Kandidaten TK21
07 mei 2022

Opinie in Nieuwe Oogst over geborgde waterschapszetels

Geborgde zetel is juist democratisch

De geborgde zetels afschaffen omwille van meer democratie is een drogreden, vindt CDA-Tweede Kamerlid Harry van der Molen.

Waterschappen zijn de oudste bestuursorganen van Nederland. Ze zijn van levensbelang in onze strijd tegen het water. Maar ook voor voldoende en schoon water voor zowel de landbouw, de natuur als de mens.
Toch zijn er partijen, zoals de SP, die het waterschap het liefst zien opgaan in de provincie. Of partijen die af willen van de geborgde zetels in het waterschapsbestuur. Daarvoor hebben D66 en GroenLinks een initiatiefwetsvoorstel ingediend dat nu in de Tweede Kamer wordt behandeld. Ik vind beide voorstellen een slecht idee, maar laat ik me beperken tot de discussie over geborgde zetels.
Het algemeen bestuur van een waterschap bestaat uit gekozen vertegenwoordigers afkomstig van politieke partijen en uit benoemde vertegenwoordigers vanuit landbouw, natuurbeheer en bedrijfsleven: de geborgde zetels.
Met het voorstel om geborgde zetels af te schaffen en voortaan alle zetels beschikbaar te stellen aan politieke partijen, willen D66 en GroenLinks het waterschapsbestuur 'volledig democratiseren' en een einde maken aan de oververtegenwoordiging van bepaalde belangengroepen uit de landbouw en industrie.

Het afschaffen van geborgde zetels omwille van 'meer democratie' is een drogreden. Aan geborgde zetels is namelijk niets ondemocratisch. In een democratie kan de bescherming van minderheden of specifieke belangen specifiek een rol krijgen in de samenstelling van het bestuur. Niet alleen het CDA vindt dat, maar ook de Raad van State wijst daarop.
Stel, een waterschap bestaat uit een stad van honderd inwoners en het buitengebied, waar één boer woont. Is het dan eerlijker om besluiten te nemen met de helft plus één? Of is het eerlijker om ervoor te zorgen dat de boer, wiens bedrijf rechtstreeks kan worden getroffen door de besluiten van het waterschap, in ieder geval aan tafel zit bij het waterschapsbestuur? Of is het zoals D66 wil: laat honderd mensen vrij en de boer vallen? Als het aan mij ligt, praat de boer mee aan tafel.

Samenwerkingsschappen
Waterschappen zijn samenwerkingsschappen. Hun taken zijn voor een belangrijk deel uitvoerend. De geborgden zijn daar nauw bij betrokken; 60 procent van het watersysteem wordt onderhouden door boeren en andere terreinbeheerders, de helft van de boeren neemt bovenwettelijke maatregelen om de waterkwaliteit te verbeteren.
Het goed functioneren van de waterschappen is dus mede te danken aan de betrokkenheid van de geborgden. Aan die betrokkenheid een einde maken door de geborgde zetels te schrappen, is het kind met het badwater weggooien.
Ook de commissie-Boelhouwer, die de geborgde zetels onderzocht, geeft aan dat specifieke belangengroepen, die bij de uitvoering van de waterschapstaken zijn betrokken, een plek in het waterschapsbestuur zouden kunnen krijgen. Dit komt ten goede aan de uitvoering en draagt bij aan draagvlak voor besluiten. Bijvoorbeeld bij boeren, die voor hun functioneren sterk afhankelijk zijn van goed waterbeheer en met gronden ook een belangrijke bijdrage leveren aan het huidige en toekomstige waterbeheer.
Binnenkort debatteert de Tweede Kamer voor een tweede keer over het voorstel van D66 en GroenLinks. De stemming wordt spannend. Een enkele partij twijfelt nog, maar ik heb mijn keuze gemaakt.

Harry van der Molen
Tweede Kamerlid voor het CDA

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.