16 juli 2018

Maidenspeech Albert Kramer

Ik heb mijn maidenspeech in 3 delen opgebouwd 1e deel iets over mij, 2e deel iets over de bevoegdheden van de raad m.b.t. de financiën, 3e deel over de voorjaarsnota 2018.

Het is een eer om hier te staan, in elk geval voor mij. Het is een eer om geroepen te worden de gemeente Leusden te dienen als raadslid. Ik voel mij hiertoe geroepen, in de eerste plaats door alle Leusdenaren die hebben gestemd op het CDA. Het was misschien wat indirect want ik stond zesde op de kandidatenlijst en het CDA we kreeg 5 zetels toebedeeld. Maar als grootste partij werd onze partij geroepen mensen te leveren voor het college van B&W. Tja, nu Wim Vos wethouder is geworden was de roep daar. U weet hoe dat is gegaan.

En zo voel ik het ook, geroepen om te dienen. Niet alleen maar om de partij het CDA te dienen, maar om heel de gemeenschap van Leusden dienstbaar te zijn, verantwoordelijkheid te nemen voor het besturen van de gemeente.

Dit jaar 2018 is sowieso bijzonder aan het worden voor mij persoonlijk. Het jaar waarin ik 60 ben geworden, mijn echtgenote Bernadette en ik ons 35 jarig huwelijk jubileum konden vieren, wij met ons handelsbedrijf een productiebedrijf overgenomen en  op 26 April 2018 benoemd voor het CDA in de Raad. Wat een zegeningen!

Graag vertel ik iets meer over mijzelf. Dat zie ik als kans om dichter bij u allen en dichter bij onze Leusdense gemeenschap te komen staan. Mocht U het saai vinden, neem even een pepermuntje. Oke, geboren in Amsterdam. En niet zo maar alleen geboren, de dubbelganger van mij die u zomaar ergens tegen kunt komen is mijn tweelingbroer Marcel. Overigens, zijn zoon zit voor het CDA in de gemeenteraad van Soest. Elektronica is het vak waarin ik werd opgeleid. Smartphones, Pc’s, wat zijn dat voor dingen? Die waren er toen nog niet. Ik ben ook van de generatie die nog de militaire dienstplicht vervulde.  Als je werd uitgekozen om onderofficier te worden, dan mocht je ook meteen langer blijven.

Vijfendertig jaar geleden dus getrouwd met Bernadette, drie kinderen ‘op de wereld gezet’. Nou ja, niet letterlijk natuurlijk. Die wereldprestatie leverde echtgenote Bernadette. Vincent, Cynthia en Miranda heten ze. Onthoud die namen even want ik kom terug op hun initialen.

In hartje Amsterdam had ik mijn werkplek, de van Breestraat achter het Concertgebouw. Mijn toenmalige baas gaf mij een auto mee om mijn werk te kunnen te doen. Hij vroeg wel aan mij “heb je rijbewijs? Al lang?” “Ja-a-a”, zei ik. Hmm, niet dus.

Het was 1984 toen ik begon met een eigen bedrijf. Ik werd ondernemer naar aanleiding van een verzoek van een Deense organisatie, om hun apparatuur in Nederland te gaan verkopen en leveren. Mijn bedrijf werd dus een handelsfirma in Medische Technologie. We verkochten in de jaren 80 de eerste zenders (Telemetrie) om je hart in de gaten te houden. Later kwamen er meer producten bij. Apparatuur voor  Neurologie, andere hart-gerelateerde Cardiologie producten, Gastrologieproducten, voor maag en darmen en Urologie gerelateerde producten.

Na wat omzwervingen via Amersfoort en  Nijkerk streken we in 1998 neer in Leusden op de Ambachtsweg. En daar zitten wij nu nog steeds.

In 2008 startte ik VCM Medical. Misschien herkent u nu de drie letters, VCM, Vincent, Cynthia en Miranda.

Het werd een nieuw bedrijf met dezelfde doelstelling als daarvoor: verkoop en levering van diagnostische apparatuur in de gezondheidszorg. Dat past naadloos bij mijn belangstelling en interesse in het sociaal domein. Ik vertel dit hier en nu omdat ik tijdens de verkiezingen merkte dat mensen toen ze hier van hoorden, verrast reageerden en uitriepen “Dat heb ik nooit geweten.” Nu weet iedereen het.

Intussen heb ik heel veel bestuurlijke ervaring opgedaan, in besturen van SKOL, RedCAps, Ouderplatform Corderius, Ledenraad Rabobank; als voorzitter van de Brancheorganisatie voor Medische technologiebedrijven; als penningmeester in het bestuur van de overkoepelende federatie van Technologiebranches en, ook nu ben ik nog steeds penningmeester bestuurder van de Stichting RTA, Recycling Technologische Apparatuur. Kortom, altijd wel een paar avonden de hort op. Heeft ook zijn voordelen toch? Zeker als je breed maatschappelijk geïnteresseerd bent en het fijn vindt  om met en voor mensen bezig te zijn.

in mijn toenmalige functie als penningmeester van FHI, de Federatie van Technologiebranches heb ik er overigens voor gezorgd dat die organisatie met haar bureau en al haar landelijke vergaderactiviteiten is verhuisd van Amersfoort naar Leusden. Leusderend

Nu U! Terug naar de RAAD.

“De raad is de baas” las ik ergens. Hmmm, dacht ik toen ik dat las, dat is wel zo. Maar ook werkelijk leiding geven, verantwoordelijk zijn en knopen doorhakken, ja, dat is minder simpel dan het lijkt. Ik praat nu even uit mijn eerdere ervaring als financieel specialist van het CDA, specialist tussen aanhalingstekens. In die rol heb ik toch wel diepe bewondering gekregen voor de ambtenaren die zo’n lastig en vaak complex dossier zo goed mogelijk proberen te vertalen zodat wij het ook snappen. En met hun gewaardeerde inspanning blijft het nog steeds lastig.

Vier jaar geleden ging ik ermee  aan de slag, als fractie ondersteuner. Nooit vergeet ik de opmerking van onze toenmalige wethouder Financiën. “Albert” zei hij, hij heet zelf ook Albert, “dit is een gemeentebegroting. Wij zijn er hier niet om winst te maken. Dat doe jij in je bedrijf, maar niet hier bij de gemeente.” De toon was gezet.

 

DE RAAD BEPAALT HOEVEEL GELD ER NAAR WELK DOEL GAAT.

Ik heb eens even opgezocht wat de uitgangspunten zijn om als raadslid voorstellen te kunnen beoordelen.

Het zijn 7 richtlijnen

1)     De eerste vraag is: Gaan we ervoor?

Het lijkt een open deur en dat is het ook.

Maar wellicht stellen wij ons die vraag toch te weinig. We komen er niet aan toe om onszelf die vraag voor te houden. 

Waar en wil is een weg zeg ik altijd.

De tweede toetsvraag: Willen wij wel betalen?

Als we met zijn allen besluiten, bijvoorbeeld om een weg aan te leggen, dan is er wellicht geen geld meer om een buurthuis te bouwen. Ik noem maar wat.

Het kan dus zijn, dat je het met besluiten die je neemt, je het voor de toekomst voor jezelf  moeilijk maakt.

Mijn moeder zei altijd, je kan het geld maar 1 keer uitgeven. Of was dat nou mijn vader? Die was boekhouder. Tegenwoordig heet dat natuurlijk  anders financiële controller

 

3)     De volgende afweging is: Gaat het om geld of om een bepaalde inspanning?

Wie betaalt bepaalt is een gangbare praktijkregel. Maar dat ligt natuurlijk genuanceerd bij je inwoners van Leusden, belastingbetalers, die je op een of ander manier wilt ondersteunen.

Houdt je dan als gemeentelijke overheid de regie of komt de regie in handen van bewoners zelf, bijvoorbeeld als er sprake is van een bewonersinitiatief.

 

4)     Natuurlijk is de vraag relevant: Kunnen wij wel betalen?

Ook bij gemeente-financiën geldt dat je liever geen geld uitgeeft dat je niet hebt. Geld lenen is op zich geen probleem. Dat hebben wij als gemeente Leusden al gedaan, ook al doen we dat als CDA liever niet. Daar kan het vorige college van meepraten.

Maar het hoeft geen probleem te zijn als het om voorzieningen gaat waar ook toekomstige generaties profijt van hebben. U kent onze verkiezingsleus: Voor Leusden dat we door willen geven.

Wat ook helder moet worden: Wat betalen we eigenlijk?

Geven wij het geld in één keer uit, is het een incidentele financiering, of komen de kosten elk jaar terug, structurele financiering?

Gaat het om geld voor personeel, of is het voor stenen. We kennen allemaal het probleem dat als je eenmaal personeel in vaste dienst hebt kom je er weer moeilijk van af. Die kosten raak je moeilijk weer kwijt. Of je moet in één keer een grote zak geld op tafel zetten. Als ondernemer kan ik hier een boek over schrijven.

Van mij persoonlijk mag het wel wat flexibeler worden dan het nu is. Gaat het geld in stenen, dan heb je te maken met afschrijvingskosten en onderhoudskosten, of reparatie die je moet uitvoeren. Iedereen die een koopwoning heeft kan er over meepraten.

Nog een toetspunt: Wat zijn onze risico’s?

Tja,  budgetoverschrijdingen….

Het project loopt nog, dus je moet wel door. Risico-analyse vooraf kan nog zoveel beter. Laten we in ieder geval ons best doen om van het college zoveel mogelijk scenario’s te krijgen.

Eerst maar eens goed kijken waar de fuiken staan opgesteld voordat we er met elkaar in zwemmen.

Het laatste maar niet het minste punt van overweging: Hoe groot is het draagvlak?

Gaat de omgeving mee? Denk aan bezwaar- en beroepsprocedures, die behoren eigenlijk al integraal onderdeel van de risico-analyse te zijn. Optimale participatie van alle belanghebbenden, alle betrokkenen is van cruciaal belang.

Als de Raad de baas is, dienen wij als Raad zelf de verantwoording nemen m.b.t. financiën. De raad is budget houder. Het dashboard geeft de meters en waarschuwingslampjes die ik heb geprobeerd te schetsen. Als we die goed in de gaten houden kunnen we koersvast besturen. 

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.