste schade aangericht?
Welke stappen worden genomen en gaat u nog nemen om de ontstane schade te beperken?
Zijn er zaken die u, als u het opnieuw zou doen, anders zou aanpakken?
In de tweede termijn willen wij op basis van de vragen die door onze collega’s worden gesteld en de beantwoording van GS tot een finaal politiek oordeel komen. "
In tweede termijn liet fractievoorzitter Petra Doornenbal weten dat naar ons inzicht de Gedeputeerde voldoende heeft laten doorklinken waar hij lessen uit trekt en zich volledig bewust is van zijn verantwoordelijk. Hij heeft PS goed en adequaat geïnformeerd. Daarnaast worden de aanbevelingen die gedaan zijn in dit rapport overgenomen door GS, enkelen zijn zelfs al in gang gezet. E.e.a. was dus reden genoeg om tegen de motie van wantrouwen te stemmen die ingediend was door PVV/PvdA/SP. Net als de coalitiepartijen VVD, D’66 en GroenLinks maar ook Christen Unie, SGP, PvdD en 50+. Daarnaast werd er tegen de Motie van Afkeuring gestemd die ingediend was door de Christen Unie!