17 oktober 2017

Persoonlijke woorden bij het afscheid van een rabbijn .....

Een week geleden liet rabbijn Lody van de Kamp weten dat hij bedankte voor zijn lidmaatschap van het CDA: “Met pijn, maar heel ‘trots’ ga ik verder samen met al diegenen die niet belast zijn door de weg die de partij is ingeslagen”. Bam! Dat is een boodschap die er inhakt, in ieder geval bij mij. Ik had een weekje nodig om te bedenken wat ik hiermee moest …..

De afgelopen jaren heb ik veel samengewerkt met Lody. Ik leerde hem kennen toen ik bij het Amsterdamse Openbaar Ministerie werkte. Lody en Saïd Bensallam: de onwaarschijnlijke combinatie van een Joodse rabbijn en een Marokkaanse kickbokser. Die op verzoek van de burgemeester te hulp schoten daar waar mensen er onderling niet meer uit kwamen. Heel praktisch, in schoolklassen waar het Joods-Palestijnse conflict werd ‘nagespeeld’, op pleintjes waar de Gaza-oorlog tot hoogspanning leidde, maar ook wanneer de Turkse gemeenschap oververhit raakte.

Toen ik Amsterdam verruilde voor Den Haag bleven de contacten bestaan. Dat mondde recent uit in het naar Den Haag halen van de tentoonstelling ‘Het andere verhaal’: een tentoonstelling over hoe Moslims hulp boden aan Joden, door de eeuwen heen. Indrukwekkend. Lody haalde deze tentoonstelling uit Londen naar Nederland, ik haalde de tentoonstelling van Amsterdam naar Den Haag.

Wie Lody leert kennen ontdekt dat hij nooit in groepen denkt, maar enkel en alleen in individuele mensen. Van de Kamp ziet geen schoolklassen met Marokkaans straattuig, hij ziet Amsterdamse kinderen die elk hun eigen unieke bijdrage aan de stad zullen leveren, in wie elke investering in aandacht, liefde, in eigenwaarde zeer wel besteed is. Van etiketten is hij wars: het leidt alleen maar tot een extra barrière, tot onmacht om dat te doen wat nodig is. Joden en Moslims: natuurlijk, het zijn verschillende tradities. Maar eerst en bovenal ben je mens en medemens.

Dat was ook de kern van zijn (groeiende) kritiek op het CDA. In 2010 bleef Lody ternauwernood binnenboord, bij de vrijage van het CDA met een partij die alleen maar mensen in categorieën indeelt. In de jaren daarna werd het er in zijn beleving niet beter op. De verkiezingscampagne en met name de Schoo-lezing deden voor Lody de deur dicht. Hij hoorde er te veel ‘etiketten plakken’ in en te weinig aandacht voor mensen, met name kwetsbare mensen. In die kritiek kan ik hem deels volgen.

Meermalen heeft van de Kamp gepoogd in discussie te gaan met de partij over de richting, over de koers. Dat heeft door de jaren heen geleid tot gesprekken met partijvoorzitter Ruth Peetoom en met individuele kamerleden. Vaak waren die gesprekken tot wederzijds genoegen, maar even vaak waren er nieuwe gebeurtenissen die van der Kamp bevestigden in zijn gevoel dat de partij een andere koers zou moeten varen.

Dat nu dit regeerakkoord de aanleiding is om afscheid te nemen van het CDA, dat kan ik niet zo goed begrijpen. Het is namelijk een akkoord waarin het CDA laat zien een brede volkspartij te zijn, met oog voor individuele burgers, ook voor hen die kwetsbaar zijn. Het voert wat ver om dat op deze plek omstandig uit de doeken te doen, maar het leidt mij tot de vraag: wat was dan voor Lody wél de druppel die de emmer deed overlopen?

Hoewel iedere politieke partij een gemeenschap van meningen is, hebben vertegenwoordigers van politieke partijen niet de vrijheid die een enkele Joodse rabbijn wel heeft: ongebonden de eigen opinie verkondigen. Het publiek, de kiezer moet blijven snappen wat een vertegenwoordiger van het CDA zegt, hij moet er een lijn in kunnen ontdekken.

In 2012 analyseerde een commissie onder leiding van Ton Rombouts dat het CDA leed aan Onduidelijkheid, Onenigheid en Onbekendheid. Geen partij-verhaal, te veel individuele meningen, die voor een belangrijk deel ook nog tegenstrijdig waren. Met Sybrand Buma heeft het CDA een politiek leider die richting durft te geven aan de christendemocratie, aan de brede volkspartij die het CDA wil zijn. Zijn analyse van de staat waarin onze samenleving verkeert (lees zijn boek ‘Tegen het cynisme’) wordt door velen in het CDA gedragen. Over de gekozen oplossingen bestaat meer discussie. Maar Buma’s herkenbare lijn is een kostbaar goed waar menig andere partij jaloers op kan zijn.

Keerzijde van zo’n heldere lijn is dat een deel van de leden zich daar minder in herkend. Dat geldt zeker binnen een middenpartij als het CDA. Waar Buma vanuit zijn terechte analyse van onze samenleving komt tot meer conservatieve, op tradities en Nederlandse cultuur gebaseerde oplossingen, vragen mensen als Lody van der Kamp aandacht voor kwetsbaren, voor diversiteit, voor compassie-politiek. Hier speelt ook een rol dat een actief politicus als Buma zich juist wél moet uitspreken over groepen mensen (beleid voor de studenten, de ouderen, de huizenbezitters) terwijl van de Kamp dag in dag uit individuele mensen in de ogen kijkt.

De commissie Rombouts adviseerde om ‘dappere, onbevangen CDA-politici met lef een eigentijds en onderscheidend geluid te laten horen’. Sybrand Buma doet dat en hij verdient daarin niet alleen ons respect en onze steun, maar ook ons weerwoord en onze bijsturing. Want uiteindelijk zal ook de politieke lijn van het CDA herkenbaar moeten zijn voor de breedte van onze partij, zonder dat we terugvallen in één van de drie O’s. Daarvoor zijn mensen als Lody van de Kamp, Ernst Hirsch-Ballin en anderen hard nodig. Zeker nu de formatie bijna ten einde is en er rust ontstaat om die discussie te voeren. Jammer dat Lody van der Kamp hier binnen het CDA niet meer aan mee zal doen.

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.